Nabestaandenpensioen

Partner

Als u overlijdt, heeft uw partner recht op een nabestaandenpensioen van het ABP. De hoogte van dit nabestaandenpensioen is afhankelijk van de situatie op het moment van uw overlijden en van de keuzes die u met betrekking tot uw pensioen heeft gemaakt. Zo spelen bijvoorbeeld uw inkomen, leeftijd en het aantal pensioenjaren dat u bij het ABP heeft opgebouwd een rol. Ook de leeftijd van uw partner is van belang. Verder is het mogelijk dat ook een ex-partner recht heeft op nabestaandenpensioen. Heeft u bij het ABP een partnerpluspensioen afgesloten of heeft u uw nabestaandenpensioen ingeruild voor een hoger ouderdomspensioen, dan is ook dat van invloed op de hoogte van het nabestaandenpensioen dat uw partner ontvangt.

Overlijdt u vóór uw 62ste, dan bedraagt het nabestaandenpensioen in de regel 5/7 deel van het ouderdomspensioen dat u tot uw 62ste bij het ABP zou hebben opgebouwd. Overlijdt u na uw 62ste maar voor uw 65ste, of bent u met FPU, dan bedraagt het nabestaandenpensioen 5/7 van het ouderdomspensioen dat u daadwerkelijk heeft opgebouwd. Overlijdt u op of na 65 jaar, dan bedraagt het nabestaandenpensioen over de pensioenjaren die u tot 1 januari 2004 heeft opgebouwd 5/7 deel van het ouderdomspensioen. Over de pensioenjaren die u na 1 januari 2004 heeft opgebouwd bedraagt het nabestaandenpensioen 5/14 van het ouderdomspensioen.

Is uw partner nog geen 65 jaar, dan ontvangt hij of zij naast het nabestaandenpensioen van het ABP mogelijk een nabestaandenuitkering (Anw) van de Sociale verzekeringsbank. De hoogte van deze Anw-uitkering is afhankelijk van het eigen inkomen van uw partner. Krijgt uw partner geen of slechts een gedeeltelijke Anw-uitkering, dan kan het zijn dat uw partner een Anw-compensatie van het ABP ontvangt. De hoogte van deze compensatie is afhankelijk van het aantal pensioenjaren dat u bij het ABP heeft opgebouwd.

Als uw partner 65 jaar of ouder is, dan ontvangt hij of zij naast het nabestaandenpensioen van het ABP een AOW-uitkering van de Sociale Verzekeringsbank.

Kinderen

Heeft u op het moment van overlijden kinderen jonger dan 21 jaar die niet getrouwd zijn en geen officiële partner hebben, dan hebben zij recht op een wezenpensioen van het ABP. Dit wezenpensioen bedraagt per kind 1/7 deel van het ouderdomspensioen dat u bij het ABP heeft opgebouwd. Alle kinderen samen ontvangen maximaal 5/7 deel van dit ouderdomspensioen. Zijn beide ouders overleden, dan ontvangt elk kind 2/7 deel van uw ouderdomspensioen. Het maximum voor alle kinderen samen blijft 5/7 deel. Het wezenpensioen van het ABP stopt zodra het kind 21 jaar wordt of een officiële relatie aangaat.

Is er sprake van een kind onder de 18 jaar, dan verhoogt de Sociale Verzekeringsbank de Anw-uitkering van uw partner met een halfwezentoeslag. Zijn beide ouders overleden en is een kind jonger dan 16 jaar, dan heeft het kind recht op een wezenuitkering Anw.

Overlijdensuitkering

De Universiteit Twente betaalt uw salaris uit tot en met de laatste dag van de maand van overlijden. Daarnaast ontvangt uw partner een netto uitkering die gelijk is aan uw bruto salaris over een tijdvak van drie maanden.

Pensioenoverzicht

Jaarlijks ontvangt u van het ABP een pensioenoverzicht. Op dit overzicht ziet u onder andere hoeveel nabestaandenpensioen u heeft opgebouwd.

Klik hier voor meer informatie over het Nabestaandenpensioen en het Partnerpluspensioen van het ABP.