Opzet van de cursus
De opzet van de cursus is in hoge mate vraaggestuurd. Dat wil zeggen dat cursisten die kerncompetenties ontwikkelen die zij nodig hebben en nog niet in voldoende mate beheersen.
Tijdens de uitvoering van de cursus sluiten we zoveel mogelijk aan bij de actuele werkervaringen van de cursist. De cursus is modulair ingericht zodat de kandidaat deel kan nemen aan de module die het beste past bij de actuele taken. Iedere module wordt afgerond met een certificaat. De cursus bestaat uit vier modulen en een integrerende opdracht. Kandidaten die alle delen met goed gevolg hebben afgerond ontvangen een bewijs van voldoende didactische voorbereiding.
De inrichting van de modulen kent het volgende stramien:
Voorbereiding: de kandidaat krijgt een overzicht van wat in de module aan de orde komt en wordt gevraagd om een portfolio op te stellen met daarin een persoonlijke beschouwing van de eigen bekwaamheden op het gebied van de module-inhouden en bewijslast om de persoonlijke beschouwing te onderbouwen.
Studiedag 1: ELAN biedt, in samenwerking met de Onderwijskundige Dienst van de UT, een studiedag aan waarop aan de hand van voordrachten, (rollen)spelen en simulaties de kandidaten vertrouwd worden gemaakt met de concepten van de module. Tevens maken de kandidaten kennis met een persoonlijke supervisor. Met hem/haar bespreken zij het portfolio en stellen een plan van aanpak op om ontbrekende of aanvullende bekwaamheden te verwerven aan de hand van opdrachten.
Werkplekleren: gedurende zes weken volgend op de studiedag werkt de kandidaat binnen de eigen onderwijspraktijk aan het persoonlijke plan van aanpak. Hij/zij brengt de resultaten van het leerproces in beeld in het portfolio met behulp van onderwijsproducten van eigen hand, (reflectie)verslagen, e.d. In deze periode onderhoudt de kandidaat contacten met de supervisor (onder meer in een digitale leeromgeving).
Studiedag 2: opnieuw aan de hand van voordrachten, (rollen)spelen en simulaties worden de kandidaten vertrouwd gemaakt met aanvullende concepten en vaardigheden. Tevens schetsen de kandidaten het eigen leerproces en presenteren zij de leerresultaten.
Afronding: De kandidaat werkt na studiedag 2 het portfolio bij. De supervisor neemt de kandidaat een bekwaamheidsonderzoek af door beoordeling van het portfolio. De kandidaat krijgt daarbij inhoudelijke feedback en een waardering voor het leerresultaat.
In de integrerende opdracht aan het einde van de cursus wordt de kandidaat gevraagd te reflecteren op de vier modules en een persoonlijke visie op hoger onderwijs te formuleren die aansluit bij de eigen onderwijspraktijk. Tevens wordt de cursist in staat gesteld de ontwikkelde competenties te tonen in een aantal 'Proeven van bekwaamheid'. De proeven van bekwaamheid zijn eigen onderwijsproducten uit de eerdere modulen. Na alle afgesproken onderdelen voldoende afgerond te hebben ontvangt de cursist het 'Bewijs van voldoende didactische voorbereiding'.
De deelnemers die de cursus, vier modulen en integrerende opdracht, met goed gevolg afronden krijgen het Bewijs van voldoende didactische voorbereiding uitgereikt. Dit bewijs geldt voor het geven van onderwijs aan HBO-instellingen (exclusief het –samengesteld- hoger pedagogisch onderwijs).
