Situatie CAO Nederlandse universiteiten

December 2011

De vereniging van universiteiten (VSNU) en de gezamenlijke werknemersorganisaties hebben op 21 november besloten hun CAO-overleg met een aantal maanden op te schorten. De werkgeversorganisatie van de universiteiten zetten tijdens de onderhandeling in op een kleine loonsverhoging en een versobering van de bovenwettelijke uitkering. De werknemersorganisaties staan niet onwelwillend tegenover zo’n versobering, maar willen voorlopig nog niet afstappen van de garantie-afspraak waarbij medewerkers pas mogen worden ontslagen wanneer zij definitief ander werk hebben gevonden. De universiteiten zijn zeer bereid hun inspanningen in het begeleiden van personeel naar een nieuwe baan te verhogen, maar kunnen hiervoor niet in alle gevallen succes garanderen,

De huidige CAO-regelingen blijven voorlopig van kracht, totdat de partijen hun vervolgstappen hebben bepaald. De werknemersorganisaties overleggen in de tussentijd met hun achterban.

Hoge prestaties, beperkte middelen

Deze maand zetten de universiteiten en de staatssecretaris van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen (OCW) hun handtekening onder het Hoofdlijnenakkoord. Kern van dit akkoord is dat universiteiten de lat over de volle breedte hoger leggen en een helder profiel ontwikkelen opdat zij internationaal nog beter herkend én erkend worden op hun kwaliteiten. Zij stellen zichzelf de uitdaging om zonder extra middelen topprestaties te leveren waar zij financieel op kunnen worden afgerekend. De afzonderlijke universiteiten maken hierover in 2012 concrete prestatieafspraken met de staatssecretaris.

Aantrekkelijk werkgeverschap

Dit is het beeld van de Nederlandse universiteiten in de nabije toekomst: aantrekkelijke werkgevers voor wetenschappers en ondersteunend personeel; voor jongere en oudere werknemers. Persoonlijke ontplooiing en loopbaanontwikkeling staan hoog op de agenda. In aansluiting hierop willen de universiteiten zichzelf tot het uiterste verplichten om ondersteuning te leveren bij de overstap van een werknemer naar een nieuwe baan; mocht zijn of haar werkplek in het gedrang komen. Een langdurige uitkering na de periode van WW past namelijk niet bij het werkgeverschap dat de universiteiten voorstaan.

Loonsverhoging en premieverhoging

De universiteiten hebben een voorstel voor een nieuwe CAO gepresenteerd die loopt tot 31 december 2012. Hierin is een bescheiden loonsverhoging opgenomen.

Tegelijk bestaat er een reële kans dat de werkgevers en werknemers zich begin 2012 geconfronteerd zien met een verdere pensioenpremieverhoging in 2012. De mogelijke forse financiële maatregelen die nodig zijn om herstel van het eigen pensioenfonds ABP te realiseren vormen hiervoor de aanleiding. Als dit zich voordoet ontstaat financieel een nieuwe situatie.

Versobering sociale regelingen

Hieronder een samenvatting van de versobering van de sociale regelingen zoals de universiteiten dit voorstaan. De kern is een kortere wachtgeldperiode en een versobering van de seniorenregeling.

a.

Op dit moment kunnen werknemers vanaf 59 jaar ervoor kiezen 4 dagen per week te gaan werken met behoud van loon, maar tegen inlevering van een aantal verlofdagen. Omdat deze regeling stamt uit een tijd dat werknemers eerder met (vroeg)pensioen gingen is het redelijk deze regeling af te schaffen, of op zijn minst fors op te schuiven .

b.

Op dit moment krijgen werknemers die werkloos zijn geworden in het eerste jaar een kleine aanvulling op de hoogte van hun WW uitkering en in veel gevallen ook een uitkering nadat de WW is afgelopen. Voor een werknemer die meer dan vijf jaar in dienst is geldt dat vanaf 41 jaar een half jaar extra uitkering en via een staffel van een half jaar extra per jaar loopt dit op tot 4 ½ jaar extra uitkering voor een werknemer van 49 of ouder. Werknemers van 52 of ouder die meer dan 12 jaar in dienst zijn krijgen een uitkering tot aan hun pensioen, in totaal in die gevallen een uitkeringsduur van maximaal 13 jaar. De universiteiten hebben voorgesteld de aanvulling van de WW in het eerste jaar af te schaffen en de bovenwettelijke uitkeringsduur na WW aanzienlijk te versoberen

c.

In plaats van de bovenwettelijke langdurige uitkeringen bij werkloosheid willen de werkgevers de begeleiding van werknemers voor wie baanverlies dreigt versterken, zowel voor degenen met een tijdelijk contract als voor degenen met een vaste aanstelling. In het voorstel van de werkgever worden de volgende ingrediënten verplicht onderdeel van de begeleiding: Zodra boventalligheid bekend is, dan wel vier maanden vóór het aflopen van een tijdelijk contract van een jaar of meer krijgt de werknemer een werkcoach, wordt zo nodig training aangeboden en wordt de werknemer tenminste gedeeltelijk vrijgesteld van reguliere werkzaamheden. De begeleiding wordt voor mensen met een tijdelijk contract zes maanden na ontslag gecontinueerd, voor degenen met een vast contract is dit 12 maanden.

Het is de wens van de universiteiten om tot een CAO te komen die aansluit bij de uitdagingen waar zij voor staan. Ondanks de krappe budgeten hebben zij in het Hoofdlijnenakkoord uitgesproken verhoogde prestaties te zullen leveren om zo hun internationale posities te kunnen garanderen. Hierbij zal er veel van de medewerkers worden gevergd. Een grote betrokkenheid, bereidheid om te ontwikkelen en te veranderen met open vizier. Universiteiten willen bekend staan als dynamische centra, een spannende omgeving voor studenten en medewerkers.. Zij bieden hun medewerkers uitdaging en perspectief in ruil voor toewijding en inzet. Met deze houding werken de Nederlandse universiteiten en haar werknemers samen in hun weg naar de wereldtop.