Afsluiting bachelor

De Bacheloropdracht

De bacheloropdracht (BO) of Individuele Onderzoek Opdracht (IOO) is de afsluiting van het bachelorprogramma. In deze opdracht wordt een onderzoek bij een vakgroep gedaan.

Het is de gelegenheid om de geleerde stof in de praktijk te brengen. Met de BO of IOO wordt de mate van initiatief nemen, plannen, rapporteren en presenteren van de student getoetst. Het niveau van de opdracht past bij de eindtermen van de bacheloropleiding en de tot dan toe gevolgde vakken. Tijdens de BO of IOO wordt zelfstandig gewerkt, onder de supervisie en begeleiding van de BO/IOO-begeleider.

Eindtermen bachloropdracht

Voor de BO/IOO gelden de volgende opdrachteindtermen:

De studenten hebben in de bacheloropdracht aangetoond dat ze in staat zijn om

1.

een bij hen passende keuze te maken voor een vakgroep, supervisor en onderzoeksvoorstel (informatie verwerven, zelfkennis, communiceren);

2.

een logboek bij te houden (documenteren, integreren van kennis en skills, reflectie);

3.

onderzoeksvoorstel concreet te maken (interpreteren, uitwerken, operationaliseren, via literatuurstudie en oefening met instrumenten/ tools, tot een concrete onderzoeksvraag of ontwerpspecificatie met motivatie waarom dit van belang is);

4.

een onderzoeksplan te maken (totaaloverzicht geven met stappenplan en tijdplan);

5.

het onderzoeksplan doelgericht uit te voeren en zonodig in overleg met de supervisor bij te stellen als voortschrijdend inzicht hiertoe noopt (doelgericht werken, plan bijstellen);

6.

een voortgangsrapportage te leveren (verantwoorden dat in de juiste richting naar de kerndoelen wordt gewerkt);

7.

een heldere probleemstelling te maken waarin de kernstructuur van werk en verslag tot uitdrukking komt, bijv. in de vorm van een introductie, samenvatting of poster;

8.

data voor begeleidingsgesprekken af te spreken en afspraken na te komen (communiceren);

9.

afspraken te maken over hoe de beoordeling plaats vindt en welke criteria voor het cijfer worden gehanteerd (communiceren, bijv. wanneer je een 10 krijgt en wanneer een onvoldoende);

10.

afspraken te maken over wat er gebeurt bij overschrijding van deadlines of de totale tijdsduur, of bij een onvoldoende (communiceren);

11.

een (verplicht!) eindverslag te maken (logische doelgerichte presentatie van het werk naar het technisch-wetenschappelijk forum);

12.

een (verplichte!) eindvoordracht over het werk te houden (mondelinge presentatie voor een publiek van BSc-EL medestudenten en vakgroepmedewerkers aan de hand van een powerpointpresentatie)

De student wordt geacht zelf verantwoordelijk te zijn voor het leren beheersen van de genoemde punten. Hoe meer het initiatief van de student uitgaat (dit omvat ook het stellen van vragen), hoe beter aangetoond is dat de eindtermen behaald zijn. Het eindcijfer wordt bepaald door de inhoudelijke kwaliteit van het werk (het niveau), het eindverslag, de eindvoordracht en de gevolgde werkwijze die o.a. blijkt uit de bovengenoemde tussenproducten. Deze laatste kunnen of mondeling of schriftelijk worden geleverd, volgens afspraak tussen supervisor en student.

Diploma

Om in aanmerking te komen voor het bachelordiploma dient men zich aan te melden bij Bureau Onderwijszaken. Deze aanmelding kan iedere maand, met uitzondering van de maand juli. Er zal worden bekeken of aan alle voorwaarden is voldaan. Eén keer per jaar, in de maand oktober, vindt er een collectieve bachelor diploma-uitreiking plaats. Ook vindt er één keer per jaar, eind september of begin oktober, een UT-brede Propedeuse-uitreiking plaats.