Doelen en Eindtermen

Doel

De algemene doelstelling van de bacheloropleiding is het opleiden tot bachelors in Electrical Engineering.

Een bachelor is een academisch gevormd persoon die opgeleid is om onder supervisie van een ingenieur of master te werken in onderzoek of ontwerp. In de praktijk houdt dat een combinatie van meerdere eigenschappen in. Denk aan nieuwsgierigheid, brede interesse, initiatief tonen, onafhankelijk denken, problemen in een breder kader zien, abstract redeneren, essentiële gedachten van ad hoc ideeën onderscheiden, generalisaties rechtvaardigen en creatief zijn bij het tot stand brengen van oplossingen in ontwerp- en onderzoeksproblemen.

Als afgestudeerd bachelor Electrical Engineering ben je in staat om problemen tamelijk onafhankelijk op te lossen. Je bent in staat om nieuwe kennis op te doen en deze te integreren in je werk. Als bachelor kun je problemen identificeren en structureren. Daarbij moet je hoofdzaken van bijzaken kunnen scheiden en een tijdpad voor de oplossing van het probleem aan kunnen geven. Daarnaast zijn bachelors EE ook in staat om in (multidisciplinaire) groepen te werken.

Electrical Engineering omvat de studie en toepassing van elektriciteit, elektronica en elektromagnetisme. De deelgebieden die worden behandeld zijn analoge en digitale elektronica, computertechniek, meet- en regeltechniek en communicatietechniek. Daarnaast omvat de opleiding de noodzakelijke basiskennis uit de wiskunde en natuurkunde. De algemene eindtermen voor de afgestudeerde van een bacheloropleiding van de afdeling Electrical Engineering zijn hieronder opgesomd in domein, werkwijze en context.

Eindtermen

Een afgestudeerde

Domein

wiskundige basiskennis

1.

is in staat om vanuit het arsenaal van de calculus gebruik te maken van differentiaal- en integaalrekening, oplossen van stelsels lineaire vergelijkingen, kansrekening en stochastiek teneinde fysische verschijnselen, componenten, signalen en schakelingen te beschrijven c.q. te modelleren.

natuurkundige basiskennis

2.

is in staat om eenvoudige elektromagnetische en mechanische situaties te beschrijven en tevens om een beschrijving van halfgeleidercomponenten te geven, alsmede het gedrag van, en informatieverwerving ten behoeve van fysische systemen te analyseren en te modelleren.

elektronica

3.

is in staat om een eenvoudige analoge schakeling functioneel te beschrijven en te onderzoeken in analytische vorm en dat functionele onderzoek bij schakelingen van toenemende complexiteit te doen met numerieke methoden en simulaties.

computertechniek

4.

is in staat om eenvoudige digitale schakelingen te analyseren en te synthetiseren en voor het ontwerpen van omvangrijke schakelingen daarbij gebruik te maken van een hardware beschrijvingstaal. De afgestudeerde is bekend met de organisatie van een computer en kent de deelsystemen ervan en is tevens in staat, na analyse, een probleem algoritmisch met een computertaal op te lossen.

meet- en regeltechniek

5.

is bekend met de functionaliteit en de opbouw van een meetsysteem en in staat meetfouten te identificeren en te analyseren om bij het ontwerpen en testen van schakelingen, gerealiseerd tijdens opdrachten en projecten, bewust met meetapparatuur om te kunnen gaan.

6.

kan fysische systemen analyseren en ontwerpen die gebruik maken van een regelstrategie, zoals in elektronische schakelingen alsmede in robotica.

communicatietechniek

7.

is in staat een beschrijving te geven van communicatiesystemen in termen van gebruikte media, modulatiemethoden, coderingstechnieken en protocollen teneinde een uitspraak over de prestatie en kwaliteit van een dergelijk systeem te kunnen geven.

Werkwijze

8.

is in staat om de hoofdfunctie van een verlangde toepassing op een zinvolle manier onder te verdelen in deelfuncties teneinde een functioneel ontwerp van de toepassing op te stellen.

9.

is in staat om deelfuncties van een functioneel ontwerp van een verlangde toepassing te vervullen met subsystemen, zodanig dat de realisatie –het geheel der subsystemen- de toepassing mogelijk maakt, daarbij rekening houdend met gestelde eisen en voorwaarden. De afgestudeerde kan hierbij uit alternatieve systemen na evaluatie een verantwoorde keuze maken.

10.

is in staat om mondeling en schriftelijk te rapporteren over opdrachten en projecten.

11.

is in staat om samen te werken met teamgenoten en opdrachtverstrekkers tijdens opdrachten en projecten.

12.

is in staat om voor opdrachten en projecten de vraagstelling te analyseren, benodigde informatie te verwerven, een onderzoeks- en/of ontwerpplan op te stellen en de uitvoering ervan te plannen.

13.

is in staat om kennis te vergaren via wetenschappelijke boeken en tijdschriften al dan niet ontsloten via geautomatiseerde zoekmethoden.

14.

is in staat om op een deelgebied een bijdrage te leveren aan wetenschappelijk onderzoek of ontwerp.

Context

15.

is in staat om na het voltooien van de opleiding een keuze te maken voor en zich te specialiseren in een masteropleiding, dan wel om een plek te vinden op de arbeidsmarkt.

16.

is in staat technische en maatschappelijke gevolgen van nieuwe ontwikkelingen in het vakgebied te analyseren en te bespreken met vakgenoten.

17.

is in staat vanuit een andere tak van wetenschap met een breder perspectief een oordeel te vormen over het eigen vakgebied.