Invulinstructie portfolio LVHOM
TOELICHTING OP INVULLEN PORTFOLIO MAATSCHAPPIJLEER
Inleiding
Een portfolio is een gestandaardiseerd overzicht van individuele leer- en werkervaringen van mensen. Portfolio's vervullen uiteenlopende functies en worden gebruikt in allerlei opleidingssituaties waarin het belangrijk is inzicht te verkrijgen in individueel verworven competenties.
Het portfolio wordt hier als middel ingezet om de leer- en werkervaringen van kandidaten voor de opleiding tot Master in (Social) Science Education in kaart te brengen. Voor aankomende masterstudenten is dat veelal een complexe zaak. Daarom wordt onderscheid gemaakt tussen competenties met betrekking tot (a) de vakinhoud, (b) de vakdidactiek, en (c) het beroep van docent. In het portfolio worden bewijsbare, reeds verworven competenties vergeleken met (a) de vakinhoudelijke en (b) vakdidactische eindtermen van de eerstegraadslerarenopleiding, en met (c) de startbekwaamheden die vereist zijn voor het beroep van docent. Op grond van deze vergelijking wordt het opleidingstraject tot Master in (Social) Science Education door de toelatingscommissie vastgesteld. Dit opleidingstraject bestaat maximaal 120 ECTS. In geval van deficiëntie kunnen maximaal 30 ECTS extra in een premaster, al dan niet ingedaald, worden uitgevoerd.
Het portfolio bestaat uit de volgende onderdelen:
· |
Persoonlijke gegevens (blad 1) |
· |
Overzicht gevolgde scholing, cursussen, en trainingen (blad 2) |
· |
Overzicht werkervaring (blad 3) |
Deze drie voornoemde bladen vormen deel 1 van het portfolio.
· |
Vergelijking met reeds verworven competenties (blad 4) |
· |
Overzicht van reeds verworven competenties (+ bewijsstukken) (blad 5) |
Deze twee bladen vormen deel 2 van het portfolio.
· |
Eigen beoordeling van de competenties (blad 6) |
Dit blad vormt deel 3 van het portfolio.
De kandidaten vullen deel 1, deel 2 en deel 3 zelf in.
Het eindresultaat van de assessmentprocedure wordt volgens een ander sjabloon opgesteld. Het Persoonlijk Ontwikkelingsplan (blad 7) kunt u later nog toevoegen.
De gegevens van de kandidaat betreft persoonlijke informatie. Om die persoonlijke gegevens tegen misbruik te beschermen, is het portfolio eigendom van de kandidaat. Over de inzage in en het gebruik van het portfolio door anderen zal overleg met de invuller moeten plaatsvinden.
Instructie
Het invullen van de gegevens op de volgende werkbladen kan zelfstandig gebeuren.
Het verdient aanbeveling vooraf een schets te maken met uw 'levensloop' te beginnen bij het heden teruglopend naar het verleden.
Probeer zoveel mogelijk tastbare bewijzen van uw voor de Masteropleiding relevante kennis en vaardigheden (competenties) zoals diploma's certificaten, getuigschriften en dergelijke te verzamelen en voeg deze toe achter blad 5.
Hierna volgt uitleg over door u in te invullen documenten over (a) de vakinhoud, (b) de vakdidactiek, en (c) het beroep van docent.
Instructie invullen gevolgde scholing, cursussen en trainingen (blad 2)
1. Overzicht gevolgde scholing: blad 2.1
Schrijf in het schema welk regulier onderwijs u hebt gevolgd. Vul in de vakjes in:
§ |
Naam school; welke richting; welke vakken; |
§ |
Hoeveel tijd op elke school; |
§ |
Diploma of bewijs van voltooiing. |
2. Overzicht gevolgde cursussen en trainingen: blad 2.2
Schrijf in het schema de cursussen en trainingen die u hebt gevolgd. U kunt alle soorten cursussen en trainingen invullen. Vul in de vakjes in:
§ |
Waar heeft u de cursus gevolgd? B.v. via werk, uitzendbureau, vereniging, buurthuis, kerk etc. |
§ |
Wat was de inhoud van de cursus? |
§ |
Hoeveel dagen/weken/maanden duurde de cursus? |
§ |
Heeft u een bewijs of diploma gehaald? |
Instructie invullen werkervaring (blad 3)
Overzicht werkervaring
Het gaat hierbij om het werk dat u tot nu toe gedaan hebt tijdens:
1. |
Betaald werk: (àl het werk waarvoor u bent betaald.) |
2. |
Vrijwilligers werk: (werk voor bijvoorbeeld een vereniging of organisatie, maar waarvoor u niet werd betaald) |
Instructie invullen vergelijking van competenties (blad 4)
Reeds verworven competenties vergeleken met de vakinhoudelijke en vakdidactische eindtermen van de eerstegraadslerarenopleiding, en met de startbekwaamheden die vereist zijn voor het beroep van docent.
Werkinstructie:
Vergelijk welke competenties zijn opgedaan in welke leer- en werkervaring. Deze activiteiten zijn onderverdeeld in:
§ |
Leerervaring: scholing, cursussen, en trainingen, |
§ |
Werkervaring: zowel tijdens betaalde als tijdens onbetaalde werkzaamheden |
Denk hierbij aan:
§ |
de taken die u hebt uitgevoerd; |
§ |
waar u dit hebt gedaan, organisatie/bedrijf en functie; |
§ |
wat u precies deed (ook bij functieveranderingen of meerdere functies binnen de organisatie/het bedrijf); |
§ |
welk product u hebt gemaakt of welk resultaat u moest behalen; |
§ |
welke hulpmiddelen instrumenten u gebruikte; |
§ |
of u zelfstandig en/of onder leiding werkte; |
§ |
welke competenties u hierbij hebt ontwikkeld. |
Bewijzen van verworven competenties (blad 5)
Werkinstructie:
Verzamel hierachter alle tastbare bewijzen van de door u verworven competenties, zoals:
· diploma's / certificaten
· getuigschriften
· publicaties
· geproduceerde producten zoals bijv. schema's, foto's e.d.
etc
