Bijlage bachelor PSY (2011-2012)
BIJLAGE B2 Opleidingsspecifieke bijlage van de Onderwijs- en Examenregeling voor de Bacheloropleiding Psychologie 2011-2012
De regels in deze bijlage zijn onderdeel van het opleidingsdeel van het studentenstatuut, inclusief de onderwijs- en examenregeling, van de bacheloropleiding Psychologie van de faculteit Gedragswetenschappen van de Universiteit Twente, verder te noemen 'OER'.
a. |
Inhoud van de opleiding en van het daaraan verbonden examen |
Hieronder worden weergegeven de onderwijseenheden in de studiejaren B1, B2 en B3 van de bacheloropleiding Psychologie dat, indien in het geheel succesvol is afgerond, toelatingsrecht geeft tot het bachelorexamen.
In de ‘ General programme-specific section of the Student Charter’ (oftewel de Master OER) worden in de opleidingsspecifieke bijlage van de masteropleiding Psychologie, in bijlage 12, de onderwijseenheden (en bijbehorende overgangsregelingen) weergegeven van het pre-master programma Psychologie dat, indien in het geheel succesvol is afgerond, toelatingsrecht geeft tot de masteropleiding Psychologie aan de Universiteit Twente. Het afronden van het pre-master programma geeft geen toelatingsrecht tot het bachelorexamen.
NB: de vetgedrukte examinator is eerstverantwoordelijke.
‘Tentamen’ is schriftelijk, tenzij anders vermeld en kan bestaan uit één of meerdere (deel)toetsen; ‘opdracht’ kan zijn één of meer opdrachten (al dan niet met presentatie). Details over vorm en aantal van de beoordelingsvormen ‘tentamen’ of ‘opdracht’ worden door de examinator bekend gemaakt via Blackboard. Wanneer er sprake is van verplichte aanwezigheid bij een of meerdere onderdelen van het vak wordt dit eveneens door de examinator bekend gemaakt via Blackboard.
Informatie over de inhoud van onderwijseenheden van de opleiding Psychologie is te vinden in OSIRIS.
Studieprogramma eerste jaar bachelor: P (propedeuse) / B1 (Bachelor 1)
Semester 1
Vakcode |
Vaknaam |
EC |
Examinator |
Wijze van beoordelen |
|
|
|
|
|
192901050 |
Inleiding psychologie |
5 |
Dr. P. Wilhelm Prof. dr. A.J.M. de Jong |
Tentamen (deeltoetsen) |
192901200 |
Persoonlijkheidsleer |
5 |
Dr. G.J. Westerhof |
Tentamen, Opdracht |
192901060 |
Bio- en neuropsychologie |
5 |
Prof.dr.ing. W.B. Verwey |
Tentamen |
192901150 |
Psychologisch ontwerpen: theorie |
5 |
Drs. M. Groenier e.a. |
Tentamen |
191962150 |
Inleiding onderzoeksmethodologie |
4 |
Dr. ir. B.P. Veldkamp Ir. W.M.M. Tielen |
Tentamen, Opdracht |
191962160 |
Statistiek 1 |
4 |
Dr. J.C.W. van Ommeren Ir. W.M.M. Tielen |
Tentamen, Opdracht |
192901300 |
Academische vaardigheden psychologie |
2 |
J.M.F. Verheggen, MSc e.a. |
Wordt later bekend gemaakt |
Semester 2
Vakcode |
Vaknaam |
EC |
Examinator |
Wijze van beoordelen |
|
|
|
|
|
192901070 |
Sociale psychologie |
5 |
Dr. C.H.C. Drossaert Dr. C. Bode Dr. E. Giebels |
Tentamen |
191962170 |
Statistiek 2 |
4 |
Drs. S. J. Oosterloo Ir. W.M.M. Tielen |
Tentamen, Opdracht |
192901080 |
Functieleer |
5 |
Dr. R.H.J. van der Lubbe |
Tentamen, Opdracht |
192901210 |
Testtheorie en inleiding psychodiagnostiek |
5 |
Dr. S.M. van den Berg |
Tentamen, Opdracht |
192902060 |
Ontwikkelingspsychologie |
5 |
Dr. A.H. Gijlers Dr. T.H. van Leeuwen |
Tentamen, Opdracht |
192901160 |
Psychologisch ontwerpen: opdracht |
5 |
Drs. M. Groenier e.a. |
Opdracht |
192901300 |
Academische vaardigheden psychologie |
1 |
J.M.F. Verheggen, MSc e.a. |
Wordt later bekend gemaakt |
Daarnaast moet het volgende onderdeel worden afgerond, meer informatie over dit onderdeel staat in bijlage 6.
Vakcode |
Vaknaam |
192901950 |
Proefpersoon uren propedeuse |
Het rooster voor het eerste semester B1 wordt tijdens de introductie uitgereikt en is te vinden op de Psychologie website en de website: www.utwente.nl/roosters. Daarin staan de plaats en tijd van alle bijeenkomsten van de onderwijseenheden vermeld, evenals de data van de tentamens. Samen vormen de beoordelingen van bovengenoemde onderwijseenheden het propedeutische examen. Een student is geslaagd voor het propedeutische examen, indien alle bovenstaande onderwijseenheden met een voldoende zijn afgerond.
Studieprogramma tweede jaar: B2
Semester 1
Vakcode |
Vaknaam |
EC |
Examinator |
Wijze van beoordelen |
|
|
|
|
|
201000121 |
Onderzoeksopdracht |
6 |
Drs. M. Groenier e.a. |
Opdracht |
201000122 |
Inleiding risico- en conflictpsychologie |
4 |
Dr. M. Kuttschreuter Dr. E. Giebels |
Tentamen, Opdracht |
201000124 |
Onderwijspsychologie |
4 |
Dr. P. Wilhelm M. van Klink, Msc |
Tentamen |
201100123 |
Human factors en mediapsychologie |
4 |
Dr. A. Heuvelman Dr. M.L. Noordzij |
Tentamen |
201000125 |
Inleiding klinische psychologie |
4 |
Dr. E.T. Bohlmeijer |
Tentamen (en mogelijk opdracht) |
192962010 |
Dataverzameling voor Psychologie |
4 |
Dr. S.M. van den Berg |
Tentamen, Opdracht |
191962200 |
Statistiek 3 |
4 |
Drs. S.J. Oosterloo Ir. W.M.M. Tielen |
Tentamen, Opdracht |
Semester 2
Vakcode |
Vaknaam |
EC |
Examinator |
Wijze van beoordelen |
|
|
|
|
|
201000121 |
Onderzoeksopdracht |
4 |
Drs. M. Groenier e.a. |
Opdracht |
192962020 |
Kwalitatief onderzoek voor Psychologie |
4 |
Dr. E.J. van Rossum |
Tentamen, Opdracht |
201000127 |
Inleiding gezondheidspsychologie |
4 |
Dr. H. Boer P. Hunger, MSc |
Tentamen, Opdracht |
201000126 |
Psychologische gespreksvoering |
4 |
Wordt later bekend gemaakt |
Opdracht |
192963010 |
Onderzoeksopzet en data-analyse en psychologisch onderzoek |
4 |
Drs. S.J. Oosterloo |
Tentamen |
201000129* |
Narratieve psychologie |
5 |
Dr. G. J. Westerhof Dr. E.T. Bohlmeijer |
Opdracht |
192913080* |
Leren bij kinderen en adolescenten |
5 |
Dr. A.H. Gijlers Dr. T.H.S. Eijsink |
Tentamen |
201100121* |
Verdieping human factors |
5 |
Dr. M. Noordzij |
Tentamen, Opdracht |
201100124* |
Psychologie, technologie en veiligheid |
5 |
Dr. P.W. de Vries |
Wordt later bekend gemaakt |
201000130* |
Onbewuste processen en gezondheidsgedrag |
5 |
Dr. M.E. Pieterse Dr. C. Bode P. Hunger, MSc |
Tentamen, Opdracht |
* Dit betreft een (keuze) ‘verdiepingsvak’. Studenten kiezen in de B2 twee van de vijf aangeboden verdiepingsvakken.
Daarnaast moet het volgende onderdeel worden afgerond, meer informatie over dit onderdeel staat in bijlage 6.
Vakcode |
Vaknaam |
192901950 |
Proefpersoon uren B2 en B3 |
Studieprogramma derde jaar: B3
Semester 1
Vakcode |
Vaknaam |
EC |
Examinator |
Wijze van beoordelen |
---------- |
Keuzeruimte |
30 |
|
|
Semester 2
Vakcode |
Vaknaam |
EC |
Examinator |
Wijze van beoordelen |
|
201000134 |
Beroepsethiek voor psychologen |
5 |
Prof. dr. C. Aydin Dr. J.H. Soraker |
Tentamen, Opdracht, |
|
201100127 |
Filosofie van de psychologie |
5 |
Dr. J.H. Soraker |
Wordt later bekend gemaakt |
|
201000135 |
Geschiedenis van de psychologie |
5 |
Dr. J.H. Soraker |
Tentamen |
|
|
Bachelorthese (meer informatie over de bachelorthese is te vinden op www.psy.utwente.nl/afstudeerweb) |
15 |
Eerste begeleider zoals genoemd in het afstudeercontract. Tweede begeleider zoals genoemd in het afstudeercontract. |
Individuele opdracht |
|
|
|
|
|
|
|
b. |
Inrichting van de praktische oefeningen |
In de tabel bij a. zijn de tentamenvormen vermeld. Daarbij is duidelijk geworden welke onderwijseenheden geheel of gedeeltelijk uit (een) praktische oefening(en) bestaan. Voor praktische oefeningen geldt inschrijf- en deelnameplicht en wordt binnen de cursus aangegeven hoe de onderwijseenheid zal worden afgerond.
c. |
Studielast van de opleiding en van elk van de daarvan deel uitmakende onderwijseenheden |
De studielast van de onderwijseenheden is aangegeven onder a.
d. |
Volgtijdelijkheid van en toelatingseisen voor tentamens en praktische oefeningen. De Toelatingseisen in verband met voorkennis zijn vermeld in bijlage 3. |
e. |
De doelen en eindtermen van de opleiding (behorende bij artikel 3 OER Bijlage A) |
Doelen van de bacheloropleiding Psychologie
Het kenmerkende profiel van pas afgestudeerde bachelors in de psychologie wordt beschreven in de volgende punten:
1. |
De bachelor psychologie studenten beschikken over ontwerp- en onderzoekscompetenties die hen kwalificeren voor het voortzetten van de studie in de masteropleiding psychologie. |
2. |
De bachelor psychologie studenten worden opgeleid voor het op academisch niveau verrichten van onderzoek naar en ontwikkelen van oplossingen voor psychologische problemen, gebruikmakend van theoretische en empirische evidentie. |
3. |
De bachelor psychologie heeft aandacht voor kennis en voor de basisprocessen die kennis tot een over te dragen, te communiceren, te benutten en te genereren product maken, in een culturele, sociale, technologische en ruimtelijke omgeving die de basisprocessen beïnvloeden en vormgeven. |
4. |
Naast en in combinatie met het zelf verrichten van ontwerp- en onderzoeksactiviteiten beschikken bachelors in de psychologie ook over vaardigheden die het voor hen mogelijk maken op te treden als adviseur, al zal in het algemeen enige jaren praktijkervaring nodig zijn om die rol ten volle te kunnen uitoefenen. |
Kenmerkend voor de bacheloropleiding is dat de studenten een brede academische vorming doormaken. Op basis van een brede wetenschappelijke oriëntatie wordt een creatief abstractievermogen ontwikkeld dat zich leent voor het ontplooien van initiatieven en het vertonen van professioneel leiderschap in nieuwe en onbekende situaties.
Eindtermen van de bacheloropleiding Psychologie
De afgestudeerden van de bacheloropleiding Psychologie aan de Universiteit Twente (UT) zijn in staat…
1. |
(Wetenschappelijke) onderzoekscompetenties |
…op basisniveau (startniveau master, beginnend beroepsbeoefenaar) (toegepast) psychologisch wetenschappelijk onderzoek op te zetten en uit te voeren en hierover schriftelijk en mondelinge verantwoording af te leggen, waarbij zij:
1.1 |
de voor psychologisch (kwantitatief en kwalitatief) onderzoek gangbare methoden en technieken toe kunnen passen (waarvoor statistische kennis een belangrijke basis vormt); |
1.2 |
bij het schriftelijk en mondeling rapporteren de geldende wetenschappelijke normen kennen en toepassen; |
1.3 |
het begrippenkader, de theorieën en modellen en werkwijzen uit de basisdisciplines en toepassingsgebieden op adequate wijze gebruiken; |
1.4 |
literatuur uit het eigen en aanpalende domein weten te lokaliseren, en op wetenschappelijke, kritische wijze weten te bestuderen, te interpreteren, beoordelen en te gebruiken ten bate van onderzoek; |
1.5 |
bij het verzamelen en interpreteren van gegevens een oordeel vormen en verwoorden dat mede gebaseerd is op het afwegen van relevante sociaal-maatschappelijke, wetenschappelijke en ethische aspecten. |
2. |
Ontwerpcompetenties |
…op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar op basis van een systematische ontwerpaanpak (regulatieve cyclus) een psychologisch probleem te analyseren, te diagnosticeren en een passende interventie te genereren, te implementeren en te evalueren, waarbij zij:
2.1 |
behoeften, wensen en eisen van opdrachtgevers (dienstverleners, beleidsmakers) of cliënten kunnen vertalen in een concrete probleemstelling; |
2.2 |
zelfstandig zowel als in een (multidisciplinair) team op professionele wijze (projectmatig) aan een opdracht kunnen werken; |
2.3 |
schriftelijk en mondeling het ontwerpproces en de resultaten kunnen verantwoorden richting opdrachtgever en betrokkenen en de oplossing in de vorm van een advies richting opdrachtgever kunnen overbrengen; |
2.4 |
mondeling en schriftelijk de omgeving of doelgroep kunnen informeren over de aard van een oplossing (interventie) en betrokkenen kunnen mobiliseren tot medewerking; |
2.5 |
als ontwerper van oplossingen rekening te houden met de gevoelens en opvattingen van diegenen die betrokken zijn bij het ontwerpproces of afhankelijk zijn van het ontwerp; |
2.6 |
testen en gesprekstechnieken weten toe te passen in het kader van psychologische diagnostiek en toepassing van interventiemethoden; |
3. |
Vakinhoudelijke kennis |
Hiervoor beschikt de afgestudeerde over…
3.1 aantoonbare kennis van het begrippenkader en van de belangrijkste en meest recente actuele theorieën, modellen en werkwijzen uit de basisdisciplines:
· |
Functieleer (Experimentele Psychologie) |
· |
Sociale Psychologie |
· |
Ontwikkelingspsychologie |
· |
Persoonlijkheidsleer |
· |
Bio- en Neuropsychologie |
· |
Testtheorie |
3.2 aantoonbare kennis van het begrippenkader en van de belangrijkste en meest recente theorieën, modellen en werkwijzen uit een vijftal specialisatiegebieden van de opleiding:
· |
Human Factors en Mediapsychologie |
· |
Conflict, Risico en Veiligheid |
· |
Geestelijke Gezondheidsbevordering |
· |
Gezondheidspsychologie |
· |
Instructie, leren en ontwikkeling |
3.3 |
kennis over de wijze waarop deze kennis toegepast is en kan worden; |
3.4 |
inzicht in de aard van psychologische (wetenschappelijke) kennis en de wijze waarop deze tot stand is gekomen. |
4. |
Algemene, academische en professionele vaardigheden |
Om als beginnend onderzoeker/professional te kunnen functioneren …
4.1 |
beschikt de student over ontwikkelingsvaardigheden (studievaardigheden, reflectieve vaardigheden, feedback geven en ontvangen, alsmede zelfstandig, doelgericht en planmatig werken) en de houding die noodzakelijk is om het eigen leer- en werkproces zelfstandig vorm te geven, uit te voeren, te beoordelen en bij te sturen; |
4.2 |
beschikt de student over informatievaardigheden; hij/zij weet betrouwbare informatiebronnen te vinden om zich verder te ontwikkelen binnen zijn/haar eigen vakgebied; |
4.3 |
beschikt de student over de sociale vaardigheden die hem/haar in staat stellen samen te werken in teams en goed om te gaan met opdrachtgevers en cliënten en collega’s; |
4.4 |
is de student in staat projectmatig te werken en werkzaamheden te organiseren; |
4.5 |
beschikt de student over een academisch denk- en redeneervermogen; dit is het vermogen om kritisch, consistent, rationeel, logisch en creatief te denken, te kunnen abstraheren en vanuit abstracties te kunnen denken, verbanden te leggen en te reflecteren; |
4.6 |
beschikt de student over argumentatievaardigheden; |
4.7 |
kent de student de ethische normen, zoals die zijn vastgelegd in de beroepsethiek voor psychologen, en heeft leren werken met in achtneming van die normen. |
De UT student heeft een bredere blik op de wetenschap ontwikkeld en/of werkervaring opgedaan en/of zijn/haar sociale en maatschappelijke horizon verbreed door:
a. |
ervaring op te doen met de kennis, methoden en technieken, vocabulaire en cultuur van een andere discipline (via een minor) en/of |
b. |
een praktijk- of onderzoeksstage binnen het werkveld van de psycholoog te volgen en/of |
c. |
een internationale minor te volgen, inclusief een opdracht in het buitenland en/of |
d. |
een studieverblijf elders (binnen- of buitenland). |
f. |
Vorm van de opleiding |
De opleiding is een voltijdopleiding.
g. |
Vorm beoordeling en tentamens |
De tentamenvorm van de onderwijseenheden is vermeld onder a.
h. |
Invulling van de vrije ruimte van de opleiding. |
In het derde bachelorjaar (B3) heeft elke student een keuzeruimte van 30EC. Studenten kunnen deze keuzeruimte invullen, binnen dan wel buiten de universiteit. Informatie over de mogelijkheden voor de invulling van keuzeruimte B3 is te vinden op www.psy.utwente.nl/ à Informatie Bachelor 3. De invulling van deze keuzeruimte behoeft (in veel gevallen) de instemming van de Examencommissie PSY. Behoudens specifieke instroomeisen, mogen PSY-studenten als invulling van de 30EC keuzeruimte, zonder toestemming van de examencommissie, aan elke UT minor deelnemen. Voor toelating tot de minor is UT-breed een aantal regels opgesteld. Deze gelden ook voor PSY-studenten en zijn te vinden op www.utwente.nl/majorminor. De volgende keuzevakken mogen PSY-studenten eveneens zonder instemming van de Examencommissie PSY volgen ter invulling van de 30EC keuzeruimte:
Blok 1A:
- |
Kennis en redeneren (192913020) |
- |
Programmeren voor psychologen (201000131) |
- |
Inleiding psychopathologie (201000132) |
Blok 1B
- |
Inleiding cognitieve neurowetenschappen (192933060) |
- |
Psychodiagnostiek (201000133) |
- |
Assessment and Health Psychology (201100070) |
i. |
De aangewezen masteropleiding die aansluit op de bacheloropleiding, is de UT-masteropleiding Psychologie (MPS). |
j. |
Specifieke kenmerken van de opleiding |
· |
Vanwege het internationale karakter van de staf, kunnen verschillende onderwijseenheden in het Engels worden gegeven. Wanneer de docent/begeleider de Nederlandse taal niet machtig is zal de verslaglegging en presentatie door de student in het Engels dienen te geschieden. |
k. |
Overgangsregelingen: |
Bachelor jaar 2
Cognitie en media (201000123), 4EC
De naam van dit vak wordt met ingang van het studiejaar 2011-2012 veranderd in Human factors en mediapsychologie. De nieuwe vakcode is 201100123.
Toegepaste cognitieve psychologie (192933080), 5EC
De naam van dit (keuze) verdiepingsvak wordt met ingang van het studiejaar 2011-2012 veranderd in Verdieping human factors. De nieuwe vakcode is 201100121.
Bachelor jaar 3
Onderzoeksopzet en data-analyse in psychologisch onderzoek (192963010), 5EC
Dit vak wordt met ingang van het studiejaar 2011-2012 niet meer aangeboden in de B3. Het vak is met ingang van het studiejaar 2010-2011 verplaatst naar de B2 en wordt daar aangeboden in een 4EC variant. Als het vak 192963010 voor 5EC onderdeel uitmaakt van het B3 studieprogramma van de student geldt het volgende: in het studiejaar 2011-2012 kunnen studenten het vak nog tweemaal herkansen in zijn oude vorm (5EC).
Bachelorthese Cognitie en Media (C&M)
De naam van de Bachelorthese C&M zal met ingang van het studiejaar 2011-2012 gewijzigd worden in Bachelorthese human factors en mediapsychologie (HFM).
Bijlage 1: Regeling Bindend studieadvies (behorende bij Art. 6 lid 5)
De decaan van de faculteit dient aan het einde van het eerste studiejaar een studieadvies aan iedere student uit te brengen. Leidraad voor dat advies is het aantal behaalde studiepunten en vakken (en het advies van studieadviseur en mentor). Een negatief studieadvies is bindend. De student die dit advies ontvangt kan zich de volgende twee studiejaren niet inschrijven bij de opleiding Psychologie aan de UT.
Voor een positief advies moet de student aan het eind van het eerste jaar voldoen aan de volgende normen (conform de “Richtlijn bindend studieadvies Universiteit Twente”):
1. Minimaal 35 EC behaald
én
2. minimaal twee van de volgende drie vakken behaald:
· Inleiding onderzoeksmethodologie (191962150)
· Statistiek 1 (191962160)
· Statistiek 2 (191962170)
Hieronder wordt een korte toelichting gegeven bij de uit te brengen adviezen.
Behaalde studiepunten/vakken |
Studieadvies |
60 EC |
Propedeuse behaald, studie voortzetten |
45 t/m 59 EC (inclusief twee van de drie hierboven genoemde vakken) |
Studie voortzetten |
35 t/m 44 EC (inclusief twee van de drie hierboven genoemde vakken) |
Studie voortzetten, planning laten accorderen door studieadviseur (treedt op namens de examencommissie) |
34 EC of minder |
Studie beëindigen, bindend studieadvies (BSA) |
35 EC of meer , maar niet twee van de drie hierboven genoemde vakken behaald |
Studie beëindigen, bindend studieadvies (BSA) |
Meer informatie over studieadviezen en de praktische consequenties is verkrijgbaar bij de studieadviseur.
Bijlage 2: Opleidingsspecifieke eisen bij het afsluitende onderdeel (behorende bij Bijlage B d)
De bacheloropleiding wordt afgesloten met een bachelorthese. Om aan de bachelorthese te beginnen moeten studenten de B1 en B2 afgerond hebben.
Voor verdere eisen betreffende de bachelorthese, zie de website www.psy.utwente.nl/afstudeerweb.
Bijlage 3: Overzicht van voorkenniseisen van onderwijseenheden van de bacheloropleiding Psychologie (behorende bij Bijlage B d)
A: Volgorde waarin onderwijseenheden van het bachelorexamen worden afgenomen.
Vak |
Voorkenniseisen |
||||||
Onderzoeksopzet en data-analyse in psychologisch onderzoek (201000128) |
|
||||||
Bachelorthese |
|
||||||
Keuzeruimte B3: - minor - keuzevakken - stage |
|
N.B. Naast de hierboven genoemde onderwijseenheden met bijbehorende vakcodes, kunnen ook de onderwijseenheden gelden in het kader van de overgangsregelingen.
B: Voorkenniseisen binnen een onderwijseenheid
Indien er binnen een onderwijseenheid voorkenniseisen worden gehanteerd (b.v. slechts mogen deelnemen aan het tentamen indien de daaraan voorafgaande opdracht succesvol is afgerond) dient de docent dit voor de start van de onderwijseenheid via Blackboard aan de deelnemende studenten te hebben meegedeeld.
Bijlage 4: Samenstelling examencommissie PSY/MPS
Examencommissie Psychologie – PSY/MPS
Voorzitter: Prof. dr. E.T. Bohlmeijer
Stafleden: Dr. M.L. Noordzij, Dr. T.H.S. Eysink, Dr. J.E.W.C. van Gemert-Pijnen, Dr. Ir. P.W. de Vries
Griffier: M.W.J. Peijster-Terpelle
Adviseurs: Dr. H. Boer, opleidingsdirecteur
L. Holsbeeke MSc, onderwijscoördinator
K.A.L. Zomer MSc, studieadviseur
S. Bosch, MSc, studieadviseur
Bijlage 5: Proefpersoonregeling
Verantwoording:
De faculteit Gedragswetenschappen acht het van belang dat haar bachelorstudenten ervaring opdoen met empirisch onderzoek in de rol van proefpersoon. Op deze manier maken zij kennis met verschillende typen onderzoek en kunnen zij zich beter voorbereiden op de eigen onderzoeksactiviteiten in het kader van hun studie. Met deze inspanning leveren studenten een bijdrage aan het onderzoek van bachelor- en masterstudenten en wetenschappelijk medewerkers. Onderdeel van het bachelorexamen is een proefpersoonverplichting van in totaal 15 uren, waarvan in totaal 10 uur tijdens de propedeuse afgerond dient te zijn.
Regeling:
1. |
In het kader van het behalen van het propedeuse examen en het bachelor examen is de student verplicht om in totaal 15 uur als proefpersoon aan onderzoek van de faculteit Gedragswetenschappen deel te hebben genomen. Onder “onderzoek van de faculteit Gedragswetenschappen” wordt verstaan onderzoek dat wordt uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een docent die onderwijs verzorgt voor de faculteit Gedragswetenschappen. Als aan de verplichting van 10 punten van de propedeuse is voldaan, komt op de cijferlijst een G van Gedaan te staan bij “192901900 proefpersoonuren”, als aan de verplichting van 5 punten van de bachelor is voldaan, komt op de cijferlijst een G van Gedaan te staan bij “192902900 proefpersoonuren B2 en B3”. |
2. |
Voor het behalen van de propedeuse dient van deze 15 uren er 10 uren afgerond te zijn. De resterende 5 uren dienen voor het bachelorexamen afgerond te zijn. |
3. |
De proefpersoonuren dienen bij tenminste vijf verschillende onderzoeken afgerond te zijn. |
4. |
De duur van de deelname aan een onderzoek wordt afgerond naar halve uren met een minimum van een half uur. |
5. |
Wanneer een student volgens afspraak als proefpersoon verschijnt en het onderzoek gaat niet door, ontvangt de student het aantal aangekondigde proefpersoonuren. |
6. |
De student wordt geacht serieus deel te nemen aan het onderzoek en zich gemotiveerd in te zetten tijdens het experiment/proef. Bij duidelijk aanwijsbare minimale inzet van de student kan de onderzoeker afzien van de toekenning van de proefpersoonpunten. Hiertoe dient de onderzoeker een beargumenteerd verzoek in bij de proefpersoonpunten coördinator, Martine van Maarseveen. |
7. |
De registratie van de punten verloopt elektronisch via het programma “Sona-systems” op http://utwente.sona-systems.com/. Studenten kunnen via dit systeem zelf hun behaalde proefpersoonpunten bekijken. |
8. |
Het aantal behaalde proefpersoonuren per onderzoek wordt door een verantwoordelijke docent of medewerker onderzoek geregistreerd in “Sona-systems”. |
9. |
Het propedeuse diploma kan pas behaald worden als aan de proefpersoonverplichting van het eerste jaar is voldaan. |
10. |
Het bachelor diploma kan pas behaald worden als aan de proefpersoonverplichting van het tweede en derde bachelorjaar is voldaan. |
11. |
Onderzoek waarvoor proefpersoonuren beschikbaar worden gesteld kunnen via de publicatieborden in de kantine of via sona systems kenbaar worden gemaakt. In de werving dient altijd te worden vermeld hoeveel proefpersoonuren er te verdienen zijn. |
12. |
In het onderzoek staat aangegeven waar en bij wie de student zich moet opgeven. De verantwoordelijkheid voor het noteren van tijd, plaats en contactpersoon (vergeet vooral niet het kamernummer en telefoonnummer!) ligt bij de student. |
13. |
Eventueel afmelden voor een experiment waarop men zich ingetekend heeft, dient rechtstreeks te geschieden bij de contactpersoon voor dat experiment. |
14. |
De faculteit Gedragswetenschappen zorgt dat het aantal aangeboden deelnamemogelijkheden toereikend is. Wanneer de student van mening is dat zijn of haar propedeuse of bachelordiploma niet op tijd kan worden afgerond omdat er niet genoeg proefpersoonmogelijkheden waren, dan kan deze zich wenden tot de examencommissie met het verzoek om vrijstelling van de resterende uren. |
15. |
De faculteit Gedragswetenschappen is verantwoordelijk dat de onderzoeken die worden aangeboden voldoen aan de ethische beroepscode (NIP 1998, www.psynip.nl), 'Geïnformeerde Toestemming' en 'Debriefing en Onderwijsrelatie.' |
16. |
Deze regeling geldt voor studenten die vanaf 1 september 2006 zijn ingestroomd in één van de bacheloropleidingen Psychologie en Communicatiewetenschap. |