UT: adviezen AED-Alert moeten opkomst lekenhulp beter reguleren
Door lekenhulpverleners (vrijwilligers met een reanimatie en eventueel AED-certificaat) alleen een sms-bericht te sturen als zij daadwerkelijk in de buurt van het slachtoffer zijn, kan onnodig sms verkeer tussen leek en Ambulance Oost bespaard blijven. Dat concludeert Annemieke Scholten, bachelorstudente Gezondheidswetenschappen aan de UT.
Elke week worden driehonderd Nederlanders buiten het ziekenhuis getroffen door een plotselinge hartstilstand. Snelle hulp in de vorm van reanimatie en defibrillatie is dan van levensbelang. Ambulances kunnen deze hulp echter niet altijd binnen de eerste cruciale zes minuten verlenen. Ambulance Oost, de Regionale Ambulance Voorziening voor Twente, startte daarom in 2006 het project ‘Stimulering Lekenhulpverlening Platteland Twente’ (SLPT). Door dit project kunnen burgers tegenwoordig, middels het alarmeringssysteem AED-Alert, opgeroepen worden om hulp te verlenen aan een slachtoffer met een hartstilstand bij hen in de buurt. Scholten onderzocht de afgelopen maanden, onder begeleiding van de vakgroep Health Technology & Services Research (HTSR) van de UT, de opkomst en de uitval onder leken. Daarnaast bracht zij de goedlopende zaken en verbeterpunten van het project SLPT in kaart.
Om de opkomst van lekenhulpverleners na oproepen van AED-Alert te bevorderen en de (onnodig) hoge opkomst van lekenhulpverleners tegen te gaan, is het voor Ambulance Oost van belang zorgvuldiger te alarmeren luidt het advies. Dit kan heel praktisch: onderzoek de straal van oproepgebieden en pas deze waar nodig aan, bekijk de mogelijkheden van Cell Broadcasting (GPS), benadruk lekenhulpverleners de vrijwillige opgave van het woon- of werkadres, laat leken de werkdagen en –tijden specificeren en bied lekenhulpverleners de mogelijkheid zich tijdelijk af te melden (bijvoorbeeld tijdens vakanties).
Daarnaast is het voor het succes van de lekenhulpverlening van belang de voorlichting aan en de begeleiding van lekenhulpverleners te verbeteren en meer aandacht te besteden aan de communicatie naar lekenhulpverleners en de buitenwereld.
Ondanks de geadviseerde professionaliseringsslag voor Ambulance Oost, welke al goed in gang gezet is door de organisatie, is AED-Alert een succes. Maarliefst 55 procent van de leken kon nog hulp verlenen bij het slachtoffer ter plaatse, door te reanimeren, defibrilleren maar voornamelijk assisteren; opvangen van naasten en betrokkenen of de ambulances en het ondersteunen van het ambulancepersoneel. De overige 45 procent van de leken heeft geen hulp meer kunnen verlenen, met name omdat de ambulance(s) of andere (leken)hulpverleners al ter plaatse waren.
Noot voor de pers:
Contactpersoon Universiteit Twente
drs. Janneke van den Elshout
Adviseur Wetenschapscommunicatie


