Major-Minor

Majors

In 1999 zijn 29 Europese ministers van onderwijs het eens geworden over een herstructurering van het hoger onderwijs in Europa, onder andere verwoord in de Bolognaverklaring. Als gevolg daarvan heeft de UT besloten al haar reguliere opleidingen vanaf het opleidingsjaar 2001 - 2002 cohortgewijs in de bachelor-masterstructuur aan te bieden.

Dat had gevolgen voor het toen al bestaande Major-minorsysteem. In de bachelor-masterstructuur zullen alle minors worden aangeboden in het eerste semester van het derde en dus laatste bachelorjaar.

Minors hebben een omvang van 20 European Credits (EC, zie vijf uitzonderingen onderaan deze pagina). De overige 160 EC van de driejarige bacheloropleiding wordt aangeduid met Major. Een complete UT-bacheloropleiding bestaat dus:

·

voor 8/9 uit Majoronderwijs en

·

voor 1/9 uit minoronderwijs.

Het gevolg is dat de term 'Major' synoniem is met 'bacheloropleiding exclusief de minor'. Voor informatie over Majors wordt u dan ook verwezen naar de websites van de verschillende bacheloropleidingen. De rest van deze site gaat louter over minors.

Bovenstaande structuur is dus van toepassing op studenten van de lichtingen 2001 en later. Studenten van de lichtingen 1999 en 2000 (voor CW ook de lichting 1998) die hun oorspronkelijke, ongedeelde opleiding willen voltooien, volgen hun minor in de oude structuur van vóór de invoering van de bachelor-masterstructuur, dat wil zeggen in hun één na laatste opleidingsjaar.

Minors

Een minor is een evenwichtig, samenhangend, afgerond, correct verroosterd (etc.) onderwijspakket van (minstens) 20 EC, zonder intrinsieke voorkennisproblemen, op derdejaars niveau. Deze en andere criteria worden getoetst in een validatieprocedure.

De bedoeling van een minor is het aan de student aanbieden van een platform voor de (verdere) ontwikkeling van een breed scala aan academische competenties*. Binnen ruime randvoorwaarden heeft de student de vrijheid om naar eigen inzicht een minor te kiezen. Studenten worden gestimuleerd een minor te kiezen die vér van hun eigen discipline af ligt. De ontwikkeling van sommige academische competenties - bijvoorbeeld het communiceren met niet-vakgenoten en het reflecteren op de eigen discipline - worden daardoor het beste ondersteund.

Er bestaan geïnstitutionaliseerde minors en individuele minors. Binnen die twee categorieën zijn nog weer nadere onder­verdelingen. Wie daarover meer wil lezen wordt verwezen naar het document Soorten minors (een soort "grondwet" voor UT-minors).

De voornaamste spelregels met betrekking tot minors zijn samengevat op de lezenswaardige pagina Organisatorische regels rond minors van deze website. Ze staan ook in de algemene minorvoorlichtingsbrochure, die tevens op papier beschikbaar is tijdens de minorvoorlichtingsmarkt.

In die spelregels rond minors wordt gesproken over de minortoelatingsmatrix en de minorspecifieke inhoudelijke ingangseisen die sommige minors stellen bovenop de algemene toelatingseis van 80 European Credits. Ook die zijn in papieren vorm verkrijgbaar tijdens de minorvoorlichtingsmarkt.

* Voor meer achtergrondinformatie over academische competenties, zie de publicatie "Criteria voor Academische Bachelor- en Mastercurricula" van de drie technische universiteiten.

Vijf themaminors hebben een afwijkende studielast of kunnen die hebben:

·

Global Human Resources Management & Technology (altijd 30 EC)

·

Innovation & Entrepreneurship (20 óf 30 EC)

·

International Management & Exploration (20 EC voor studiereis variant en 30 EC voor internationale stage variant )

·

Leren Lesgeven (20 EC, in sommige gevallen uit te breiden tot 30 EC)

·

Sustainable Development in Developing Countries (20 óf 25 EC)

Opmerking:
De minor
Financial Engineering is 20 EC maar eventueel uit te breiden tot 30 EC door aan te sluiten bij het vakkenpakket dat wordt aangeboden aan Exchange studenten.