Impuls voor bioenergie en zorgtechnologie

Provincie en UT kiezen nieuwe vorm van samenwerking

maandag 8 maart 2010

Gezondheidszorg die toegankelijk en betaalbaar is. Nieuwe bronnen van energie die de CO2-uitstoot in de provincie reduceren. In twee nieuwe Overijsselse Centra voor Research en Innovatie zoekt de provincie de samenwerking met de Universiteit Twente om oplossingen te vinden voor actuele maatschappelijke vragen. Oplossingen die ook nog eens goed zijn bedrijvigheid en werkgelegenheid.

High tech op de schaal van een boerderij. Dat hebben de plannen met bioenergie en zorgtechnologie gemeen: ze introduceren nieuwe technologie op een kleinschalige manier, voor een optimale inbedding in de samenleving. Zo wil de 'high tech health farm' nieuwe zorgtechnologie naar de patiënt toe brengen zonder ziekenhuisopname. Zo levert bioenergie nieuwe kansen voor de agrarische sector: is het bijvoorbeeld mogelijk om een boerderij te bouwen die voor warmte en elektriciteit geheel zelfvoorzienend is?

Plantenresten en algen

De link boerderij-bioenergie is snel gelegd. Met de aan de UT ontwikkelde technologie van pyrolyse is het mogelijk om van plantenresten olie te maken die onder meer geschikt is als 'bijstook' in elektriciteitscentrales. Waarom organiseer je dat dan niet in de buurt van de bron, is de gedachte van het instituut IMPACT, dat voor de samenwerking met de provincie Overijssel een voorstel formuleerde. Het instituut zoekt daarvoor de samenwerking met spinoffbedrijven die de technologie van pyrolyse naar de markt hebben gebracht. Zo bouwt spinoff Biomass Technology Group (BTG) momenteel een pyrolysereactor in Hengelo. Biomassa concurreert hier niet met de voedselproductie: ook alle restdelen van een plant zijn bruikbaar om er olie van te maken.  Maar ook de kweek van algen is een interessante nieuwe agrarische activiteit: algen zouden wel eens een belangrijke grondstof kunnen worden voor brandstoffen en hoogwaardige chemicaliën. IMPACT werkt daarvoor onder meer samen met Wageningen Universiteit en Researchcentrum. En die zelfvoorzienende boerderij? Die zou gebruik kunnen maken van een combinatie van technologieën, in een soort demonstratiefaciliteit. Het is de kunst om die techniek zo gebruikersvriendelijk mogelijk te maken, zodat geen speciaal opgeleide operator nodig is om het bedrijf draaiende te houden. Maar ook de organisatorische en bestuurlijke inbedding vraagt aandacht: daarvoor werkt IMPACT nauw samen met het Twente Centre for Studies in Technology and Sustainable Development (CSTM).

High tech health farm

De 'high tech health farm' wil de toegang tot hoogwaardige gezondheidszorg verbeteren. De zorg zal in de toekomst steeds vaker worden verleend buiten de muren van het ziekenhuis, bij voorkeur in de eigen omgeving van de patiënt. De testomgeving van de 'high tech health farm' die het instituut MIRA voorstelt, bevindt zich daarom dichtbij de eerstelijnszorg. Nieuwe technologie zorgt daar voor een sterk gepersonaliseerde manier van zorgverlening. Of het nu gaat om het monitoren van pijnklachten, verbeterde diagnose van borstkanker of het in kaart brengen van vaatproblemen bij diabetes: vaak gaat het om technologie die binnen de UT al tot een vergevorderd stadium is gebracht. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de lab-on-a-chip technologie van het MESA+ Instituut voor Nanotechnologie, die het laboratorium naar de patiënt brengt in plaats van andersom. Voor succesvolle introductie is vaak nog een marktpartij nodig, en een testomgeving. De plannen met de 'high tech health farm' betekenen daarmee ook een impuls voor de werkgelegenheid in het midden- en kleinbedrijf op het gebied van de biomedische technologie. De UT gaat  daarnaast nauw samenwerken met ziekenhuizen in Overijssel, zoals het Medisch Spectrum Twente in Enschede en de Isala Klinieken in Zwolle.

Voor elk van de Overijsselse Centra voor Research en Innovatie (OCRI's) stelt de provincie Overijssel 2,5 miljoen euro beschikbaar voor een periode van twee jaar.

HTHF1hthf2hthf3hthf4hthf5