Docentontwikkelteams

Aanbod DocentOntwikkelTeams (DOTs) 2014-2015

Met collega’s werken aan vakvernieuwing, professionalisering en schoolontwikkeling.

Een docentontwikkelteam bestaat uit docenten van hetzelfde vak of van aan elkaar verwante vakken, die gezamenlijk werken aan de vernieuwing of verbetering van hun onderwijs. Vanuit de Universiteit Twente wordt een trekker voor elke DOT geleverd. Naast de verantwoordelijk­heid voor het reilen en zeilen van het DOT kunnen zij vakinhoudelijke experts en andere deskundigen inschakelen als dat relevant is. Curriculumvernieuwing, professionalisering van docenten en aandacht voor schoolontwikkeling gaan op deze manier hand in hand.

In een DOT komen verschillende expertises bij elkaar: ervaringen van deelnemers, inbreng van specialisten op bepaalde vakgebieden, eerder ontwikkelde materialen en specifieke literatuur.

Deelnemers aan een DOT komen op de tweede of de vierde maandagmiddag van de maand bij elkaar van 14.45 – 18.00 uur, met aansluitend de gelegenheid een hapje te eten in het studentenrestaurant. Totaal aantal bijeenkomsten is 8 - 10.

Tussen de bijeenkomsten kan specifieke literatuur worden bestudeerd, worden materialen verzameld en aangepast, of worden ontwikkelde onderdelen in de klas gebruikt.

De scholen reserveren voor deelnemers op jaarbasis 60 uur professionaliseringstijd, en dragen zorg voor een rooster dat deelname aan de bijeenkomsten mogelijk maakt. De kosten voor de school bedragen € 750 per deelnemer op jaarbasis.

Na afloop ontvangt elke deelnemer een certificaat van deelname.

 

http://www.utwente.nl/lerarenconferentie/foto/archief_TM/2014/TM1220188.jpg

Voor 2014-2015 richten we de volgende DOTs in:

Gericht op docenten uit de bovenbouw vo:

·

DOT Natuurkunde: vakvernieuwing in de praktijk

·

DOT Scheikunde: context-concept chemie invoeren

·

DOT Biologie: werken aan context-concept onderwijs

·

Lesson Study Wiskunde vernieuwd via onderzoek in de lespraktijk: lesson study (160 uur professionaliseringstijd)

Gericht op docenten uit de onderbouw vo:

·

DOT Wiskunde Onderbouw lespraktijk onderzoeken met lesson study

·

DOT NatuurScheikunde Onderbouw lespraktijk verbeteren

Gericht op onderbouw en bovenbouw:

·

DOT TOA Ontwikkelteam

·

DOT Ontwerpen

Maatwerk:

In overleg met scholen kan ook specifiek een korter of lange durende DOT worden opgezet, bv rond een specifiek thema of om leermateriaal te ontwikkelen. Ondersteuning bij de opzet van DOTs of Lesson Study binnen scholen is ook mogelijk.

http://www.utwente.nl/lerarenconferentie/foto/archief_TM/2014/TM1220316.jpg

dot klas

 

 

 

 

Hebt u vragen of suggesties neem dan gerust contact met ons op:

Jan van der Veen: J.T.vanderVeen@utwente.nl of

Fer Coenders: fer.coenders@utwente.nl

Natuurkunde: Vakvernieuwing in de praktijk

Henk414

Dr. ir. Henk Pol

Trekker

Natuurkunde: Vakvernieuwing in de praktijk

Context – In september 2013 is het nieuwe examenprogramma natuurkunde ingevoerd in VWO 4. Dat betekent nieuwe schoolboeken en nieuwe onderwerpen. Wellicht op onderdelen ook een nieuwe aanpak?

Nieuwe natuurkunde zorgt voor een meer op context gerichte benadering en biedt tegelijk vensters op enkele nieuwe meer recente vakinhouden. Dit vraagt van docenten grip op de concept-context benadering en hier en daar verdieping in nieuwe vakinhouden. Bovenal geldt dat actieve betrokkenheid de kwaliteit van de invoering op de eigen school positief zal beïnvloeden (Coenders e.a., 2010).

Beschrijving van de activiteiten; uitkomsten en plannen

Het docentontwikkelteam natuurkunde richt zich zowel op de inhoudelijke kant van de vakvernieuwing als ook op de didactische kant:

-

Algemeen doel is het omzetten van nieuwe natuurkunde modules in een lessenserie met bijbehorende studiewijzer, keuze voor demonstratie- en leerling-proeven, selectie van geschikte online simulaties en ontwikkeling van toetsen.

-

Vanuit onderzoek worden minder voor de hand liggende insteken uitgeprobeerd. Zo hebben we al de aanpak Getting Practical (Kramers-Pals & Blom, 2010) toegepast die een nieuwe kijk biedt op het praktisch werk in het schoolvak, een essentieel element in de natuurkunde. Daarnaast werden al probleemoplosvaardigheden bediscussieerd door toepassing van de uitkomsten van vakdidactisch onderzoek (Pol, 2009). Ook werden al PEER-vragen ontwikkeld.

-

Inhoudelijk hebben we tot nu toe gewerkt aan de modules Domotica (aanpassingen module en aanvullende practica ontwikkeld) en Quantumwereld waarvoor we alternatieve lesplannen hebben ontwikkeld, en veel (praktisch) ondersteunend materiaal verzameld.

-

Het afgelopen jaar hebben we enkele discussies gevoerd met inhoudelijke inleiders. Daarnaast werd een eerste aanzet gedaan om domein Natuurwetten uit te werken en een praktische benadering van de keuzedomeinen.

-

Voor het komend jaar suggereren we als nieuwe didactische onderwerpen ten eerste ICT, en dan met name de toepassing van applets, en het digibord. En als tweede het verder implementeren van de vaardigheid modelleren binnen het vak natuurkunde.

-

Een inhoudelijk onderwerp dat door de DOT-natuurkunde het komend jaar aangepakt kan worden is een inhoudelijke uitwerking van één van de keuzedomeinen.

-

De groep kan zich komend jaar bijvoorbeeld richten op het nieuwe keuzeonderwerp Kern- en deeltjesprocessen of op Medische Beeldvorming, maar in overleg met de groep kan ook voor een andere nieuwe module worden gekozen.

-

Ook kunnen we denken aan vakinhoudelijke verdieping in samenwerking met deskundigen van de relevante UTstudierichtingen. Denk aan elementaire deeltjes, medische beeldvorming, lab on a chip, nanotechnologie, computational physics en sportfysica/revalidatie.

Resultaten:

-

Functionerend, actief docentontwikkelteam in de regio oost, bestaande uit VO-docenten natuurkunde en vakdidactici. Alle deelnemers zijn met medeweten van, en gefaciliteerd door, de eigen directie actief;

-

Ervaringen met het nieuwe natuurkunde programma worden vastgelegd en gedeeld en eventuele verbetervoorstellen geformuleerd. Studiewijzers en toetsen worden ontwikkeld;

-

Met de uitkomsten kunnen de deelnemende docenten een plan opzetten voor de vakvernieuwing op de eigen school;

-

Uitkomsten worden gepubliceerd in het vakblad NVOX, op een docentenwebsite en eventueel in een wetenschappelijk tijdschrift;

-

Daarnaast wordt op de regionale lerarenconferentie Twents Meesterschap en de landelijke Woudschotenconferenties verslag gedaan van de uitkomsten middels workshops.

Praktisch:

-

Komen we 10 keer per jaar bij elkaar, in principe elke tweede maandag van de maand.

-

Wordt bij deelname van de DOT-natuurkunde gerekend op een inzet van 60 uur

Scheikunde: invoeren van context-concept chemie

Context- In september 2013 is het nieuwe examenprogramma scheikunde ingevoerd. Aan de invulling hiervan is sinds 2002 gewerkt. Eerst heeft een Verkenningscommissie (van Koten, 2002) geconstateerd dat de beeld­vorming van chemie negatief is, dat de motivatie van leerlingen niet zichtbaar is, dat de inspiratie van docenten is verminderd, en dat de samenhang tussen vakprogramma’s ontbreekt. Hierna heeft de Commissie Vernieuwing Scheikunde Havo en Vwo (Driessen, 2003) een advies uitgebracht, en tenslotte heeft de Stuurgroep (2010) het adviesexamen­programma opgesteld.

De belangrijkste elementen die de Stuurgroep heeft vastgesteld zijn:

-

Leg de nadruk op leren begrijpen van de chemie achter producten en processen.

-

Laat zien waar wetenschappelijk onderzoek op de snijvlakken tussen bètavakken

toe leidt.

-

Laat het programma aansluiten bij de grote vragen van de 21ste eeuw.

-

Ga uit van een context-concept benadering en gebruik ICT mogelijkheden.

Het nieuwe examenprogramma is opgebouwd uit drie domeingebieden: vaardigheden, vakconcepten en contextgebieden. Nieuw is ook dat het schoolexamen en het centraal schriftelijk examen niet over dezelfde eindtermen gaan.

Met de invoering van het nieuwe examenprogramma komen er nogal wat vernieuwingen op docenten en leerlingen af. Met collega’s gezamenlijk lessen voorbereiden is niet alleen erg leerzaam, maar het spaart ook tijd.

In dit DOT zal de nadruk daarom liggen op bespreken van de nieuwe elementen uit het examenprogramma, en deze in leermateriaal opnemen en dit in de klas gebruiken. Het leren van de leerlingen staat centraal en daarom zullen zowel het leerproces als de leeropbrengsten in kaart worden gebracht. We hebben al ervaring opgedaan met een groepslogboek om zicht te krijgen op het leerproces, en op enkele alternatieve evaluatievormen aan het einde van een module.

Beschrijving activiteiten- De thema’s die aan de orde komen spreken we onderling af tijdens de eerste bijeenkomst. We bepalen dan ook op welke leerjaren we de nadruk leggen. Tijdens de volgende bijenkomsten wordt, gebruik makend van ervaringen van de deelnemers en van materialen en expertise van elders, in een cyclisch proces innovatief leermateriaal geschikt gemaakt om in de klas te gebruiken. De discussies tijdens de bijeenkomsten blijken erg leerzaam en bereiden voor op het gebruik in de klas. Dit materiaal wordt vervolgens in de les gebruikt, en de leeropbrengsten worden gemeten. Een cyclus wordt afgesloten met het bespreken van de ervaringen en de sterke en zwakke punten uit het materiaal, en met het eventueel aanpassen ervan voor gebruik in komende jaren.

Resultaten

-

Een werkend DOT bestaande uit vakdocenten en vakdidactici, indien nodig aangevuld met UT onderzoekers of andere specialisten.

-

Een beter begrip van het examenprogramma, vooral de nieuwe domeinen en de verschillen tussen CE en SE en

-

Leermaterialen die in de klas getest zijn en waarvan de leeropbrengsten bekend zijn.

-

Publicaties in daarvoor geschikte media.

-

Workshops en presentaties op daartoe geschikte conferenties en bijeenkomsten.

Biologie: verder werken aan nieuw concept-context onderwijs

Dr. Jan Jaap Wietsma

Trekker Biologie

Het docentontwikkelteam Biologie heeft zich de afgelopen twee seizoenen voorbereid op het geven onderwijs vanuit het nieuwe examenprogramma. Dit programma is in 2013 in de vierde klassen gestart. Om lessen vanuit een vernieuwende didactiek te geven is meer dan alleen een nieuw boek gebruiken. Geregelde uitwisseling met collega’s is hiervoor een onmisbaar hulp­middel. De DOT is daarvoor een uitstekend podium. Zelf meewerken aan de ontwikkeling van nieuw lesmateriaal is een goede basis om de vernieuwde didactiek onder de knie te krijgen.

De inhoudelijke veranderingen in het programma zijn voor de meeste docenten nog wel te volgen. Belangrijkste vernieuwing is dat het examen gebruik maakt van contexten om de biologische concepten te toetsen. Daarmee is er ook direct een noodzaak om in de lessen aandacht te besteden aan deze didactiek. Eén van de redenen om concept-context didactiek te gebruiken is de grotere betrokkenheid, ervaren van relevantie en betere leerresultaten bij de leerlingen. Aan de andere kant willen we graag samen ontdekken welke didactiek goed bij ieder van ons past. Op welke manier gaat de nieuwe examenstof en de exameneisen passen bij onze eigen didactiek?

In de bijeenkomsten van de DOT zijn we bezig om vanuit onze lespraktijk met elkaar na te denken over nieuwe inhoud en nieuwe didactische vormen. Ook doen we onderzoek hoe de nieuwe didactiek in de praktijk uitpakt.

Een aantal collega’s is bezig geweest met de ontwikkeling van lesmaterialen. Het ontwerpen van concept-context lesmateriaal geeft inzicht in de kracht die vrijkomt als leerlingen op deze manier de samenhang in allerlei onderwerpen ontdekken. De biologen in de DOT zijn nu bezig met het ontwikkelen lesmaterialen over onderzoek aan de UT, zoals weefselherstel en TOPOchip. We bouwen het contact met Twente Academy verder uit, zodat de hulp voor leerlingen bij profielwerkstukken kan verbeteren. Ook kijken we hoe leerlingen uit het VO en studenten tijdens de practica in hun opleiding kunnen samenwerken.

Tegelijk zijn elders in het land ook groepen bezig om zich in steunpunten bezig te houden met de implementatie en het doordenken van het nieuwe examenprogramma.

De DOT is een regionale ontmoetingsplaats waar experts van scholen, universiteit en hogescholen, bedrijven en kennisinstellingen elkaar opzoeken en informatie delen. Samenwerken voor projecten in de les en het gezamenlijk gebruik van bronnen kan op deze manier tot stand komen.

Het docentontwikkelteam zal zich bezig houden met het ontdekken van de didactische uitgangspunten rond concept-context onderwijs. Doelstelling is de lessen te verbinden met expertise uit bedrijven en onderzoeksinstellingen. Dit wordt gedaan door samen contexten te ontwikkelen en zo een raamwerk te bieden voor de koppeling van inhoud en beschikbare expertise in de regio.

Doelen

·

Deelnemers beschikken na dit seizoen over de benodigde kennis en vaardigheden om gebruik te maken van contexten concept didactiek in het biologie-onderwijs.

·

Vanuit de beschikbare expertise in de regio zijn enkele nieuwe contexten beschreven die in te zetten zijn bij biologie

·

Contexten worden op conferenties Twents Meesterschap en NIBI gepresenteerd.

Wiskunde vernieuwd via het onderzoeken van de lespraktijk aan de hand van Lesson Study

verhoef-1

Dr. Nellie Verhoef

Trekker

Wiskunde vernieuwd door onderzoek in de lespraktijk

Context - Er is een grote behoefte aan adequaat geschoolde docenten voor de bovenbouw. Docenten geven zelf ook aan zich vooral inhoudelijk te willen professionaliseren (Lerarenbeurs, 4 november 2013). Belangrijk zijn zowel een goede wiskundige, als ook een stevige vakdidactische kennisbasis als het om het leren van leerlingen gaat. In dit DocentOntwikkelTeam (DOT) zal aan de vakdidactische kennis op deelterreinen worden gewerkt. De wiskundig didactische theorie gaat over de ontwikkeling van ‘sensible mathematics’ (Tall, 2012). Sensible mathematics bouwt in algebra en analyse voort op de niveautheorie van Van Hiele (1986) waarin de nadruk op meetkundige begripsontwikkeling ligt. Minstens zo belangrijk is de professionalisering van deelnemende docenten die door deze ervaringen beter geëquipeerd zijn om zich wiskundeonderwerpen vakdidactisch eigen te maken en op hernieuwde wijze te ontwerpen en te onderwijzen. De samenwerking in het Lesson Study Team (LST), voorheen Community of Learners (CoL), wordt getypeerd door de actieve deelname van: bovenbouwdocenten, schoolpracticumbegeleiders, vakdidactici, AIO’s, onderzoekers en wiskundigen van de afdeling Technische Wiskunde (TW). Het doel is een breed gedragen, praktisch bruikbare vakvernieuwing. ICT-gebruik, met name GeoGebra, en theorievorming nemen een steeds prominentere plaats in. Belangrijke kenmerken van het LST zijn de veilige omgeving, samenwerking tussen UT-medewerkers en vo-docenten in de regio en hun collega’s op de eigen school, en de verbinding tussen theorie en praktijk (Dudley, 2012).

Beschrijving activiteiten – In het LST onderzoeken docenten lespraktijken, bijvoorbeeld over de introductie van begrippen in de calculus, de integratie van meetkunde in het wiskundeonderwijs en de heroriëntatie op de rol van bewijzen. Deze keuze is praktisch, gebaseerd op de relevantie in natuurwetenschappelijke en technische vervolgstudies. De deelnemers bespreken wetenschappelijke literatuur, onderzoeksresultaten en conclusies en gaan op zoek naar lespraktijken die leerlingen motiveren en uitdagen. Er wordt samengewerkt bij het ontwerpen en onderzoeken van lesontwerpen met de focus op de lespraktijk en daarbinnen het denken van leerlingen. Het overkoepelend onderzoek naar de professionalisering van wiskundedocenten is ontwerpgericht. De eerste studies, in de jaren 2009 - 2011, gingen over de introductie van het begrip ‘afgeleide’ in 4vwo. De resultaten laten zien dat het voor docenten moeilijk is om los te komen van het boek en een eigen weg in te slaan (Verhoef et al., 2013). De laatste studies spitsen zich toe op de ontwikkeling van analytische meetkunde dat in 2015 onderdeel is van het eindexamenprogramma.

De werkwijze in het LST is volgens de in Japan met succes beproefde methode Lesson Study (Fernandez & Yoshida, 2004). Het ontwerp van één les wordt uitgevoerd en geobserveerd in het bijzijn van betrokkenen: docenten (collega’s, maar ook managers) van de school en UT-medewerkers. Na afloop wordt de les zorgvuldig geëvalueerd, bediscussieerd, bijgesteld, en opnieuw uitgevoerd op een andere locatie. De live observaties zijn gericht op lespraktijken, het leren van leerlingen. Door de jaren heen is het oorspronkelijke ontwerpteam van bovenbouwdocenten en UT-medewerkers voortdurend aangevuld met bovenbouwdocenten die met passie voor hun vak, op zoek zijn naar inhoudelijke schooloverstijgende duurzame samenwerking.

Resultaten

-

Een functionerende kenniskring van vo-docenten, vakdidactici, wiskundigen van de UT, AIO’s en schoolpracticumbegeleiders;

-

Publicaties in vakbladen en tijdschriften zoals Nieuwe Wiskrant, Euclides, Nieuw Archief voor Wiskunde en het International Journal of Science and Mathematics Education (2013);

-

Workshops en presentaties op de lerarenconferentie Twents Meesterschap, en tijdens de jaarvergadering van de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren en de Nationale Wiskunde Dagen (2012), PME (2011) , CERME (2013) en WALS (2013).

De wiskunde-onderbouwlespraktijk onderzoeken met Lesson Study

Context – Wiskundedocenten in de onderbouw hebben te maken met leerlingen die niet zomaar zitten te wachten op het oplossen van problemen of het maken van sommen uit het boek. Hoe kun je leerlingen nu enthousiast maken voor mooie meetkunde?

jeurnink-1

Dr. Gerard Jeurnink

Trekker

Wiskunde Onderbouw

Hoe is de angst voor getallen om te zetten in plezier om ermee te goochelen? In dit docentontwikkelteam (DOT) wordt gezamenlijk gezocht naar wiskundige activiteiten die leerlingen motiveren en uitdagen om samen in de klas aan de slag te gaan.

Theoretisch wordt aangesloten bij de niveautheorie van Pierre van Hiele die zich met zijn vrouw Dieke bezighield met meetkundige opdrachten die een steeds hoger abstractieniveau vereisen om tot een oplossing te komen (Van Hiele, 1986). In de calculus ontwikkelde David Tall een soortgelijke theorie om cognitieve groei in het wiskundig denken te stimuleren. Hij zet zich in om ‘sensible mathematics’ te ontwikkelen (Tall, 2012).

Deze DOT wordt getypeerd door de actieve deelname van vo-docenten wiskunde onderbouw, onderbouwbegeleiders, vakdidactici, onderzoekers van de afdeling Toegepaste Wiskunde. Het doel is een praktisch bruikbare vernieuwing voor delen van onderbouw-wiskunde. Theorievorming over begripsontwikkeling bij leerlingen en de vertaling daarvan in uitdagende lespraktijken nemen een prominente plaats in. Belangrijke kenmerken van deze DOT zijn (a) de veilige omgeving, (b) gelijkwaardige samenwerking tussen UT-medewerkers en vo-docenten in de regio en hun collega’s op de eigen school (Johnson & Johnson, 1999), en (c) de verbinding tussen theorie en praktijk.

Docenten ontwikkelen zich professioneel door hun eigen lespraktijk te onderzoeken.

Beschrijving activiteiten – De deelnemers bespreken samen literatuur, op grond waarvan het ontwerp van de onderzoeksles start met als uitgangspunt het uitdagen van leerlingen om actief mee te doen. De docenten kiezen samen het onderwerp dat in de les centraal staat. De werkwijze is volgens de in Japan met succes beproefde methode lesson study (Fernandez & Yoshida, 2004). De deelnemers bereiden, na een eerste bijeenkomst op de UT, groepsgewijs één onderzoeksles voor. De les wordt, na een tweede bijeenkomst op de UT, in het najaar uitgevoerd en geobserveerd in het bijzijn van alle betrokkenen: docenten (collega’s, managers) van de school en UT-medewerkers. Na afloop wordt de les direct op de school geëvalueerd. Op grond van de evaluatie wordt de les bijgesteld en opnieuw uitgevoerd op een andere locatie. In een derde bijeenkomst op de UT wordt het proces van ontwerpen - observeren – discussiëren – reflecteren plenair nabesproken eindigend in een voorstel voor het nieuwe onderwerp in het voorjaar. De voorbereiding hiervan wordt afgerond in een vierde bijeenkomst op de UT, waarna weer meerdere uitvoeringen op scholen (en bijstelling). In een laatste bijeenkomst op de UT wordt op de leerervaringen van beide cycli teruggeblikt. De lesson study ervaringen en materiaal worden online geplaatst en gepubliceerd in vakbladen en gepresenteerd op lerarenconferenties.

Resultaten

-

Een functionerende kenniskring van vo-docenten, vakdidactici en schoolpracticum­begeleiders (vakcoaches);

-

Publicatie in bladen en tijdschriften zoals Nieuwe Wiskrant, Euclides, Nieuw Archief voor Wiskunde en Journal for Research in Mathematics Education

-

Workshops en presentaties op lerarenconferenties zoals Twents Meesterschap, en tijdens de jaarvergadering van de Nederlandse Vereniging van Wiskunde­leraren en de Nationale Wiskunde Dagen

NaSk: de natuur – scheikunde onderbouwlespraktijk verbeteren

Context- De ontwikkelingen in het onderwijs volgen elkaar snel op. In september 2013 zijn nieuwe examenprogramma’s voor natuurkunde

foto Hannie Lensink

Hannie Lensink

Trekker

NaSk

en scheikunde in de bovenbouw havo en vwo ingevoerd en dat heeft uiteraard gevolgen voor het onderwijs in deze vakken in de onder­bouw. In deze vernieuwingen staat contextconcept onderwijs centraal, en daarmee de manier waarop leerlingen natuurwetenschappen leren en de daarbij passende toetsing. Dit is daarom een aandachtspunt voor deze DOT.

Differentiatie is in de onderbouw belangrijk omdat alle leerlingen voldoende natuurwetenschappelijk kennis en vaardigheden moeten opdoen om volwaardig in de samenleving te kunnen participeren (scientific citizenship). Een deel van de leerlingen zal kiezen voor een natuurprofiel en moet zich daarop ook kunnen voorbereiden. Beide groepen volwaardig bedienen is een uitdaging ……… en daarmee een onderwerp van deze DOT.

Enthousiasmeren van leerlingen voor natuurwetenschappen kan op verschillende manieren plaatsvinden. Een ervan is leerlingen zinvolle, interessante en uitdagende activiteiten laten doen in en buiten de les. Dat kunnen practica of onderzoekopdrachten zijn, maar ook ICT opdrachten als animaties, simulaties of het gebruik van specifieke software. Het zoeken, (her)ontwerpen en daarna in de klas gebruiken van dergelijke opdrachten is een aandachtspunt voor deze DOT.

Beschrijving activiteiten – De deelnemers bepalen tijdens de eerste bijeenkomst de onderwerpen en werkwijze, en maken een globale planning. Centraal staan het (her)ontwerpen van materialen, gebruik hiervan in de klas en uitwisseling van tips en ervaringen en leerresultaten van leerlingen.

Omdat het uiteindelijk om het leren van leerlingen gaat, wordt speciale aandacht geschonken aan het in kaart brengen van het leerproces van leerlingen en aan het meten van de leeropbrengsten. Voor het in kaart brengen van het leerproces zullen bestaande materialen en methoden aan de omstandigheden in de onderbouw worden aangepast en gebruikt. Bij toetsing en evaluatie gaat het om ‘gewone’ toetsen die geschikt zijn om vast te stellen of de leerdoelen gehaald zijn, en om alternatieven zoals praktische opdrachten, presentaties, posters etc. en de beoordeling daarvan met rubrics.

Resultaten

-

Een werkend DOT bestaande uit vakdocenten en vakdidactici, daar waar nodig aangevuld met specialisten.

-

Leermaterialen die in de klas getest zijn en waarvan de leeropbrengsten bekend zijn.

-

Publicaties in daarvoor geschikte media.

-

Workshops en presentaties op daartoe geschikte conferenties en bijeenkomsten.

TOA Ontwikkel Team

In het TOA Ontwikkelteam gaan we experimenten ontwikkelen en verbeteren, die in het kader van de vernieuwingsprogramma’s biologie, natuurkunde en scheikunde in de klassen vier t/m zes havo/vwo uitgevoerd gaan worden.

Het doel is het ontwikkelen en/of verbeteren van experimenten die in het kader van de vernieuwingsprogramma’s biologie, natuurkunde en scheikunde in de klassen 4 t/m 6 havo en vwo uitgevoerd gaan worden.

Rianne Wanders

Trekker

TOA Ontwikkel Team

In één van de eerste bijeenkomsten zullen we bepalen aan welke experimenten we het komende jaar gaan werken. Inspiratie voor de ontwikkeling van de nieuwe experimenten zullen we opdoen bij de docentenontwikkelteams, uitgevers van nieuwe modules en de vakvernieuwingswebsite (www.nieuwescheikunde.nl, www.nieuwenatuurkunde.nl, www.nieuwebiologie.nl). Ook kunnen we bijvoorbeeld kiezen voor een vakoverstijgende module.

In principe werken we apart binnen de 3 vakdisciplines. De experimenten worden uitgewerkt in een zogeheten “Getting Practical” format, waarbij ook ruimte is voor de vakdidactiek.

De basisplaats waar we gaan werken is het Twente Academy Leerlingenlab op vloer 4 van het gebouw Carré, maar het kijken bij elkaar op school is ook één van de mogelijkheden. De afgelopen twee jaar hebben we met een groep enthousiaste TOA’s gewerkt aan twee practicumboekjes.

Randvoorwaarden

Wegens beperkte ruimte in het leerlingenlab is het aantal deelnemers maximaal 24. In principe zijn dat van ieder discipline acht TOA’s. Aanmelden vanaf een bepaald tijdstip gaat vanuit het principe wie het eerst komt die…….

De bijeenkomsten vinden plaats op de vierde maandag van de maand, van 14:45 tot 18:00 uur.

Van de deelnemende TOA’s wordt verwacht dat ze niet alleen hun expertise zullen delen met de collega’s van hun eigen vakgebied, maar dat ze ook open staan voor de andere disciplines.

Iedereen krijgt na afloop een certificaat, dat in ieder geval een opsteker is voor het Persoonlijk Ontwikkelings Plan.

 

Marieke Rinket

Trekker

Ontwerpen

Ontwerpen

Context – Steeds vaker werken leerlingen binnen school in teams aan echte, realistische vraagstukken die bijvoorbeeld afkomstig zijn van externe opdrachtgevers. Dit vraagt van docenten andere vaardigheden dan bij andere vakken. Hoe kun je de leerlingen hun eigen laten zoeken bij het beantwoorden van de ontwerpvraag en tegelijkertijd de kwaliteit van hun leerproces bewaken? Welk materiaal gebruik je voor dit soort vraagstukken?

Onderdelen waaraan we aandacht kunnen/willen besteden

(nb: de definitieve onderdelen worden op basis van de behoeften van de deelnemers in de eerste bijeenkomst vastgesteld):

Voorbeelden:

-

Begeleiden en beoordelen van ontwerpopdrachten: hoe doe je recht aan het werk en de groei van leerlingen? Hoe begeleid en beoordeel je in de verschillende leerjaren? Welke bruikbare instrumenten zijn er en welke ontwikkelen we binnen de DOT?

-

Ontwerpvaardigheden: welke bruikbare instrumenten op het gebied van ontwikkeling van ontwerpvaardigheden voor leerlingen zijn er? Binnen deze DOT kunnen we desgewenst werken aan de ontwikkeling van nieuwe instrumenten.

-

Creatieve technieken: essentieel in een ontwerpproces is dat leerlingen leren creatieve denktechnieken te gebruiken om tot nieuwe ideeën te komen. Welke creatieve denktechnieken zijn geschikt in dit verband en hoe kunnen we ze leerlingen aanleren?

-

‘Echte’ opdrachten: wat zijn de criteria voor een goede ontwerpopdracht en hoe kom je aan echte opdrachten, opdrachtgevers?

-

Ontwerpen binnen het curriculum van de school: welke plek heeft ontwerpen door leerlingen binnen de school, welke leerdoelen streef je na en hoe meet je of deze bereikt zijn?

Resultaten:

-

Actieve groep van docenten – uit alle leerjaren en vakdisciplines – die betrokken zijn bij het begeleiden van ontwerpprojecten binnen de school.

-

Instrumenten/leermaterialen te gebruiken binnen ontwerpprojecten binnen school.

-

Publicatie en/of presentatie van de opbrengsten van de DOT in daarvoor geschikte media.

Praktisch:

-

Worden de activiteiten van de DOT Ontwerpen definitief geformuleerd op basis van de behoeften van de deelnemers tijdens de eerste bijeenkomst.

-

Hebben deelnemers ervaring in het begeleiden van ontwerpprojecten binnen school.

-

Komen we 8-10 keer per jaar bij elkaar, in principe elke tweede maandag van de maand.

-

Wordt bij deelname van de DOT Ontwerpen gerekend op een inzet van ongeveer 60 uur (bijeenkomsten en ontwikkeling materialen/instrumenten).