Regeling Tegemoetkomingen in de kosten van verhuizing, huisvesting buiten de woonplaats en woon-werkverkeer Universiteit Twente

I Begripsbepalingen

Artikel 1

Dit reglement verstaat onder:

a.

beheerder: de decaan van een faculteit of de directeur van een dienst

b.

partner: degene waarmee het personeelslid gehuwd is of duurzaam samenwoont

c.

personeelslid: degene met een dienstverband bij de universiteit

d.

standplaats: het gebied binnen een straal van ongeveer 30 kilometer van de campus van de universiteit volgens de postcodetabel

e.

universiteit: Universiteit Twente

f.

vervoerbewijs: OV-jaarkaart, maand- of jaartrajectkaart voor vervoer per bus of trein.

II Verhuizing

Artikel 2

1.

Het personeelslid dat op het moment van indiensttreding buiten de standplaats woont en een dienstverband heeft van minimaal twee jaar, of waarbij vaststaat dat het dienstverband twee jaar of langer gaat duren, heeft recht op een tegemoetkoming in de verhuiskosten als hij zich binnen twee jaar na indiensttreding binnen de standplaats vestigt.

2.

Door de verhuizing is de reisafstand tussen de woning van het personeelslid en de universiteit met tenminste 50% bekort.

3.

De tegemoetkoming in de verhuiskosten bedraagt 12% van het bruto jaarsalaris inclusief vakantie-uitkering, afgeleid van het salaris dat geldt op de dag van verhuizing, met een maximum van € 5.445.
Sinds 1 januari 2009 mag de universiteit deze tegemoetkoming uitsluitend belastingvrij uitkeren indien de reisafstand tussen de nieuwe woning en de werkplek minder dan 10 kilometer bedraat. In alle overige gevallen worden op de tegemoetkoming loonheffingen ingehouden.

4.

Twee personeelsleden die elkaars partner zijn, hebben beiden recht op 50% van de in het vorige lid bedoelde tegemoetkoming. De vergoeding wordt berekend op basis van degene met het hoogste bruto maandsalaris.

5.

De tegemoetkoming in de verhuiskosten wordt slechts eenmaal verstrekt.

6.

Als het personeelslid of zijn partner voor dezelfde verhuizing al op een andere wijze een tegemoetkoming ontvangt, dan wordt slechts het verschil uitbetaald tussen deze tegemoetkoming en de tegemoetkoming die de universiteit anders zou hebben verstrekt.

7.

De beheerder kan met personeelsleden met een dienstverband van minder dan twee jaar afspraken maken die afwijken van dit artikel.

Artikel 3

1.

Als het personeelslid zich in verband met zijn indiensttreding vanuit het buitenland in de standplaats vestigt, kan de beheerder beslissen om tevens bijzondere kosten te vergoeden die direct verband houden met de verhuizing vanuit het buitenland.

2.

Eveneens kan de beheerder beslissen dat bij verhuizing als bedoeld in het vorige lid slechts tot een maximum aantal m3 van de boedel wordt vergoed.

Artikel 4

1.

Het personeelslid dient binnen twee maanden na de verhuizing bij de beheerder een gedateerd en ondertekend aanvraagformulier verhuiskostenvergoeding in.

2.

De tegemoetkoming in de verhuiskosten wordt uitsluitend uitbetaald via de salarisadministratie van de universiteit.

Artikel 5

1.

Het personeelslid dat binnen twee jaar na zijn verhuizing op eigen verzoek of als gevolg van aan hem zelf te wijten feiten of omstandigheden wordt ontslagen, is verplicht de tegemoetkoming als bedoeld in de vorige artikelen terug te betalen.

2.

Het terug te betalen bedrag wordt voor iedere maand dat het personeelslid na zijn verhuizing in dienst is geweest, verminderd met 1/24 deel van de tegemoetkoming die is verstrekt.

3.

De beheerder kan besluiten de verplichting tot terugbetaling geheel of gedeeltelijk te laten vervallen.

Artikel 6

1.

Personeelsleden zijn niet verplicht om naar de standplaats te verhuizen.

2.

De beheerder kan het personeelslid een verhuisplicht opleggen als het dienstbelang dit vordert.

3.

De beheerder deelt aan een nieuw personeelslid schriftelijk mee of hij verhuisplichtig is.

4.

Het personeelslid heeft aan de verhuisplicht voldaan, als hij zich in de standplaats vestigt.

III Huisvesting buiten de woonplaats

Artikel 7

1.

Het personeelslid dat na indiensttreding vanwege de reisafstand c.q. reistijd niet dagelijks heen en weer kan reizen tussen zijn woonplaats en de standplaats, heeft recht op een tegemoetkoming in de kosten van huisvesting buiten de woonplaats. De beheerder beslist of een dergelijke situatie zich voordoet.

2.

De tegemoetkoming wordt verleend voor maximaal twee jaar, gerekend vanaf de datum van indiensttreding.

3.

De hoogte van de tegemoetkoming bedraagt 75% van de kosten van de huisvesting buiten de woonplaats, met een maximum van € 227 per maand. De tegemoetkoming wordt uitbetaald na overlegging van betalingsbewijzen.

Artikel 8

1.

Het personeelslid dat een tegemoetkoming in de kosten van huisvesting buiten de woonplaats ontvangt, heeft recht op vergoeding van een vervoerbewijs om eenmaal per week naar zijn woonplaats te reizen. Als dat niet mogelijk is met openbaar vervoer, dan geldt een bedrag van
€ 0,18 per kilometer voor die reiskilometers waarbij niet van het openbaar vervoer gebruik kan worden gemaakt.

2.

Als het personeelslid in het buitenland woonachtig is, dan stelt de beheerder de vergoeding als bedoeld in het vorige lid vast.

3.

Het personeelslid dient bij de beheerder een aanvraag in voor een vergoeding van de kosten volgens dit artikel. De beheerder bepaalt van tevoren of het personeelslid vervoerbewijzen eerste of tweede klasse vergoed krijgt, dan wel of het personeelslid vrij is in deze keuze.

4.

De vergoeding wordt uitbetaald na overlegging van de betalingsbewijzen.

Artikel 9

1.

Het personeelslid met een dienstverband van twee jaar of korter zonder uitzicht op vaste dienst, heeft ook na twee jaar recht op een tegemoetkoming in de kosten van huisvesting buiten de woonplaats, indien de totale diensttijd door verlengingen langer wordt dan twee jaar.

2.

De tegemoetkoming volgens het vorige lid wordt nooit langer dan tot 5 jaar na indiensttreding toegekend.

IV Woon-werkverkeer

IVa Bijzondere gevallen

Artikel 10

1.

Het personeelslid dat om medische redenen geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer waardoor vervoer per auto of taxi noodzakelijk is, kan een tegemoetkoming in de kosten van woon-werkverkeer krijgen. De hoogte van de tegemoetkoming is vermeld in bijlage 1.

2.

De tegemoetkoming als bedoeld in het vorige lid wordt niet uitbetaald als het personeelslid reeds uit andere hoofde een tegemoetkoming voor woon-werkverkeer ontvangt.

3.

Het personeelslid dat op ongebruikelijke uren werkt en daardoor geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, kan een tegemoetkoming in de kosten van woon-werkverkeer krijgen zoals vermeld in bijlage 1.

4.

Het personeelslid dat voor zijn werkzaamheden veelvuldig gebruik moet maken van een auto, kan een tegemoetkoming in de kosten van woon-werkverkeer krijgen zoals vermeld in bijlage 1. De beheerder bepaalt of het gebruik van de auto noodzakelijk is.

IVb Tijdelijk personeel

Artikel 11

1.

Het personeelslid in tijdelijke dienst dat buiten de standplaats woont en voor woon-werkverkeer gebruik maakt van het openbaar vervoer, heeft recht op een tegemoetkoming in de kosten.

2.

De tegemoetkoming bedraagt 75% van de kosten openbaar vervoer als het personeelslid eerste klasse reist en 100% van de kosten openbaar vervoer als het personeelslid tweede klasse reist.

1.

De tegemoetkoming wordt uitbetaald na overlegging van het vervoerbewijs.

1.

Het personeelslid kan een regeling treffen waarbij hij een voorschot ontvangt voor aanschaf van het vervoersbewijs. De aflossing van het voorschot vindt plaats via een maandelijkse inhouding op het salaris.

V Slotbepalingen

Artikel 12

1.

De beheerder kan ten gunste van het personeelslid van deze regeling afwijken.

2.

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet of kennelijk tot onbillijkheden leidt beslist het College van Bestuur.