Bezwaar en beroep
Als u het niet eens bent met een beslissing die gevolgen heeft voor uw rechtspositie, dan zijn er verschillende mogelijkheden om dat kenbaar te maken. Zo kunt u op informele wijze uw wensen of gerezen bezwaren kenbaar maken bij uw directe chef en/of uw P&O-adviseur.
U kunt ook de formele weg volgen. Dit doet u door een bezwaarschrift bij het College van Bestuur in te dienen. Zowel u als het College van Bestuur dienen zich te houden aan de voorschriften die de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorschrijft. Hieronder wordt dit nader beschreven.
Bezwaar
U kunt tegen elke beslissing van uw decaan, dienstdirecteur of het College van Bestuur, die gevolgen heeft voor uw rechtspositie, een bezwaarschrift indienen. Ingeval van personele zaken gaat het dan bijvoorbeeld om een ontslagbesluit, een opgelegde disciplinaire maatregel, een overplaatsingsbesluit of de hoogte van een ontvangen vergoeding. Het bezwaarschrift dient u binnen zes weken na bekendmaking van het besluit in bij het College van Bestuur. De doelstelling van de bezwaarschriftenprocedure is volledige heroverweging van het oorspronkelijke besluit door het College van Bestuur. Daarbij kijkt het College van Bestuur naar de situatie op dat moment, wat betekent dat ook zaken die pas na de beslissing bekend zijn geworden een rol kunnen spelen.
Beroep
De Awb voert de regel in dat beroep op de rechter openstaat voor beslissingen van het bestuursorgaan (College van Bestuur) die op een bezwaarschrift, dus na volledige heroverweging, zijn genomen. In principe staat beroep open op twee rechters: de naast hogere en de hogere. De naast hogere rechter is de Rechtbank, waar gespecialiseerde rechters oordelen over het beroep (sector Bestuursrecht van de Arrondissementsrechtbank te Almelo). Het hoger beroep dient bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht.
De rechter oordeelt op een andere manier dan het College van Bestuur bij een bezwaar. De rechter gaat na of het College van Bestuur ten tijde van het nemen van de bestreden beslissing in redelijkheid tot die beslissing heeft kunnen komen. Met andere woorden: de rechter kijkt alleen of de beslissing niet ’kennelijk onredelijk’ is en vraagt zich af of een redelijk denkend mens zo’n beslissing genomen zou kunnen hebben. Hij vraagt zich dus niet af of hij zelf die beslissing ook zo genomen zou hebben. Men noemt deze rechterlijke toetsing ’de marginale toetsing’.
Termijn
De Awb kent een uniforme termijn van zes weken voor alle bezwaar- en beroepsprocedures. Deze termijn vangt aan met ingang van de dag volgend op die waarop het besluit bekend is gemaakt (in de praktijk de dag na die van de verzending). Het bezwaar-/beroepschrift is tijdig ingediend indien het uiterlijk op de laatste dag van de termijn ter post is bezorgd. Het moet niet later dan een week na afloop van de termijn zijn ontvangen. De indiener moet kunnen aantonen dat het geschrift tijdig is verzonden.
Als een bezwaarschrift niet tijdig is ingediend, dan volgt een niet-ontvankelijk verklaring. Dit betekent dat er niet naar de inhoud van de zaak wordt gekeken. In zeer uitzonderlijke situaties wordt een termijnoverschrijding verschoonbaar geacht. Een voorbeeld is het feit dat in het bestreden besluit niet is vermeld dat bezwaar of beroep mogelijk is. De termijnoverschrijding mag maximaal enkele weken (en geen jaren) bedragen.
De Awb kent tevens de regeling van de fictieve weigering: als niet (tijdig) door het College van Bestuur een besluit is genomen, dan wordt dit gelijk gesteld met een afwijzende beslissing en heeft de belanghebbende het recht om een bezwaarschrift in te dienen. Het bezwaar tegen een fictieve weigering is niet aan een expliciete termijn gebonden. Het kan echter niet-ontvankelijk worden verklaard indien het onredelijk laat is ingediend. Als hangende de procedure door het bestuursorgaan alsnog een besluit wordt genomen, dan wordt het bezwaar geacht mede hiertegen te zijn gericht.
Vormvereisten
De Awb geeft een aantal vormvereisten. Het bezwaar- of beroepschrift bevat tenminste:
· |
naam en adres van de indiener (de belanghebbende/de medewerker); |
· |
ondertekening door de indiener; |
· |
de dagtekening; |
· |
een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht; |
· |
de gronden waarop de indiener het bezwaar of het beroep wil baseren. |
Het bezwaar-/beroepschrift hoort te eindigen met een verzoek, waarin de indiener aangeeft wat hij met het bezwaar of beroep wil bereiken. De indiener overlegt tevens een kopie van het bestreden besluit. Heeft de indiener niet (voldoende) aan alle voorwaarden voldaan, dan wordt hij in de gelegenheid gesteld om het ’verzuim’ te herstellen. Bijvoorbeeld: wanneer de gronden waarop het beroep of bezwaar rust ontbreken.
Door het indienen van een bezwaar- of beroepschrift wordt de werking van een bestreden beslissing niet opgeschort. Dit betekent dat de beslissing gewoon wordt uitgevoerd alsof geen bezwaar of beroep is ingesteld. Door het instellen van hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep wordt de uitspraak van de Rechtbank ook niet opgeschort.
Als de indiener van het bezwaar- of beroepschrift het noodzakelijk vindt dat de bestreden beslissing wel wordt opgeschort, bijvoorbeeld omdat anders een onherroepelijke situatie ontstaat, kan hij hiertoe een verzoek indienen bij de president van de Rechtbank. Dit wordt een ’verzoek om een voorlopige voorziening’ genoemd.
Op de regel dat het indienen van een bezwaarschrift het besluit niet opschort, wordt in de CAO Nederlandse Universiteiten een uitzondering gemaakt. In artikel 12.7 lid 3 is bepaald dat een ontslag wegens opheffing functie, overtolligheid van personeel, het verlies van een vereiste voor benoembaarheid of wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid niet eerder in gaat dan een week nadat de werkgever de beslissing op het bezwaar heeft genomen.
Proceskosten
Met de term ’griffierechten’ worden bedoeld de kosten die zijn verschuldigd voor het voeren van een beroepsprocedure. Aan het indienen van een bezwaarschrift bij het College van Bestuur zijn geen kosten verbonden. Het voeren van een procedure bij de Rechtbank tegen een besluit van het College van Bestuur kost € 95,29. Bij de Centrale Raad van Beroep bedraagt het griffierecht € 142,94.
De rechter kan het College van Bestuur veroordelen in de kosten als het college in het ongelijk wordt gesteld. De belanghebbende wordt alleen in de kosten veroordeeld wanneer hij ’kennelijk onredelijk gebruik heeft gemaakt van procesvoorzieningen’.
Horen belanghebbende
Ten behoeve van de beslissing op bezwaar heeft het College van Bestuur op de voet van artikel 7:13 Awb een adviescommissie ingesteld. Deze Bezwarencommissie personele aangelegenheden Universiteit Twente is op 1 januari 2009 van start gegaan en adviseert het College over de te nemen beslissingen op bezwaar. In de regel hoort de Bezwarencommissie degene die bezwaar heeft gemaakt en een vertegenwoordiger van het College van Bestuur. Beide partijen kunnen op een dergelijke hoorzitting hun standpunten mondeling toelichten. Van het horen wordt een verslag gemaakt. De Bezwarencommissie stuurt haar advies (inclusief het verslag van de hoorzitting) naar het College van Bestuur. Van het horen kan slechts worden afgezien als het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, of wanneer de belanghebbende verklaart geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord. Op de werkwijze van de Bezwarencommissie is de Regeling Bezwarencommissie personele aangelegenheden Universiteit Twente van toepassing. Klik hier voor de volledige tekst van deze regeling.
Jaarverslag bezwarencommissie 2009
Jaarverslag bezwarencommissie 2010
Uitspraak
Voordat de zaak inhoudelijk wordt bekeken, beoordeeld het College van Bestuur dan wel de rechter of het bezwaar/beroep ontvankelijk is. Dit betreft onder meer de vraag of bij het indienen van het bezwaar/beroep de wettelijke termijn in acht is genomen. Als het bezwaar/beroep ontvankelijk wordt verklaard, volgt een inhoudelijke beoordeling. Wordt het bezwaar/beroep niet-ontvankelijk verklaard, dan komt het College van Bestuur of de rechter niet aan een inhoudelijke beoordeling toe.
De inhoudelijke beoordeling houdt in de bezwaarprocedure een volledige heroverweging in van het bestreden besluit. Zo nodig wordt de betrokken faculteit of dienst om een reactie op het bezwaarschrift gevraagd. Vervolgens zal Concerndirectie Human Resources aan het College van Bestuur een advies uitbrengen over een beslissing op het bezwaarschrift. Bij een bezwaarschrift over een ontslag wordt er advies uitgebracht door een adviescommissie zoals bedoeld in artikel 7:13 Awb. Voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft (indien het bezwaar dus gegrond wordt geacht), herroept het College het bestreden besluit en neemt het, voor zover nodig, in de plaats daarvan een nieuw besluit
.
De Rechtbank verklaart het beroep (geheel of gedeeltelijk) gegrond dan wel ongegrond. Indien de Rechtbank het beroep gegrond verklaart, dan vernietigt zij het bestreden besluit geheel of gedeeltelijk. Zij kan het College van Bestuur opdracht geven een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar uitspraak, dan wel kan zij bepalen dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Het beroep wordt gegrond verklaard indien:
· |
het bestreden besluit in strijd is met enig algemeen verbindend voorschrift; |
· |
het College van Bestuur bij het nemen van de beslissing van zijn bevoegdheid kennelijk tot een ander doel gebruik heeft gemaakt dan tot de doeleinden waarvoor die bevoegdheid is gegeven; |
· |
het College van Bestuur bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot de bestreden beslissing heeft kunnen komen; |
· |
de beslissing in strijd is met enig ander in het algemeen rechtsbewustzijn levend beginsel van behoorlijk bestuur. |
Als u meer informatie wilt hebben over de procedures voor bezwaar en beroep kunt u terecht bij de juridisch medewerker van Concerndirectie Human Resources, Mr. Eveline Hooftman- van Rietschoten telefoon 2608. In een eventueel gerechtelijk geding kan zij echter niet als uw persoonlijke raadsvrouw optreden, omdat zij als gemachtigde van het College van Bestuur is aangewezen.