UT ontwikkelt technologie voor pijnmonitoring
NociTRACK voorkomt chronische pijnklachten
03 november 2009
Tienduizenden patiënten krijgen als gevolg van een operatie last van chronische pijnklachten, klachten die blijven nadat de operatiewond is geheeld. Onderzoekers van het onderzoeksinstituut MIRA aan de Universiteit Twente hebben nu een draagbaar systeem ontwikkeld om de pijngevoeligheid van patiënten te kunnen meten. Deze metingen kunnen aangeven bij welke patiënten postoperatieve pijn mogelijk chronisch wordt.
10 tot 25 procent van de patiënten die een kleine operatie
ondergaat, zoals die bij een liesbreuk of borstvergroting, krijgt
op den duur last van chronische pijnklachten. Vele tienduizenden
mensen kampen na zo'n operatie dus dagelijks met pijnklachten. Bij
zwaardere operaties ligt het percentage zelfs tussen de 30 en 50
procent. We spreken van chronische pijn, als een patiënt zes
maanden na een operatie, dus als de operatiewond al is hersteld,
nog steeds pijnklachten heeft.
Wat de oorzaak is van chronische pijnklachten is nog niet
helemaal duidelijk, maar wel is bekend dat hyperalgesie (een
verhoogde gevoeligheid voor pijn) een sleutelrol speelt bij het
ontstaan ervan. Als postoperatieve pijn chronisch wordt, breidt
deze hyperalgesie zich namelijk langzaam uit van het operatiegebied
naar andere plekken in het lichaam. Als je kunt bepalen of de
verhoogde gevoeligheid voor pijn zich uitbreidt, weet je eerder of
pijnklachten chronisch worden.
Wetenschappers van het onderzoeksinstituut MIRA aan de
Universiteit Twente hebben nu een mobiel systeem ontwikkeld om
eenvoudig en objectief pijngevoeligheid te kunnen meten. Met hun
systeem is het straks mogelijk om de verspreiding van hyperalgesie
te meten en op die manier eerder te ontdekken of pijn chronisch
wordt.
NociTRACK
Het systeem van de Twentse wetenschappers - dat ze
NociTRACK hebben gedoopt - bestaat uit drie onderdelen: een
apparaatje ter grootte van een flinke mobiele telefoon dat
pijngevoeligheid meet, een PDA (zakcomputer) die de meetgegevens
verzamelt en een centrale database die de meetgegevens van de
individuele patiënt vergelijkt met eerdere meetgegevens van die
patiënt en van andere patiënten.
Het apparaat dat de metingen doet, bevat twee elektroden die
contact maken met de huid. Zodra de patiënt een knop op het
apparaat indrukt, geeft het stroompulsjes af die steeds sterker
worden. Als de patiënt het gevoel vervelend begint te vinden, laat
hij de knop los en stoppen de pulsjes. Op dit punt heb je de
pijndrempel gemeten. Door de pijndrempel van deze meting te
vergelijken met eerdere metingen, kun je bepalen of de
pijngevoeligheid van een patiënt, toeneemt of afneemt of gelijk
blijft.
De methode kan ook gebruikt worden om de detectiedrempel en de
tolerantiedrempel voor pijn te meten, door de patiënt te laten
stoppen als hij respectievelijk de pulsjes begint te voelen of als
hij de pijn te heftig begint te vinden.
Met behulp van grotere plaatsgebonden opstellingen was het al
mogelijk om dergelijke metingen uit te voeren, maar wat NociTRACK
uniek maakt is dat monitoring van een groot aantal patiënten
mogelijk is op elk moment en plaats, dus niet gebonden aan één
onderzoekskamer of apparaat.
Toepassingen
Het NociTRACK systeem maakt het mogelijk om objectief
pijngevoeligheid te meten. De onderzoekers verwachten dat door
gebruik van het systeem eerder blijkt of postoperatieve pijn bij
een specifieke patiënt chronisch zal worden. Hierdoor kan in een
veel vroeger stadium gestart worden met therapie. Ook maakt het
systeem het mogelijk om objectief te meten hoe effectief
pijnmedicatie is. Dit is nuttig bij de ontwikkeling van nieuwe
medicijnen.
Op het systeem is inmiddels patent aangevraagd. Zodra dit is
toegekend zal het systeem binnen een bestaand bedrijf of een nieuw
spin-off bedrijf worden doorontwikkeld. De onderzoekers zijn
momenteel bezig een gebruikersgroep te vormen van onderzoekers en
clinici die met het apparaat gaan werken.
Noot voor pers
Het onderzoek is uitgevoerd binnen het onderzoeksinstituut
MIRA en de vakgroep Biomedical Signals and Systems (BSS)
van de faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica (EWI) van
de Universiteit Twente. In het project werken de onderzoekers nauw
samen met onderzoekers van de Afdeling Anesthesiologie van het
Radboud Universitair Medisch Centrum in Nijmegen. Contactpersoon
voor de pers: Joost
Bruysters (053 489 2773).