Toelatingsregeling vakken CEM (juni 2008)
Aanpassing toelatingsregeling vakken Civil Engineering and Management (juli 2008)
Artikel 4.3 van het Studentenstatuut Civiele Techniek regelt de toelating tot de masteropleiding Civil Engineering and Management. Er geldt dat studenten pas toelaatbaar zijn wanneer zij beschikken over het bachelordiploma: een zgn. ‘harde knip’.
In het verleden is om allerlei redenen ontheffing gegeven voor deze ingangseis op grond van art.4.3.2: vanwege activisme, topsport, persoonlijke omstandigheden en ‘leegloop’.
De examencommissie CiT/CEM/CME heeft in haar vergadering van 3 juli 2008 besloten vanaf het studiejaar 2008-2009 anders om te gaan met ontheffingen op basis van artikel 4.3.2.
Er is een artikel (4.3.3) toegevoegd waarin is bepaald dat BSc-studenten Civiele Techniek van de UT die bij de sluiting van de inschrijving voor een mastervak hooguit 2 bachelorvakken open hebben staan zonder aanvraag van een ontheffing mogen deelnemen aan MSc-vakken. Dit mag gedurende maximaal 4 kwartielen.
BSc-studenten van generatie 2007 en later
BSc-studenten CiT van de UT mogen alleen aan MSc-vakken deelnemen op basis van artikel 4.3.3. Er zullen geen uitzonderingen worden gemaakt op basis van artikel 4.3.2.
BSc-studenten van generatie 2006 en eerder
Ontheffingen voor BSc-studenten CiT van de UT die willen deelnemen aan MSc-vakken en niet (meer) voldoen aan artikel 4.3.3 zullen worden besproken in de examencommissie. Hiervoor is het noodzakelijk dat:
- |
Studenten zich tijdig inschrijven. |
- |
Studenten tijdig aan de studieadviseur een planning aanleveren met een vergelijking tussen de situatie met en zonder ontheffing. |
Studenten ir-opleiding Civiele Techniek
Voor studenten in de ir-opleiding Civiele Techniek (generatie 2000 en overstappers) geldt de regel dat zij minimaal de propedeuse behaald moeten hebben en 30 EC van het 2e jaar.
BSc-studenten van andere opleidingen
Voor studenten die een andere BSc-opleiding volgen dan CiT aan de UT geldt een ‘harde knip’: zij mogen geen mastervakken bij Civiele Techniek volgen tot zij in het bezit zijn van het BSc-diploma. Wel mogen zij BSc-vakken volgen en de vakken 226019 (Master Deficiënties Bouw) of 222060 (Verkeer en vervoer voor HBO-ers).
Uitzondering op bovenstaande regel zijn studenten die aantoonbaar MSc-vakken volgen in het kader van een (doorstroom)minor of als keuzevak in hun BSc-opleiding. De op die manier gevolgde vakken kunnen echter geen deel uitmaken van een MSc-programma Civil Engineering and Management.
De situatie van studenten die nog niet in het bezit zijn van het BSc-diploma maar die in 2007-2008 of eerder al MSc-vakken hebben afgerond, zal worden besproken in de examencommissie (zie BSc-studenten van generatie 2006 en eerder).
Vragen
Voor vragen kunnen studenten contact opnemen met de studieadviseur Civiele Techniek (Annet de Kiewit, j.g.dekiewit@utwente.nl)
Onderwijsmededeling
Het eerste deel van onderwijsmededeling BOZ08.055 komt hiermee te vervallen.