Beleid en Regeling Adjunct-hoogleraren Universiteit Twente

Regeling adjunct-hoogleraren Universiteit Twente 2011

Regeling adjunct-hoogleraren Universiteit Twente 2011 (kenmerk 394.121/HR)

In deze notitie wordt beschreven op welke wijze de UT met het adjunct-hoogleraarschap om wil gaan. Eerst volgen de algemene uitgangspunten en deze worden uitgewerkt in een Regeling adjunct-hoogleraren waarin de arbeidsvoorwaardelijke kant van het adjunct-hoogleraarschap is uitgewerkt.

Algemene uitgangspunten

In het hooglerarenbeleid van de Universiteit Twente wordt een nieuwe hoogleraar geïntroduceerd, de adjunct-hoogleraar. De positie van adjunct-hoogleraar is, conform de CAO NU, een loopbaanstap na de Tenure Track, volgend op een positie als associate-professor (UHD 2, zonder promotierecht) en voorafgaand aan de positie van full-professor (Hoogleraar 2). In het volgende schema van de wetenschappelijke loopbaan UT, is de adjunct-hoogleraar opgenomen.

De adjunct-hoogleraar is een hoogleraar zoals bedoeld in art. 9.19 van de WHW en heeft het ius-promovendi. Het ius-promovendi wordt door de adjunct-hoogleraar alleen uitgeoefend voor die promovendi die rechtstreeks toegewezen zijn aan de adjunct-hoogleraar.

Het adjunct-hoogleraarschap is alleen mogelijk voor UHD’s uit de Tenure Track. Dit betekent dat het facultaire Tenure Track beleid en de doorstroomcriteria ten behoeve van het adjunct-hoogleraarschap facultair geformuleerd moeten zijn en duidelijk gecommuniceerd moeten worden met de Tenure Tracker. Het adjunct-hoogleraarschap is daarmee alleen weggelegd voor de medewerkers in de Tenure Track die werkzaam zijn bij die faculteiten met vastgesteld facultair Tenure Track beleid (inclusief de doorstroomcriteria).

De adjunct-hoogleraar is in vaste dienst van de UT en wordt benoemd voor een maximale termijn van 5 jaar. Hij krijgt 5 jaar de tijd om zijn eigen onderzoekslijn verder uit te bouwen. Om voor een full-professorschap (hoogleraar 2) in aanmerking te komen, bepaalt de decaan het doorstroommoment. Dit moment moet liggen tussen 3 en 4 jaar na de benoeming als adjunct-hoogleraar. Bij een positief oordeel vindt doorstroom naar full-professor plaats. Bij een negatieve oordeel, keert de adjunct-hoogleraar terug naar de functie van UHD-1 en behoudt de betrokkene het ius promovendi voor die promovendi die hij op het moment van terugkeer begeleidt. Indien de adjunct-hoogleraar de stap naar hoogleraar 2 niet kan maken en terugkeert in de functie van UHD-1, zal met hem/haar gesproken worden over de consequenties hiervan, voor zijn loopbaan bij de UT. In principe zal hierbij het mogelijke vertrek van de UHD-1 expliciet besproken worden, waarbij uiteraard de CAO en de overige rechtspositionele kaders in acht genomen worden.

Regeling adjunct-hoogleraren Universiteit Twente 2011

Het College van Bestuur van de Universiteit Twente,

Gelet op artikel 3.9 van de CAO Nederlandse Universiteiten 1 maart 2010 tot

1 januari 2011 (CAO NU);

Gelet op de Notitie Tenure Track (juni 2007, kenmerk 379.146/PA&O), de Uitwerking van de Notitie Tenure Track (juni 2008, kenmerk 382.933/PA&O) en de notitie Nieuwe Uitgangspunten Hooglerarenbeleid 2010 (december 2010, kenmerk mvd/pao/30112010/v5.1);

Besluit de Regeling adjunct-hoogleraren Universiteit Twente 2011, als volgt vast te stellen:

Artikel 1. Definitie

Onder adjunct-hoogleraar wordt in deze regeling verstaan:

De medewerker/-ster met een dienstverband voor onbepaalde tijd, die ingevolge een tenure track afspraak bij één der faculteiten de functie vervult van associate- professor (UHD-1 met het ius-promovendi).

Artikel 2. Adjunct-hoogleraar en WHW

1.

De adjunct-hoogleraar is een hoogleraar als bedoeld in artikel 9.19 van de Wet op het Hoger Onderwijs en het Wetenschappelijk onderzoek (WHW).

2.

De adjunct-hoogleraar heeft het ius-promovendi als bedoeld in artikel 9.19 juncto 7.18 WHW. Het ius-promovendi wordt door de adjunct-hoogleraar alleen uitgeoefend voor die promovendi die rechtstreeks toegewezen zijn aan de adjunct-hoogleraar.

Artikel 3. Inschaling

Met inachtneming van artikel 3.5 lid 1 CAO NU geldt voor de adjunct hoogleraar schaal 14 van bijlage A, CAO NU.

Artikel 4. Benoeming

De benoeming tot adjunct-hoogleraar vindt plaats door vanuit de functie van UHD 2 (associate professor), ingevolge een tenure track afspraak bij één van de faculteiten, door te stromen naar adjunct-hoogleraar.

Artikel 5. Benoemingsperiode, doorstroom en gevolgen

1.

De benoeming tot adjunct-hoogleraar geschiedt, met behoud van het vaste dienstverband, voor de periode van 5 jaar. Bij buitengewoon functioneren kan de doorstroom naar full professor (hoogleraar 2) sneller plaatsvinden en de maximale benoemingstermijn dus verkort worden.

2.

Om voor de positie van full-professor (hoogleraar 2) in aanmerking te komen moet de adjunct-hoogleraar voldoen aan de (UFO)criteria voor hoogleraar 2.

Vanaf 3 tot 4 jaar na de benoeming als adjunct-hoogleraar, kiest de decaan het doorstroommoment naar hoogleraar 2. Er geldt één doorstroommoment.

3.

Na dit doorstroommoment volgt, of de benoeming tot hoogleraar 2 of terugkeer in de functie van universitair hoofddocent.

4.

In het geval van terugkeer naar de functie van universitair hoofddocent, behoudt de betrokkene als universitair hoofddocent het voor hem op dat moment geldende salaris in de voor hem op dat moment geldende salarisschaal. Er is immers geen sprake van een hogere salarisschaal voor de adjunct-hoogleraar.

5.

Indien de adjunct-hoogleraar de stap naar hoogleraar 2 niet kan maken en terugkeert in de functie van universitair hoofddocent, zal met hem/haar gesproken worden over de consequenties hiervan, voor zijn/haar loopbaan bij de UT. In principe zal hierbij het mogelijke vertrek van de universitair hoofddocent expliciet besproken worden, waarbij uiteraard de CAO en de overige rechtspositionele kaders in acht genomen worden.

6.

In geval van terugkeer in de functie van UHD-1 zonder promotierecht, behoudt de betrokkene het ius promovendi voor die promovendi die hij op het moment van terugkeer begeleidt. Er worden in dat geval nadere afspraken gemaakt over de betrokkenheid van andere promotoren, onder wie een hoogleraar.

Artikel 6. Hardheidsclausule

In bijzondere gevallen, waarin strikte toepassing van deze regeling tot kennelijke onbillijkheid zou leiden, kan door het College van Bestuur ten gunste van de medewerker worden afgeweken.

Artikel 7. Ingangsdatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2011.

Artikel 8. Citeertitel

De regeling kan worden aangehaald als Regeling adjunct-hoogleraren Universiteit Twente 2011.

Deze regeling is vastgesteld door het College van Bestuur op 1 juni 2011.