Printers en kopieerapparaten
De afgelopen tijd is er in de media regelmatig aandacht voor mogelijke gezondheidseffecten van printers en kopieerapparaten op de werkplek vanwege de blootstelling aan tonerstof. Op deze pagina vindt u achtergrondinformatie over toner en een advies voor het plaatsen van printers en kopieerapparaten binnen de UT, teneinde eventuele gezondheidsklachten te voorkomen.
Achtergrond informatie toner
Tonerstof is een zeer fijnkorrelig mengsel van verschillende stoffen:
· |
harspartikels om de toner op het papier te smelten en te fixeren; |
· |
carbon black (koolzwart); |
· |
kleurpigmenten; |
· |
magnetiseerbare metaaloxiden om elektrostatische lading te kunnen opwekken. |
Toner wordt vooral gebruikt in (laser)printers, kopieerapparaten en faxen.
Door het gebruik van toner in fotokopieermachines, laserprinters en faxen kunnen schadelijke stoffen worden geproduceerd en uitgestoten. Bijvoorbeeld:
· |
stikstofdioxide (NO2); |
· |
tonerpoeder (fijn stof, carbon black), dat soms deeltjes zware metalen kan bevatten (kwik, kobalt, nikkel); |
· |
gechloreerde koolstofverbindingen; |
· |
papierstof; |
· |
vluchtige organische stoffen, zoals benzeen, styreen en tolueen; |
· |
ozon (O3): vooral oudere apparatuur, moderne apparatuur veel minder. |
Een aantal van deze stoffen kan hinder veroorzaken, en in sommige gevallen ook schade aan de gezondheid van werknemers. Onderzoek wijst uit dat bij lage concentraties stof geen gezondheidsrisico te verwachten is.
Printers en kopieerapparaten komen veel voor binnen de UT. Faxen ook, maar het gebruik hiervan is over het algemeen gering. De veelal aanwezige moderne printers en kopieerapparaten verspreiden veel minder ozon dan oude apparaten. Slecht onderhoud en veroudering kunnen dat soms wel weer doen toenemen. Onderhoud en vervanging van onderdelen zoals interne filters beperken de emissies en moeten daarom regelmatig volgens voorschrift plaatsvinden.
Voor schadelijke stoffen gelden zogenaamde grenswaarden (MAC-waarde), die de maximale concentratie van een stof in de lucht aangeven. Normen als de MAC-waarden mogen niet overschreden worden. In het geval van toner zijn o.a. de volgende stoffen van belang: ozon, carbon black (roet), stikstofdioxide en papierstof.
De MAC- waarde voor deze stoffen kan mogelijk worden overschreden door intensief gebruik van slecht onderhouden apparaten en bij gebruik van apparatuur in een te kleine, slecht geventileerde ruimte.
Advies voor het plaatsen van laserprinters en kopieerapparaten
Laserprinters en kopieerapparaten worden ingedeeld in de volgende volume-klasses:
· |
laag volume: minder dan 5000 kopieën per maand; |
· |
midden volume: meer dan 5000, maar minder dan 50.000 kopieën per maand; |
· |
hoog volume: meer dan 50.000 kopieën per maand. |
Kopieerapparaten, faxen en laserprinters leiden op de kantoorwerkplek eerder tot klachten als meer apparaten bij elkaar geplaatst zijn of als het een midden- of hoogvolume-apparaat betreft. Bij een middenvolume-apparaat is plaatsing in een aparte ruimte of op een goed geventileerde gang noodzakelijk. Bij een hoogvolume-apparaat zijn plaatsing in een ‘reproruimte’ en bronafzuiging nodig.
Laagvolume apparaten mogen op de werkkamer staan, maar bij voorkeur zover mogelijk van de werkplek geplaatst.
Een optie kan ook zijn om in plaats van een laserprinter een inktjet printer te gebruiken.
Advies voor het vervangen van toner
De huidige toners van printers zijn vrijwel gesloten systemen (cassettes) en er is bij verwisseling weinig kans op blootstelling aan tonerstof. Dit geldt niet voor bepaalde tonerbussen bij o.a. kopieerapparaten.
Voor het wisselen van deze toner worden de volgende tips gegeven:
· |
Verwissel nooit de toner met uw blote handen. Draag wegwerphandschoenen en bij voorkeur een wegwerp stofmasker; |
· |
Verpak de toner goed in een plastic zak en voer hem af als gevaarlijk afval. |