Werkwijze herplaatsingscommissie
1. Taak commissie
De commissie heeft als taak om voor werknemers die als herplaatsingskandidaat zijn aangewezen een herplaatsingsonderzoek uit te voeren gericht op herplaatsing in een passende functie binnen de UT. Van een passende functie is sprake indien de werkzaamheden aansluiten bij de opleiding, ervaring en capaciteiten van de werknemer. Daarbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Bepalend is of de functie op inhoudelijke gronden als passend kan worden gekwalificeerd. Mochten er meerdere werknemers geschikt zijn voor dezelfde functie dan vindt plaatsing plaats in de omgekeerde afvloeiingsvolgorde.
2. Bevoegdheid commissie
De commissie is bevoegd om werknemers die als herplaatsingskandidaat zijn aangewezen te plaatsen op een passende functie binnen de UT.
3. Samenstelling commissie
De herplaatsingscommissie is als volgt samengesteld:
Drs. D. Korringa
Mevrouw J. Berger RA
Dr. J. Verberne
De herplaatsingscommissie wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris, mevrouw mr. A. Smit.
4. Herplaatsingkandidaat
Een werknemer van de UT kan in de volgende situaties door de beheerder (dienstdirecteur, decaan, College van Bestuur) als herplaatsingkandidaat worden aangewezen:
- |
vanwege het opheffen van zijn functie |
- |
vanwege overtolligheid |
- |
vanwege ziekte |
- |
vanwege voorgenomen ontslag wegens (niet verwijtbare) onbekwaamheid en ongeschiktheid van de werknemer voor zijn functie |
- |
vanwege omstandigheden in de persoonlijke sfeer (bijvoorbeeld een arbeidsconflict) |
Een herplaatsingkandidaat heeft een voorrangspositie bij vacatures. Onder vacature wordt verstaan: alle vrijvallende en weer te bezetten posities van een half jaar of langer, die hetzij op tijdelijke basis, hetzij voor onbepaalde tijd moeten worden ingevuld (zie kaderregeling werving en selectie UT 1998).Vacatures zijn ook functies die als gevolg van de reorganisatie nieuw zijn ontstaan.
De herplaatsingkandidaat is gehouden actief mee te werken aan het herplaatsingonderzoek en een aangeboden passende functie te aanvaarden.
5. Begeleidingsplan
Bij de aanmelding van een herplaatsingkandidaat bij de commissie is een begeleidingsplan gevoegd. De P&O adviseur van de betrokken eenheid stelt dit plan op in overleg met de werknemer. De inhoud van het begeleidingsplan is als volgt:
- |
reden herplaatsingonderzoek |
- |
voorziene ontslagdatum |
- |
termijn herplaatsingonderzoek |
- |
huidige functie + belangrijkste taken |
- |
wensen en mogelijkheden |
- |
capaciteiten en vaardigheden |
- |
passende (andere) functie |
- |
de mogelijk door de beheerder al verrichte inspanningen |
- |
afspraken die zijn gemaakt met betrekking tot het flankerend beleid (bijvoorbeeld loopbaanbegeleiding, scholing). |
6. Herplaatsingonderzoek
De termijn van het herplaatsingonderzoek staat vermeld in het begeleidingsplan. De termijn is afhankelijk van de reden van het herplaatsingonderzoek (zie onder punt 4) of de afspraken die over de termijn worden gemaakt. Bij reorganisaties is de CAO Nederlandse universiteiten leidend. In de overige situaties wordt er per individu een afspraak gemaakt, waarbij bij het bepalen van de duur van het onderzoek het redelijkheidcriterium wordt gebruikt.
Gedurende het herplaatsingonderzoek zoekt de herplaatsingscommissie naar een passende functie binnen de UT. Dit doet de commissie enerzijds door het screenen van vacatures op passendheid en anderzijds door het actief benaderen van eenheden (bijvoorbeeld in het overleg met de P&O adviseurs en in het overleg met de dienstdirecteuren, directeuren bedrijfsvoering) met het doel om tijdig mogelijkheden te signaleren.
7. Werkwijze
· |
De commissie stelt de kandidaat schriftelijk op de hoogte van de werkwijze van de commissie. |
· |
De commissie nodigt de herplaatsingkandidaat uit voor een kennismakingsgesprek. |
· |
De commissie gaat bij haar herplaatsingonderzoek uit van het begeleidingsplan. |
· |
Het CvB draagt zorg voor de aanmelding van vacatures bij de commissie. De commissie screent de vacatures op passendheid voor de herplaatsingkandidaten. Indien de herplaatsingscommissie van mening is dat de aangemelde vacature wellicht passend is voor een herplaatsingkandidaat, blokkeert ze de vacature. De vacaturehouder wordt hierover geïnformeerd door de herplaatsingscommissie. |
· |
Indien de commissie dat nodig vindt, voert de commissie een gesprek met de herplaatsingkandidaat over de vacature. |
· |
De vacaturehouder houdt een oriënterend gesprek met de herplaatsingkandidaat. Een afgevaardigde van de herplaatsingscommissie is hierbij als toehoorder aanwezig. Zowel de vacaturehouder als de herplaatsingkandidaat worden vervolgens door de herplaatsingscommissie in de gelegenheid gesteld om mondeling dan wel schriftelijk hun bevindingen ten aanzien van de passendheid aan te geven. |
· |
Mede op basis van deze informatie maakt de commissie een eigen afweging en neemt een gemotiveerde beslissing. De beslissing kan zijn: geen plaatsing, proefplaatsing met of zonder scholing, plaatsing met of zonder scholing. |
· |
Indien de herplaatsingkandidaat na afloop van de herplaatsingtermijn niet is herplaatst sluit de herplaatsingscommissie het herplaatsingonderzoek af en rapporteert haar bevindingen aan het College van Bestuur en aan de beheerder van de eenheid waar de herplaatsingkandidaat werkzaam was. |
8. Rapportage
De herplaatsingscommissie maakt elk jaar een vertrouwelijk verslag van haar werkzaamheden ten behoeve van het College van Bestuur. Het College van Bestuur zal het OPUT hierover informeren.