Onderzoekers UT ontwikkelen sensor voor antrax
16 juli 2010
Nanotechnologen van onderzoeksinstituut MESA+ van de Universiteit Twente hebben een sensor ontwikkeld die antraxsporen kan detecteren. Deze sensor is gevoeliger en efficiënter dan bestaande detectiemethoden. Het onderzoek wordt gepubliceerd in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Angewandte Chemie.
Antrax, bekend van de poederbrieven, is een potentieel dodelijke
infectieziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Bacillus
anthracis. Deze bacterie vormt sporen - een soort gedroogde
bacteriën met een harde wand - die lang kunnen overleven in de
buitenlucht. Onderzoekers van de Universiteit Twente hebben nu een
sensor ontwikkeld waarmee ze en biomarker van deze antraxsporen
kunnen detecteren. De sensor maakt het mogelijk om de sporen aan te
tonen bij een concentratie die duizend keer lager is dan de
gevaarlijke dosis.
Er zijn al wel technieken beschikbaar voor de detectie van
antraxsporen, zoals massaspectroscopie en fluorescentie, maar de
sensor die de UT-onderzoekers hebben ontwikkeld is efficiënter en
gevoeliger dan deze methoden. Bovendien kun je de sensor na gebruik
blijven inzetten voor nieuwe tests.
Werking sensor
Vijf tot vijftien procent van de droge massa van de sporen
bestaat uit het zuur DPA (dipolinic acid). Net als andere
detectiemethoden voor antraxsporen meet de sensor van de UT de
aanwezigheid van dit zuur.
De ontwikkelde sensor bestaat uit een glasplaatje waarop
receptoren die gevoelig zijn voor DPA zijn bevestigd. Als je deze
receptoren in contact brengt met antraxsporen, zal het DPA er aan
binden. Met behulp van fluorescentiespectroscopie is het vervolgens
mogelijk om de concentratie van de antraxsporen te bepalen.
Dit gebeurt door ultraviolet licht op de sensor te schijnen.
Receptoren waaraan DPA gebonden is zullen dit licht absorberen en
blauw licht uitzenden. Receptoren waaraan geen DPA is gebonden
zenden rood licht uit. Door de verhouding tussen rood en blauw
licht te meten, kun je bepalen hoe groot de concentratie
antraxsporen in een monster is. Voordeel van de sensor is dat je
hem niet hoeft te ijken en dat hij gevoeliger is dan bestaande
methoden. De vervolgstap voor de onderzoekers is het systeem in een
chip verwerken (lab-on-a-chip), waardoor je de toe- en afvoer van
te meten monsters volautomatisch kunt regelen.

Noot voor de pers:
Het onderzoek is uitgevoerd binnen de vakgroepen
Molecular Nanofabrication en Supramolecular Chemistry
& Technology van het onderzoeksinstituut MESA+ van de
Universiteit Twente. Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door
NWO en NanoNed. Meer informatie of een digitale versie van het
artikel Ratiometric Fluorescent Detection of an Anthrax
Biomarker at Molecular Printboards kunt u opvragen bij Wiebe
van der Veen (w.r.vanderveen@utwente.nl,
053 489 4244).