Doelen en Eindtermen
Doelen
1. |
Doelstelling van de bacheloropleiding is het opleiden van academische bachelors die in staat zijn efficiënt en effectief ICT-systemen en hun toepassingen van hoge kwaliteit te ontwerpen en af te stemmen op hun gebruikscontext. De bachelors beschikken hiertoe over inzicht in en ervaring met het benutten van modellen, (formele) methoden, gereedschappen en hun onderliggende concepten. De bacheloropleiding richt zich op de ontwikkeling van een combinatie van wetenschappelijke onderzoekende houding, gedegen technische kennis en inzicht en ervaring met het selecteren en geïntegreerd toepassen van deze kennis in een ontwerpproces. Dit stelt de bachelors in staat om op wetenschappelijke, ethisch en maatschappelijk verantwoorde wijze geavanceerde ICT-technologie toe te passen en bij te dragen aan verdere ontwikkeling in het vakgebied. Daarnaast stelt dit de bachelors in staat om zich in een masteropleiding te specialiseren op een specifiek soort, of aspect van, ICT systemen en/of toepassingen en hun ervaring met wetenschappelijk onderzoek uit te breiden. Door het aanbieden van activerend, uitdagend en op ontwerpen gericht onderwijs waarin het combineren van kennis, kwaliteit, creativiteit en technologische ontwikkelingen centraal staan wordt de bachelor voorbereid op een toekomst waarin professionele kennis voortdurend wordt aangevuld en beargumenteerd toegepast. |
1. |
De bacheloropleiding Technische Informatica heeft, in aanvulling op het hierboven gestelde, haar doel als volgt verwoord. |
· |
het ontwikkelproces van software (software engineering); |
· |
de integratie van hardware en software; |
· |
het ontwikkelen van informatiesystemen; |
· |
het ontwikkelen van intelligente systemen; |
· |
de interactie tussen mens en machine; |
· |
het ontwikkelen van netwerk- en communicatiesystemen. |
Eindtermen
De algemene eindtermen voor een afgestudeerde Bachelor of Science van de Universiteit Twente zijn als volgt:
Domein Technische Informatica
De kennis en ervaring met betrekking tot het domein Technische Informatica is als volgt:
1. |
De bachelor heeft kennis en inzicht in het vakgebied Technische Informatica. |
Deze kennis omvat:
a. |
Basis kennis uit de wiskunde relevant voor het specificeren en evalueren van systeemeigenschappen. |
b. |
Software ontwikkeling en daarvoor beschikbare formele methoden, technieken en gereedschappen. |
c. |
Inzicht in de levenscyclus van systemen en het valideren en verifiëren van functionele en kwaliteits eigenschappen van systeem. |
d. |
Inzicht in organisatorische en sociaal economische aspecten van het ontwerp en de invoering van systemen |
e. |
Computerarchitectuur, computerorganisatie en de interactie tussen hardware en software. |
f. |
Programmeren, gegevensstructuren, en gegevensopslag. |
g. |
Webtechnologie en andere technologie. |
h. |
Intelligente systemen en interactie tussen mensen en machines. |
i. |
Netwerken en communicatiesystemen. |
j. |
Security en performance aspecten. |
k. |
Inzicht in de geschiedenis en filosofie van de informatica en wetenschap in het algemeen. |
Ontwerpen
1. |
De bachelor is in staat bij het ontwerpen van systemen relevante domeinkennis geïntegreerd toe te passen. |
2. |
De bachelor is in staat om op basis van een globale beschrijving een probleem in kaart te brengen en hiervoor een oplossing te specificeren. |
3. |
De bachelor is in staat om oplossingen/systemen te ontwerpen en hierbij methoden, technieken en modellen te selecteren en te benutten. |
4. |
De bachelor is in staat oplossingen/systemen te evalueren op hun eigenschappen en op basis hiervan een keuze te maken tussen verschillende oplossingen en deze keuze te verantwoorden. |
Onderzoeken
2. |
De bachelor is in staat op een kritische manier problemen in het vakgebied te analyseren. |
3. |
De bachelor is in staat om op een systematische manier een onderzoek op te zetten en uit te voeren. |
4. |
De bachelor is in staat om op een deelgebied bij te dragen aan de ontwikkeling van het vakgebied. |
Organiseren
1. |
De bachelor is in staat zelfstandig benodigde kennis te verwerven en zich zelfstandig nieuwe kennis en vaardigheden eigen te maken. |
2. |
De bachelor is in staat ethische, sociale, culturele en maatschappelijke aspecten van problemen, oplossingen en ontwikkelingen binnen het vakgebied te analyseren en bespreken. |
3. |
De bachelor heeft inzicht in het functioneren van teams en is in staat om samen te werken in een team en met diverse belanghebbenden (zoals opdrachtgever en gebruiker). |
4. |
De bachelor is in staat, zowel mondeling als schriftelijk, effectief en efficiënt te communiceren met vakgenoten en niet-vakgenoten. |
5. |
De bachelor is in staat werkprocessen te organiseren en hierop te reflecteren. |
6. |
De bachelor kan een standpunt innemen en dit standpunt onderbouwen ten aanzien van een ontwerp of wetenschappelijk betoog. |
7. |
De bachelor is multidisciplinair ingesteld en heeft kennis van tenminste één ander vakgebied. |