Wederzijdse aantrekking laat kleine deeltjes sneller zinken
15 februari 2010
Kleine deeltjes die elkaar licht aantrekken, zinken sneller door
een vloeistof dan even grote niet-aantrekkende deeltjes.
Onderzoekers aan de Universiteiten van Twente, Granada (Spanje) en
Oxford (Engeland) hebben door middel van computer simulaties
ontdekt dat de bezinkingssnelheid op een verrassende manier van de
deeltjesconcentratie afhangt. Dit publiceren ze in Physical Review
Letters van 12 februari.
Verf, inkt, cosmetica en voedselwaren, zoals melk, boter en ijs,
bestaan uit kleine deeltjes (1 nanometer tot 10 micrometer)
opgelost in een vloeistof. Dit zijn zogeheten colloïdale
oplossingen. Ook eiwitten en cellen kunnen als biologische
colloïden worden beschouwd. Een eigenschap van deze deeltjes is dat
ze elkaar aantrekken als ze bij elkaar in de buurt komen, en zo
clusters vormen. Deze clusters stoten elkaar vervolgens weer af. In
het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Physical Review
Letters van 12 februari publiceert Johan Padding, ten tijde van het
onderzoek medewerker van de vakgroep Computational Biophysics, hoe
hij samen met onderzoekers uit Granada (Spanje) en Oxford
(Engeland) nieuwe simulatietechnieken heeft ingezet om licht te
werpen op de invloed van wederzijdse lichte aantrekking tussen de
deeltjes op hun bezinkingssnelheid door een vloeistof.
Bezinking
De onderzoekers vonden dat bij lage deeltjesconcentratie
de bezinkingssnelheid groter wordt als de onderlinge aantrekking en
concentratie toeneemt. Dit is precies in overeenstemming met een
theorie uit 1982 van prof. Batchelor. Het is de eerste keer dat
deze theorie bevestigd wordt voor colloïdale oplossingen. Een
verrassende vondst was dat bij hogere deeltjesconcentratie de
bezinkingssnelheid weer afneemt, wat leidt tot een maximum in de
bezinkingssnelheid bij een deeltjesconcentratie van ongeveer vijf
procent. De onderzoekers verklaren dit door de afstanden van
deeltjes binnen een cluster te vergelijken met de afstanden tussen
clusters. Zodra de ruimte tussen naburige deeltjes kleiner wordt
dan de straal van een deeltje, is er geen sprake meer van losse
deeltjes, en moet de vloeistof tussen de deeltjes door geperst
worden. In dat geval is de lichte aantrekking tussen de deeltjes
niet langer relevant, en gaat de bezinkingssnelheid weer
omlaag.
"Dit is een relevant resultaat voor de wetenschap omdat colloïdale
deeltjes elkaar bijna altijd aantrekken. Er zijn ook praktische
gevolgen, bijvoorbeeld voor de stabiliteit van verf, afvalwater
behandeling en analysetechnieken voor biologische systemen zoals
ultracentrifuge, waar regelmatig de analogie tussen colloïdale
systemen en eiwitten wordt gebruikt. Veel van dergelijke technieken
worden niet bij lage concentratie toegepast, en als dat wel het
geval is, dan is dat vaak om de analyse te vergemakkelijken.
Simulaties, zoals wij gedaan hebben, kunnen helpen de metingen
efficiënter en nauwkeuriger te maken," aldus Padding.

Afbeelding: Snapshot uit een simulatie van 5000
colloïdale deeltjes van 1 micrometer in water. Onder invloed van
zwaartekracht zinken de deeltjes langzaam omlaag.
Noot voor de pers:
Het onderzoek is uitgevoerd bij de vakgroep Computational
Biophysics door Johan Padding. Johan Padding is nu werkzaam aan de
Universiteit van Louvain-la-Neuve in Belgie. Het artikel is op
verzoek digitaal beschikbaar. Meer informatie bij Rianne Wanders,
053-4892721.