Bijlage bachelor CW (2011-2012)
BIJLAGE B2 Opleidingsspecifieke bijlage van de Onderwijs- en Examenregeling voor de Bacheloropleiding Communicatiewetenschap
De regels in deze bijlage zijn onderdeel van het opleidingsdeel van het studentenstatuut, inclusief de onderwijs- en examenregeling, van de bacheloropleiding Communicatiewetenschap van de faculteit Gedragswetenschappen van de Universiteit Twente, verder te noemen 'OER'.
a. |
Inhoud van de opleiding en van het daaraan verbonden examen |
De opleiding omvat de volgende onderwijseenheden in de studiejaren B1, B2 en B3. Succesvolle afronding van deze eenheden geeft toegangsrecht tot het bachelorexamen.
Studieprogramma eerste jaar: P (propedeuse) / B1 (Bachelor 1)
Semester 1
Vakcode |
Vaknaam |
EC |
Examinator |
Wijze van beoordelen |
192413110 |
Inleiding Communicatiewetenschap: Theorie |
4 |
Ben Allouch, dr. S. |
Schriftelijk tentamen |
192413120 |
Inleiding Communicatiewetenschap: Praktijk |
4 |
Ben Allouch, dr. S. |
Opdracht |
191962150 |
Inleiding Onderzoeksmethodologie |
4 |
Veldkamp, dr. Ir. B.P Tielen, ir. W.M.M |
Schriftelijk tentamen |
192432200 |
Dataverzameling voor CW |
4 |
Rossum, dr. E.J.van |
Schriftelijk tentamen en opdrachten |
192431240 |
Media en Communicatie |
4 |
Heuvelman, dr. A |
Schriftelijk tentamen |
201000096 |
Organisatiekunde voor CW |
4 |
Hendriks, drs. M.A Visscher, dr. A.J, prof.dr. P.J.C. Sleegers |
Schriftelijk tentamen |
192413040 |
Communicatiekundig Ontwerpen |
4 |
Baas, MSc. N. |
Schriftelijk tentamen en opdrachten |
192412250 |
Academische Vaardigheden |
2 |
Timmers, drs. R.H.M. Tollenaar, drs. W.B. |
Opdrachten |
Semester 2
Vakcode |
Vaknaam |
EC |
Examinator |
Wijze van beoordelen |
201100085 |
Sociale Psychologie voor Managers |
4 |
Pruyn, prof.dr. A.T.H., Galetzka, dr. M. |
Schriftelijk tentamen |
192412301 |
Tekstwetenschap |
4 |
Karreman, dr. J |
Opdrachten |
191962160 |
Statistiek 1 |
4 |
Ommeren, dr. J.C.M Tielen, ir. W.M.M |
Schriftelijk tentamen |
191962170 |
Statistiek 2 |
4 |
Oosterloo, drs. S.J Tielen, ir. W.M.M |
Schriftelijk tentamen |
192431210 |
Ontwerpen van Nieuwe Mediatoepassingen |
6 |
Kommers, dr. P.A.M Jonker, J |
Opdrachten |
192414000 |
Onderzoekspracticum 1 |
6 |
Hoof, dr. J.J. van |
Opdracht |
192412250 |
Academische Vaardigheden (vervolg) |
2 |
Timmers, drs. R.H.M. Tollenaar, drs. W.B. |
Opdrachten |
NB: de vetgedrukte docentnaam is examinator en eerstverantwoordelijke voor het vak.
Daarnaast moet het volgende onderdeel worden afgerond:
Vakcode |
Vaknaam |
192480300 |
Proefpersoon uren B1 |
Meer informatie over dit onderdeel is te vinden in bijlage 6.
Studieprogramma CW tweede jaar: B2
Semester 1
Vakcode |
Vaknaam |
EC |
Examinator |
Wijze van beoordelen |
192431160 |
Ontwerpen van Printmedia |
6 |
Guljé-Roos, drs. M.H., Draijer, drs. M.J. Wesseling-Fliervoet, M.R.T. |
Opdrachten |
191962200 |
Statistiek 3 |
4 |
Oosterloo, drs. S.J. Tielen, ir. W.M.M. |
Schriftelijk tentamen |
192432250 |
Kwalitatief Onderzoek voor CW |
4 |
Rossum, dr. E.J.van |
Schriftelijk tentamen en opdracht |
192450220 |
Corporate Communicatie |
8 |
Vuuren, dr. H.A. Gosselt, drs. J.F. |
Schriftelijk tentamen en opdrachten. |
201000097 |
Organisaties in de Media |
4 |
Linders, dr. P.C.J. |
Schriftelijk tentamen en opdrachten |
201000098 |
Gezondheidscommunicatie |
4 |
Taal, dr. E. |
Schriftelijk tentamen en opdrachten |
Semester 2
Vakcode |
Vaknaam |
EC |
Examinator |
Wijze van beoordelen |
|||
192460360 |
Communicatieonderzoek |
4 |
Baas, MSc. N. |
Schriftelijk tentamen |
|||
192460380 |
Praktijkmodules Communicatieonderzoek |
4 |
Baas, MSc. N. |
Opdrachten |
|||
192413070 |
Marketingcommunicatie |
8 |
Rompay, dr. T.J.L. van Pruyn, prof. dr. A.T.H. |
Schriftelijk tentamen en opdrachten |
|||
192431300 |
New Media and Communication |
8 |
Geest, dr. T.M. van der |
Schriftelijk tentamen en opdrachten |
|||
192414300 |
Onderzoekspracticum 2 |
6 |
Gosselt, drs. J.F. |
Opdracht |
|||
|
|
|
|
|
|
|
|
NB: de vetgedrukte naam is de examinator van het vak en eerstverantwoordelijke.
Studieprogramma CW derde jaar: B3
Semester 1
Vakcode |
Vaknaam |
EC |
Examinator |
Wijze van beoordelen |
|
Keuzeruimte |
30 |
|
|
Semester 2
Vakcode |
Vaknaam |
EC |
Examinator |
Wijze van beoordelen |
|
201000099 |
Modelontwerp in de Communicatiewetenschap |
4 |
Dijk, prof. dr.J.A.G.M. van |
Schriftelijk tentamen |
|
201000119 |
Onderzoekparadigma’s in de Communicatiewetenschap |
4 |
Vuuren, dr. H.A. |
Schriftelijk tentamen |
|
192460090 |
Filosofie van de Communicatie |
4 |
Aydin, prof.dr. O. |
Schriftelijk tentamen |
|
192460650 |
Bacheloropdracht CW |
18 |
Timmer, J.F.M. MSc |
Opdracht |
|
|
|
|
|
|
|
NB: de vetgedrukte naam is de examinator van het vak en eerstverantwoordelijke
Daarnaast moet het volgende onderdeel worden afgerond:
Vakcode |
Vaknaam |
192480400 |
Proefpersoon uren B2 en B3 |
Meer informatie over dit onderdeel is te vinden in bijlage 6.
‘Tentamen’ is schriftelijk, tenzij anders vermeld; ‘opdracht’ kan zijn één of meerdere opdrachten (al dan niet met presentatie); Tentamen kan zijn één of meer (deel)toetsen. Details over vorm en aantal van de onderwijseenheden ‘opdracht’, ‘deeltoets’ of ‘practicum’ worden door de examinator bekend gemaakt voor of tijdens het eerste college van het vak en op Blackboard.
b. |
Inrichting van de opdrachten |
In de tabel bij a. zijn de tentamenvormen vermeld. Daarbij is duidelijk geworden welke onderwijseenheden geheel of gedeeltelijk uit (een) opdracht(en) bestaan.
c. |
Studielast van de opleiding en van elk van de daarvan deel uitmakende onderwijseenheden |
De studielast van de onderwijseenheden is aangegeven onder a.
d. |
Volgtijdelijkheid van en toelatingseisen voor tentamens en praktische oefeningen. De toelatingseisen in verband met voorkennis zijn vermeld in bijlage 3. |
e. |
De doelen en eindtermen van de opleiding (behorende bij artikel 3 OER Bijlage A) |
Doelen van de bacheloropleiding Communicatiewetenschap
1. |
In de opleiding Communicatiewetenschap wordt aandacht besteed aan de volgende opleidings- en vormingsdoelen (profielen van de academicus): |
a. |
Kennis van en inzicht in theorieën en methoden van de discipline gebonden en ondersteunende kennisgebieden; |
b. |
Wetenschappelijke competenties(onderzoeker); |
c. |
Toegepaste wetenschappelijke competenties (ontwerper, adviseur, beleidsmaker/manager); |
d. |
Algemene beroepsvoorbereidende competenties; |
e. |
Algemene persoonlijke vorming en ontwikkeling. |
2. |
De student doet kennis en inzichten op in de belangrijkste communicatiekundige en ondersteunende kennisgebieden, leert de voor de discipline gangbare methoden en technieken kennen en toepassen en oriënteert zich in de breedte op de verschillende rollen die hij in de latere beroepswereld kan uitoefenen. |
3. |
In de eindfase van de opleiding kiest de student voor een competentiegerichte eindopdracht vanuit de rol van onderzoeker, ontwerper, adviseur of beleidsmaker. Met de eindopdracht in de rol van ontwerper, adviseur of beleidsmaker bereidt hij zich zowel voorop het functioneren als communicatieprofessional in de beroepspraktijk als op doorstroming naar de masteropleiding Communication Studies. |
4. |
Kenmerken |
De bacheloropleiding Communicatiewetenschap kent een curriculum waarin de meer communicatie-wetenschappelijke onderwijseenheden ten behoeve van het gekozen profiel ondersteund en aangevuld worden door:
a. |
Onderwijseenheden waarin communicatiekundig ontwerpen, gebaseerd op ontwerpondersteunend onderzoek, geoefend wordt; |
b. |
Wetenschappelijke kennis en inzichten uit basisdisciplines als psychologie, sociologie en tekstwetenschap; |
c. |
Onderwijseenheden die inzicht geven in de organisatiecontext; |
d. |
Onderwijseenheden die inzicht geven in de rol van nieuwe media; |
e. |
Onderwijseenheden die de rol van sociaalwetenschappelijk onderzoek duidelijk maken en de student vaardig maken in het zelf opzetten en uitvoeren van onderzoek; |
f. |
Een minor in een ander vakgebied ter verbreding en vorming van de student; |
g. |
Een kennismaking met het communicatiewerkveld (inclusief de wetenschap). |
Eindtermen van de Bacheloropleiding Communicatiewetenschap
1. |
Vakinhoudelijke kennis |
a. |
Afgestudeerde CW-ers zijn bekend met theoretische en methodische grondslagen van de belangrijkste kennisgebieden van de discipline communicatiewetenschap (voor zover aansluitend bij het profiel van de opleiding) en van de ondersteunende kennisgebieden. Zij kunnen de gangbare communicatiekundige methoden en technieken toepassen. De kennisgebieden zijn: |
· |
Corporate communicatie |
· |
Management van communicatieprocessen |
· |
Interpersoonlijke communicatie |
· |
Marketingcommunicatie |
· |
Media- en communicatietechnologie, mediakeuze, interactieve netwerken |
· |
Audiovisuele communicatie |
· |
Massacommunicatie voor zover het betrekking heeft op het functioneren van organisaties |
· |
Ethiek en filosofie van de communicatie |
· |
Informatieoverdracht en informatieverwerkend gedrag |
· |
Beïnvloedingsprocessen |
· |
Tekstwetenschap: verbale communicatie, taalproductie- en verwerking |
· |
Het functioneren van profit en non-profit organisaties |
b. |
De afgestudeerde CW-er heeft inzicht in de aard van communicatiekundige kennis en de wijze waarop deze tot stand is gekomen. |
2. |
Competenties gerelateerd aan het functioneren als wetenschappelijke onderzoeker |
a. |
Afgestudeerde CW-ers zijn bekend met en hebben inzicht in de grondbeginselen van sociaalwetenschappelijk onderzoek; dat wil zeggen met de algemene principes, methoden en concepten van wetenschappelijk onderzoek, methoden van dataverzameling, -verwerking en –interpretatie, beginselen van statistiek en methodologie, interpretatie en evaluatie van onderzoek, specifieke vormen van onderzoek (kwantitatief en kwalitatief) ten behoeve van probleemanalyse, (veld) experimenten. |
b. |
Afgestudeerde CW-ers hebben ervaring opgedaan met het uitvoeren van de kerntaken van de wetenschappelijk onderzoeker: probleemstelling formuleren, literatuuronderzoek, onderzoeksopzet, dataverzameling en –bewerking, rapportage gericht op vakgenoten die beroepsmatig werkzaam zijn in de wetenschapstoepassing of –overdracht. |
c. |
Afgestudeerde CW-ers zijn in staat een weg te vinden in voor communicatiekundig onderzoek relevante kennisbestanden; zij weten effectief informatie van verschillende aard te lokaliseren, te vergaren, op waarde te schatten en te selecteren, onderling te verbinden, te integreren en overdraagbaar te maken, daarbij gebruikmakend van moderne mediamiddelen. |
3. |
Competenties gerelateerd aan het functioneren als ontwerper, adviseur, beleidsmaker/manager |
a. |
De afgestudeerde CW-ers zijn in staat tot geïntegreerd gebruik van wetenschappelijke kennis en onderzoek enerzijds en praktijkkennis (vakliteratuur) anderzijds bij het analyseren en oplossen van complexe communicatiekundige ontwerpproblemen. |
b. |
Een afgestudeerde CW-er weet systematisch, vragenderwijs en op creatieve wijze complexe communicatiekundige problemen te analyseren en op te lossen, rekening houdend met het implementatie- en evaluatietraject. |
c. |
Tevens is de CW-er in staat complexe communicatieproblemen te structureren in abstracte modellen. De CW-er beschikt hiervoor over een uitgebreid repertoire aan kennis- en vaardigheden in de toepassing van communicatiekundige onderzoeks- en ontwerpmethoden en ondersteunende hulpmiddelen daarbij, zoals informatie en communicatie technologie (ICT). Dit repertoire is verbonden met gedegen disciplinaire kennis en bekendheid met gebruikte vocabulaire en heersende cultuur van de beroepspraktijk voor communicatiekundige. |
d. |
De afgestudeerde CW-er beschikt tevens over de vaardigheden om ontwikkelde kennis, inzichten en oplossingen in woord en geschrift strategisch over te brengen, rekening houden met het doel, de doelgroep en de (veranderings)context. |
e. |
De afgestudeerde CW-er beschikt over een kritisch en reflectief denkvermogen dat van voldoende kwaliteit is om eigen en andermans werk (producten, processen) naar waarde te kunnen schatten. |
f. |
De afgestudeerde CW-er heeft besef van de betekenis van communicatiekunde in relatie tot organisatiekundige aspecten, andere vakgebieden en maatschappelijke verhoudingen en ontwikkelingen en weet te opereren rekening houdend met verschillende stakeholders. |
4. |
Algemene beroepsvoorbereidende competenties |
De afgestudeerde CW-er:
a. |
Beschikt over een academisch denk- en redeneerniveau; hij/zij heeft het vermogen om kritisch, consistent, rationeel, logisch en creatief te denken, te kunnen abstraheren en vanuit abstracties te denken, verbanden te leggen en te reflecteren, is bekend met de invloed van eigen en andermans waarden en normen en bezit argumentatievaardigheid; |
b. |
Is in staat tot initiatiefrijk, zelfstandig, doelgericht werken; |
c. |
Beschikt over de attitude en vaardigheden om het eigen leerproces te initiëren, vorm te geven en (bij) te sturen (levenslang leren) en te komen tot professionele groei; |
d. |
Is in staat in teamverband te werken, zowel binnen de eigen discipline als in samenwerking met andere disciplines; |
e. |
Is in staat projectmatig te werken (plannen, coördineren, samenwerken) en de begrotingstechnische consequenties te overzien; |
f. |
Beschikt over strategisch inzicht en de benodigde communicatieve vaardigheden (schriftelijk en mondeling) voor doel- en doelgroepgerichte communicatie; |
g. |
Beschikt over de attitude tot en is in staat te reflecteren op het eigen functioneren, daarvan te leren en zo nodig gedrag en handelen bij te stellen; |
h. |
Beschikt over voldoende sociale vaardigheden om binnen het beroepenveld adequaat te kunnen communiceren met klanten, wetenschappers, collega's leidinggevenden en ondergeschikten, samenwerkende of betrokken partijen e.a.; |
i. |
Is zich bewust van eigen waarden en normen en de voor de discipline en de beroepspraktijk gangbare waarden en normen en houdt rekening met de ethische aspecten van eigen handelen en communicatie; |
j. |
Beschikt over voldoende kennis van het Engels om Engelstalige wetenschappelijke literatuur te kunnen lezen en schriftelijk en mondeling in het Engels te kunnen communiceren; |
k. |
Beschikt over de ICT-vaardigheden die in de praktijk vereist zijn voor het functioneren als communicatiekundige in de beroepspraktijk. |
5. |
Algemene persoonlijke vorming |
De afgestudeerde CW-er:
a. |
Heeft ervaring opgedaan met kennis, methoden en technieken, vocabulaire en cultuur van een andere discipline (minor) en daardoor een bredere blik op wetenschapsgebieden ontwikkeld en/of heeft zijn sociale en culturele horizon verbreed door een verblijf in het buitenland; |
b. |
Heeft oog voor wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen; |
c. |
Heeft verantwoordelijkheidsbesef ten aanzien van zijn haar handelen; |
d. |
Heeft een kwaliteitsbewuste attitude ten aanzien van zijn werk en producten; |
e. |
Is in staat feedback te ontvangen en daarop adequaat te reageren. |
f. |
Vorm van de opleiding |
De opleiding is een voltijds opleiding.
g. |
Vorm beoordeling en tentamens |
De tentamenvorm van de onderwijseenheden is vermeld onder a.
h. |
Invulling van de vrije ruimte van de opleiding. |
In het derde bachelorjaar (B3) heeft elke student een keuzeruimte van 30EC. Studenten kunnen deze keuzeruimte invullen, binnen dan wel buiten de universiteit. De invulling van deze keuzeruimte dient goedgekeurd te worden door de examencommissie. De regels die hiervoor zijn opgesteld zijn te vinden in de Handleiding B3-keuzeruimte Communicatiewetenschap.
Als onderdeel van deze keuzeruimte kan elke student een minor volgen. Met uitzondering van de minors Luchtvaarttechniek, Music, Nanotechnologie en Kunst, Media & Technologie kunnen CW-studenten, behoudens specifieke instroomeisen, aan elke minor deelnemen. Voor toelating tot de minor zijn UT-breed een aantal regels opgesteld. Deze gelden ook voor CW-studenten en zijn te vinden op www.utwente.nl/majorminor
i. |
De aangewezen masteropleiding die aansluit op de bacheloropleiding of de afstudeerrichting binnen de bacheloropleiding, is de UT-masteropleiding Communication Studies (CS). |
j. |
Specifieke kenmerken van de opleiding |
· |
De vragen en opgaven van een tentamen gaan de bronnen waaraan de stof is ontleend en het op de hoorcolleges behandelde, niet te buiten. Deze bronnen worden voor het begin van het onderwijs, dat gegeven wordt ter voorbereiding op het desbetreffende tentamen, bekend gemaakt. Op Blackboard worden al dan niet verplichte deelname aan onderdelen van het examenonderdeel, wijze van tentamineren, de eventuele samenstelling (inclusief weegfactoren) van het eindcijfer en de vormgeving van het onderwijs vooraf bekend gemaakt door de examinator van het examenonderdeel. Indien het niet mogelijk is dit tijdig in de studiegids, OSIRIS of in een dictaat op te nemen, dienen deze gegevens als regel als uitreikstuk voor of tijdens het eerste college te worden uitgedeeld, op Blackboard gezet te worden of in de vorm van een onderwijsmededeling te worden gepubliceerd. In geval een boek als studiemateriaal, maakt de examinator van de onderwijseenheid dit minimaal twee weken voor aanvang van de colleges bekend. |
· |
Vanwege het internationale karakter van de staf, worden verschillende onderwijseenheden in het Engels gegeven. |
k. |
Overgangsregelingen: |
Sociale Psychologie voor CW (192901170) (4EC)
Dit vak is in 2010/2011 voor het laatst aangeboden. In 2011/2012 komt en er een nieuw vak Sociale Psychologie voor Managers (201100085). Studenten die nog niet eerder aan de beoordelingsvorm van dit vak hebben deelgenomen, moeten vanaf 2011/2012 het alternatieve vak Sociale Psychologie voor Managers van 4EC volgen. Dit vak wordt in kwartiel 3 aangeboden.
Artikel 9 lid 8 van de “Onderwijs- en Examenregeling Bacheloropleidingen UT” is van toepassing op dit vak. “De student die tenminste eenmaal aan de beoordelingsvorm van een examenonderdeel van het vak voor de verandering in 2010/2011 heeft deelgenomen, heeft recht om op de eerste twee verroosterde gelegenheden van studiejaar 2010/2011 het examenonderdeel in de onveranderde vorm af te leggen”.
Bijlage 2. Regeling (Bindend) studieadvies (behorende bij Art. 3.2 lid 3)
Overeenkomstig artikel 7.8 lid b van de WHW dient de decaan van de faculteit aan het einde van het eerste studiejaar een studieadvies aan iedere student uit te brengen. De studie Communicatiewetenschap kent een Bindend studieadvies. Leidraad voor dat advies is het aantal behaalde studiepunten en het advies van de studieadviseur. Een negatief studieadvies is bindend. De student die dit advies ontvangt kan zich de volgende drie studiejaren niet inschrijven bij de opleiding CW aan de UT.
Voor een positief advies moet de student aan het eind van het eerste jaar voldoen aan de volgende normen (conform de “Richtlijn bindend studieadvies Universiteit Twente”):
1. |
Minimaal 35 EC behaald (art.). |
én
2. |
minimaal drie van de volgende vier vakken behaald (art.4.1b): |
· |
Inleiding onderzoeksmethodologie (191962150) |
· |
Dataverzameling voor CW (192432200) |
· |
Statistiek 1 (191962160) |
· |
Statistiek 2 (191962170) |
Hieronder wordt een korte toelichting gegeven bij de uit te brengen adviezen.
Behaalde EC’s |
Betekenis |
60 |
Propedeuse behaald, studie voortzetten |
45 en meer (inclusief 3 van de hierboven genoemde vier vakken ) |
Studie voortzetten |
35 t/m 44 meer (inclusief 3 van de hierboven genoemde vier vakken ) |
Studie voortzetten, planning laten accorderen door studieadviseur (treedt op namens de examencommissie) |
34 en minder |
Studie beëindigen, bindend studieadvies (BSA) |
35 EC of meer , maar niet de drie van de vier hierboven genoemde vakken behaald |
Studie beëindigen, bindend studieadvies (BSA) |
Meer informatie over studieadviezen en de praktische consequenties is verkrijgbaar bij de studieadviseur.
Bijlage 3: Overzicht van voorkenniseisen van onderwijseenheden van de bacheloropleiding Communicatiewetenschap (behorende bij Art. 4.2 lid 6).
Vakcode |
Omschrijving onderwijseenheid |
Voorkennis |
|
|
|
1924606500 |
Bacheloropdracht |
VV: eerste en tweede jaar van de opleiding |
200900(105 – 110) |
Stage (5 t/m 30EC) |
VV: eerste en tweede jaar van de opleiding |
Afkortingen:
VV: Verplichte voorkennis (absoluut vereist voor deelname)
NV: Noodzakelijke voorkennis (deelname op eigen risico)
GV: Gewenste voorkennis (sterk aangeraden)
Vv: Voorbereiding op (vak verschaft toegang tot andere vakken)
Bijlage 4:Onderwijseenheden die worden beoordeeld met “G” of “O” (behorende bij Regels van de Examencommissie Art. 8 lid 4)
De volgende onderwijseenheden binnen de bacheloropleiding Communicatiewetenschap worden met een letter “G” van “Gedaan” beoordeeld indien naar het oordeel der examinator(en) een ten minste redelijke prestatie is geleverd en, indien dit niet het geval is, met de letter “O” van “Onvoldoende”.
Vakcode |
Vaknaam |
192480300 |
Proefpersoon uren B1 |
192480400 |
Proefpersoon uren B2 en B3 |
Bijlage 5: Samenstelling examencommissie CW/CS
Examencommissie CW/CS
Voorzitter:
Dr. T.M. van der Geest
Stafleden:
Prof. dr. J.A.G.M. van Dijk, Dr. Ir. B.P. Veltkamp, Dr. J. Karreman, Dr. T.T.J.L. van Rompay
Griffier:
Drs. P.M.J. Sevens
Secretaris:
A.J. Oppers-van den Berg
Adviseurs:
Prof. Dr. M.D.T. de Jong, opleidingsdirecteur
J.W.M. Luijerink, studieadviseur
Drs. G.W. Brinkman, studieadviseur
Drs. M.H. Tempelman, stage-afstudeercoördinator
Bijlage 6: Proefpersoonregeling
Verantwoording:
De faculteit Gedragswetenschappen acht het van belang dat haar bachelorstudenten ervaring opdoen met empirisch onderzoek in de rol van proefpersoon. Op deze manier maken zij kennis met verschillende typen onderzoek en kunnen zij zich beter voorbereiden op de eigen onderzoeksactiviteiten in het kader van hun studie. Met deze inspanning leveren studenten een bijdrage aan het onderzoek van bachelor- en masterstudenten en wetenschappelijk medewerkers. Onderdeel van het bachelorexamen is een proefpersoonverplichting van in totaal 15 uren, waarvan in totaal 10 uur tijdens de propedeuse afgerond dient te zijn.
Regeling:
1. |
In het kader van het behalen van het propedeuse examen en het bachelor examen is de student verplicht om in totaal 15 uur als proefpersoon aan onderzoek van de faculteit Gedragswetenschappen deel te hebben genomen. Onder “onderzoek van de faculteit Gedragswetenschappen” wordt verstaan onderzoek dat wordt uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een docent die onderwijs verzorgt voor de faculteit Gedragswetenschappen. Als aan de verplichting van 10 punten van de propedeuse is voldaan, komt op de cijferlijst een G van Gedaan te staan bij “19248030 proefpersoonuren”, als aan de verplichting van 5 punten van de bachelor is voldaan, komt op de cijferlijst een G van Gedaan te staan bij “19248040 proefpersoonuren B2 en B3”. |
2. |
Voor het behalen van de propedeuse dient van deze 15 uren er 10 uren afgerond te zijn. De resterende 5 uren dienen voor het bachelorexamen afgerond te zijn. |
3. |
De proefpersoonuren dienen bij tenminste vijf verschillende onderzoeken afgerond te zijn. |
4. |
De duur van de deelname aan een onderzoek wordt afgerond naar halve uren met een minimum van een half uur. |
5. |
Wanneer een student volgens afspraak als proefpersoon verschijnt en het onderzoek gaat niet door, ontvangt de student het aantal aangekondigde proefpersoonuren. |
6. |
De student wordt geacht serieus deel te nemen aan het onderzoek en zich gemotiveerd in te zetten tijdens het experiment/proef. Bij duidelijk aanwijsbare minimale inzet van de student kan de onderzoeker afzien van de toekenning van de proefpersoonpunten. Hiertoe dient de onderzoeker een beargumenteerd verzoek in bij de proefpersoon punten coördinator. |
7. |
De registratie van de punten verloopt elektronisch via het programma “Sona-systems” op http://utwente.sona-systems.com/. Studenten kunnen via dit systeem zelf hun behaalde proefpersoonpunten bekijken. |
8. |
Het aantal behaalde proefpersoonuren per onderzoek wordt door een verantwoordelijke docent of medewerker onderzoek geregistreerd in “Sona-systems”. |
9. |
Het propedeuse diploma kan pas behaald worden als aan de proefpersoonverplichting van het eerste jaar is voldaan. |
10. |
Het bachelor diploma kan pas behaald worden als aan de proefpersoonverplichting van het tweede en derde bachelorjaar is voldaan. |
11. |
Onderzoek waarvoor proefpersoonuren beschikbaar worden gesteld kunnen via de publicatieborden in de kantine of via sona systems kenbaar worden gemaakt. In de werving dient altijd te worden vermeld hoeveel proefpersoonuren er te verdienen zijn. |
12. |
In het onderzoek staat aangegeven waar en bij wie de student zich moet opgeven. De verantwoordelijkheid voor het noteren van tijd, plaats en contactpersoon (vergeet vooral niet het kamernummer en telefoonnummer!) ligt bij de student. |
13. |
Eventueel afmelden voor een experiment waarop men zich ingetekend heeft, dient rechtstreeks te geschieden bij de contactpersoon voor dat experiment. |
14. |
De faculteit Gedragswetenschappen zorgt dat het aantal aangeboden deelnamemogelijkheden toereikend is. Wanneer de student van mening is dat zijn of haar propedeuse of bachelordiploma niet op tijd kan worden afgerond omdat er niet genoeg proefpersoonmogelijkheden waren, dan kan deze zich wenden tot de examencommissie met het verzoek om vrijstelling van de resterende uren. |
15. |
De faculteit Gedragswetenschappen is verantwoordelijk dat de onderzoeken die worden aangeboden voldoen aan de ethische beroepscode (NIP 1998, www.psynip.nl), 'Geïnformeerde Toestemming' en 'Debriefing en Onderwijsrelatie.' |
16. |
Deze regeling geldt voor studenten die vanaf 1 september 2006 zijn ingestroomd in één van de bacheloropleidingen Psychologie en Communicatiewetenschap. |