‘Aardig zijn’ effectief in verhoor allochtone verdachte
Rechercheur moet verhoortactiek aanpassen op culturele achtergrond van verdachte
29 september 2009
De effectiviteit van beïnvloedingsgedrag dat rechercheurs toepassen tijdens verhoren is afhankelijk van de culturele achtergrond van verdachten. Dat komt naar voren uit onderzoek van psychologe Karlijn Beune van de Universiteit Twente. Het blijkt dat argumenten gebaseerd op logica voornamelijk effectief zijn bij autochtone verdachten, terwijl aardig gedrag vooral een positief effect heeft op allochtone verdachten. Beune promoveert op 1 oktober aan de faculteit Gedragswetenschappen.
Tijdens een verdachtenverhoor maakt een rechercheur vaak gebruik
van verschillende strategieën om informatie te verzamelen. Volgens
de Standaard Verhoorstrategie die in Nederland wordt gebruikt zijn
twee strategieën daarbij vooral van belang: 'aardig zijn' en
'rationeel overtuigen'. Uit onderzoek van Karlijn Beune van de
Universiteit Twente blijkt echter dat deze twee
beïnvloedingsgedragingen een verschillend effect hebben op
autochtone en allochtone verdachten. Direct inhoudelijk gedrag
(rationeel overtuigen) blijkt vooral effectief in verhoren met
autochtone verdachten, terwijl indirect, relationeel gedrag (aardig
zijn) beter aansluit bij allochtone verdachten. Dit blijkt uit een
drietal studies, die Beune voor haar onderzoek heeft
uitgevoerd.
Chatten met verdachten
In de eerste studie werd scholieren gevraagd om een
diefstal te plegen in een gecontroleerde setting. Daarna volgde een
verhoor door een ervaren rechercheur dat werd opgenomen. Na afloop
werd het gedrag van zowel de verdachte als de rechercheur
geanalyseerd.
In de tweede studie werd deelnemers gevraagd om te chatten met een
rechercheur. Door middel van een filmpje konden zij zich inleven in
het plegen van een diefstal, gevolgd door een virtuele
ondervraging. Zo kon worden vastgesteld welke combinaties van
beïnvloedingsgedrag effectief zijn en of die afhankelijk zijn van
de toegepaste volgorde van strategieën en de culturele achtergrond
van verdachten.
De laatste studie bestond uit een analyse van videobeelden van
echte verdachtenverhoren. Het directe effect van de verschillende
beïnvloedingsstrategieën op de informatieverstrekking van
verdachten werd daarmee onderzocht.
Naast 'aardig zijn' en 'rationeel overtuigen' onderzocht Beune
tevens wat het effect is van meer stevig gedrag, zoals het geven
van een waarschuwing. Eerst werd gekeken naar de combinatie van
stevig gedrag met aardig gedrag en rationeel overtuigen (gebaseerd
op good-cop/bad-cop strategie). Vervolgens onderzocht Beune of het
effect van een stevige aanpak verschillend is wanneer het gericht
is op de persoon of op zijn of haar sociale omgeving (familie,
vrienden). Net als bij de eerdere resultaten blijkt dat stevig
gedrag het meest effectief is wanneer het aansluit bij de culturele
achtergrond van verdachten.
Dit onderzoek heeft aangetoond dat cultuurverschillen in
verdachtenverhoren wel degelijk een rol spelen. Als rechercheurs
hun gedrag aanpassen aan de culturele achtergrond van verdachten,
vergroot dat de kans op het achterhalen van de waarheid.
Noot voor de pers
Karlijn Beune deed haar promotieonderzoek binnen de
vakgroep Psychologie & Communicatie van Gezondheid &
Risico. Zij werd begeleid door prof. dr. Karen van Oudenhoven-Van
der Zee, prof. dr. Hubert Coonen en dr. Ellen Giebels. Het
proefschrift Talking Heads is op verzoek digitaal
beschikbaar.
Contactpersoon voor de pers: Rianne Wanders,
053-4892721.