| 1. |
Hiertoe dient de student tijdig, voor vertrek naar de buitenlandse
universiteit, een afspraak te maken met de afstudeerdocent. De student motiveert
het verzoek en voorziet het van de nodige (vak)informatie. |
| 2. |
De afstudeerdocent is verantwoordelijk voor de niveaubepaling aan het (de) in
het
buitenland gevolgde vak(ken). Hij kan dit delegeren aan een UT-docent die een vergelijkbaar
vak verzorgt. In principe moeten buitenlandse vakken een overeenkomstig niveau hebben met
M-vakken aan de UT. |
| 3. |
Indien een buitenlands vak niet inhoudelijk overeenkomt met een UT-vak, kan de
afstudeerdocent overwegen het als een "bijzonder onderwerpen"-vak op te laten
nemen. |
| 4. |
Er mogen geen buitenlandse vakken opgenomen worden die een overlap vormen met
reeds gedane of nog af te ronden reguliere UT-vakken. |
| 5. |
Er is geen automatische vertaling
van buitenlandse studiepunten naar UT studiepunten. De
afstudeerdocent bepaalt het aantal EC. |
| 6. |
Het maximaal op te voren aantal studiepunten voor buitenlandse vakken in het
M
kern- en /of keuzepakket is 30 EC. Meerdere vakken kunnen boven de 300 EC als 'extra
vakken' opgenomen worden. |
| 7. |
De gemaakte afspraken worden schriftelijk vastgelegd op het formulier
'OPNAME
BUITENLANDSE VAK(KEN)' en na ondertekening bij BOZ ingeleverd. |
| 8. |
De opleidingsdirecteur accordeert de aanvraag. Hij kan dit delegeren aan de
verantwoordelijke onderwijscoordinator. |
| 9. |
BOZ zal, indien mogelijk, de buitenlandse benaming van de vakken op het diploma
overnemen. |