Onderzoeksopdracht (192902020)

Docenten: Drs. M. Groenier, e.a.

Dit vak dat gedurende een groot deel van het tweede studiejaar loopt, en een aantal parallellen heeft met het vak Psychologisch Ontwerpen. Ook in het vak Onderzoeksopdracht leren de studenten op een systematische manier werken, waarbij nu het verzamelen, beoordelen en verwerken van psychologische, wetenschappelijke kennis centraal staat, met als doel het ontwikkelen van onderzoek.
In de eerste fase van het vak wordt de opdracht geïntroduceerd en kiezen de studenten een onderzoeksonderwerp. De onderzoeksonderwerpen zijn afkomstig van de begeleidende docenten, en sluiten aan bij het eigen onderzoek van die docenten. Uit alle master-tracks zijn onderzoeksopdrachten voorhanden. Een practicum waarin de studenten leren wetenschappelijke literatuur op te zoeken en effectief gebruik te maken van de bibliotheek, maakt deel uit van de introductie.
In fase twee voeren de studenten in groepjes van 4 de opdracht uit: ze doen een beknopt literatuuronderzoek, verzamelen de data en analyseren deze. De opdrachtuitvoering doorloopt de cyclus van empirisch (toegepast) onderzoek. Daarna schrijven de groepjes over dit werk een onderzoeksverslag in de vorm van een wetenschappelijk artikel. In het artikel dient aangegeven te worden aangeven wat de praktische implicaties van de resultaten van het onderzoek zijn. Men beantwoordt dan de vraag op welke manier de kennis die het onderzoek heeft opgeleverd direct of indirect kan bijdragen aan de oplossing van psychologische problemen en/of het ontwerpen van interventies.

Tijdens de opdrachtuitvoering vinden twee plenaire presentaties plaats. Tijdens de eerste presentatie geven de studenten een beeld van het voorgenomen onderzoek. De opdracht wordt afgesloten met een presentatie van de eindresultaten van het uitgevoerde onderzoek. Feedback die de groepen krijgen tijdens de plenaire bijeenkomsten wordt meegenomen in de eindversie van het verslag, dat daarna wordt beoordeeld.