Toetsing

Gedurende de opleiding wordt er op verschillende manieren geëxamineerd. Hiervoor worden verschillende toetsingsinstrumenten gebruikt.

Toetsvorm per vak

De meeste vakken worden schriftelijk getentamineerd. Het vak ‘Informatieopslag’ wordt door middel van opdrachten getentamineerd en het vak ‘Elektromagnetische veldtheorie’ wordt met een mondeling tentamen afgesloten.

Bij de vakken ‘Meettechniek’, ‘Computersystemen’ en ‘Embedded Signal Processing’ maakt een praktische oefening deel uit van het assessment. Deze praktische oefening moet met een voldoende resultaat afgerond worden voordat aan een tentamen deel kan worden genomen. De examinator van een practicum kan eisen dat één of meerdere verslagen gemaakt moeten worden, dat een journaal bijgehouden wordt en/of dat een presentatie gehouden wordt. De beoordeling over een practicum wordt gegeven op grond van de prestaties gedurende dat practicum.

De vorm waarin de onderdelen van de minor getentamineerd worden, wordt bepaald door de Onderwijs- en Examenregeling van de opleiding die verantwoordelijk is voor de minor. De toetsvormen staan beschreven in de vakomschrijvingen in Osiris.

Integratie: projecten

Om de integratie uit de verschillende vakken of juist uit een vak te bevorderen en om de prestaties te monitoren worden er een aantal projecten gedaan, die met een presentatie en/of een verslag worden afgesloten. Naast onderstaande projecten zijn er het mid-P -, het eind P- en het Mechatronica project.

B2-project

Het B2-project wordt normaliter gedaan in groepen van 4 studenten.

De beoordeling van het B2-project wordt verkregen op grond van de prestaties gedurende de opdracht, van een tussenvoordracht en een eindvoordracht en een schriftelijk verslag over de verrichte werkzaamheden. Er kan een tussenverslag geëist worden.

Bacheloropdracht

De beoordeling van de Bacheloropdracht wordt verkregen op grond van de wijze van werken gedurende de opdracht, een eindvoordracht, en een schriftelijk verslag over de verrichte werkzaamheden. De beoordeling wordt vastgesteld door de examinatoren van een begeleidingscommissie die als volgt is samengesteld: de commissie bestaat uit tenminste één persoon die lid is van het wetenschappelijk personeel in vaste dienst bij enige vakgroep van enige universiteit. Voor het uitvoeren van de opdracht buiten de universiteit, is toestemming nodig van de opleidingsdirecteur.