Het basisprogramma van 20 EC is een gemeenschappelijk deel. Als je de 30 EC variant van de minor volgt, doe je twee extra vakken van in totaal 10 EC, namelijk:
· |
Didactiek onderbouw en Onderbouwstage. |
Inleiding Kennisuitwisseling (5 EC)
Dit vak geeft een introductie in allerlei facetten die met kennisverwerving, onderwijsleertheorie, docentrollen en
communicatie te maken hebben.
Inleiding Vakdidactiek en Oriëntatiepracticum (5 EC)
Je houdt je bezig met de volgende onderwerpen: doelstellingen van het onderwijs in een V-O vak; organisatie van onderwijs; vakspecifieke inhouden: het leren van vaardigheden. Het praktijkdeel bestaat uit een training in voordrachtsvaardigheden; lesobservatie, docent- en leerlinggedrag; individuele begeleiding van leerlingen en het geven van enkele lessen op school.
Vakdidactiek 1 (5 EC)
Dit vak is gericht op verdieping van onderwijsgerelateerde didactische kennis en vaardigheden die in het schoolvak van belang zijn.
Schoolpracticum 1 (5 EC)
Je houdt je bezig met het observeren van lessen, docent en leerlingengedrag, het daadwerkelijk geven van lessen op school en het geven van een lessenserie over vakspecifieke onderwerpen.
Didactiek onderbouw (5 EC)
In samenwerking met de onderbouwstage werk je aan je beroepscompetenties, met name de docerende taak (vakdidactiek), klassemanagement, samenwerken en de pedagogische taak. Tijdens de onderwijsmiddag worden acht workshops georganiseerd:
begripsvorming & probleemaanpak, communicatie in de klas, toetsing, specifieke groepen, werken met verschillen, mentoring, overleg, vaktopics, docent als opvoeder.
Onderbouwstage (5 EC)
Schoolpracticum op het vmbo-t of de onderbouw havo/vwo. Je bouwt je praktische ervaring uit naar het gebied waarvoor je een bevoegdheid zult verwerven. De stagescholen zijn de opleidingsscholen in het samenwerkingsverband ‘Opleiden in de school’. |