Levensloopregeling
De Levensloopregeling is per 1 januari 2012 afgeschaft. Aanmelding voor deze regeling is niet meer mogelijk. Voor medewerkers die voor deze datum al deel namen aan de Levensloopregeling, geldt een overgangsregeling.
In 2013 wil het Kabinet een nieuwe spaarregeling introduceren: de Vitaliteitsregeling. Voor zover nu bekend, mag u in deze nieuwe spaarregeling maximaal € 5.000 per jaar inleggen. In totaal mag maximaal € 20.000 ingelegd worden. Het gespaarde bedrag is vrij besteedbaar. Sparen in de Vitaliteitsregeling zal fiscaal worden ondersteund via de belastingaangifte (niet via het salaris).
Overgangsregeling Levensloopregeling
De overgangsregeling onderscheidt twee categorieën:
1. |
Deelnemers waarvan het levenslooptegoed op 31 december 2011 minder dan € 3.000 bedraagt. |
2. |
Deelnemers die op 31 december 2011 een levenslooptegoed hebben van € 3.000 of meer. |
Levenslooptegoed minder dan € 3.000
Bedroeg uw levenslooptegoed op 1 januari 2012 minder dan € 3.000, dan mag u niet meer doorsparen. Het gespaarde bedrag kunt u op drie manieren aanwenden:
· |
u gebruikt het levenslooptegoed in 2012 en/of 2013 voor de financiering van een periode levensloopverlof, òf |
· |
u stort het levenslooptegoed uiterlijk in 2013 belastingvrij door naar de nieuwe Vitaliteitsregeling, òf |
· |
u laat het levenslooptegoed onder inhouding van loonheffingen uiterlijk op 31 december 2013 uitbetalen. |
Levenslooptegoed € 3.000 of meer en jonger dan 58 jaar
Had u op 31 december 2011 minimaal € 3.000 gespaard in de Levensloopregeling, dan kunt u doorsparen en het gespaarde tegoed aanwenden voor een periode levensloopverlof. Doorsparen is niet verplicht.
In de Levensloopregeling Universiteit Twente kunt u op twee manieren doorsparen: u kunt eenmalig of periodiek een bedrag storten uit uw salaris, vakantie-uitkering of eindejaarsuitkering storting in uw levenslooptegoed (zie formulier Aanmelding Levensloopregeling) en/of u kunt in het Keuzemodel arbeidsvoorwaarden jaarlijks maximaal 38 verlofuren ruilen tegen een storting in uw levenslooptegoed.
Desgewenst kunt u het gespaarde levenslooptegoed in 2013 belastingvrij doorstorten naar de Vitaliteitsregeling die op 1 januari 2013 van kracht wordt, ook als het levenslooptegoed op dat moment meer bedraagt dan € 20.000 (in de Vitaliteitsregeling mag u in totaal maximaal € 20.000 belastingvrij sparen).
U kunt het gespaarde Levenslooptegoed ook na 2013 doorstorten naar de Vitaliteitsregeling. In dat geval geldt wel het maximumbedrag dat in de Vitaliteitsregeling fiscaal wordt gefaciliteerd (€ 20.000). Het meerdere wordt belast via de aanslag inkomstenbelasting.
Levensloopregeling of Vitaliteitsregeling
Deelname aan de Levensloopregeling en de Vitaliteitsregeling sluiten elkaar wederzijds uit: u kunt niet tegelijk aan beide regelingen deelnemen. Eenmaal overgestapt naar de Vitaliteitsregeling kunt u bovendien niet meer terug naar de Levensloopregeling.
Levensloopverlofkorting
De opbouw van de levensloopverlofkorting (heffingskorting per gespaard jaar) is per 2012 gestopt. De korting die u in de jaren 2006 t/m 2011 hebt opgebouwd (maximaal € 1.206) kunt u verzilveren zodra u het levenslooptegoed aanwendt voor een periode van levensloopverlof of als u het tegoed doorstort naar de Vitaliteitsregeling.