Deel B BMT gerelateerde informatie Bachelor
4. Bachelor BMT
4.1 Omvang en studielast van de opleiding
De bacheloropleiding BMT is een voltijds opleiding van 3 jaar: B1, B2 en B3. De studielast per jaar bedraagt 60 European Credit points (EC’s). Eén EC staat voor een studiebelasting van 28 uur, waardoor de studielast per jaar 60 * 28 uur = 1680 uur bedraagt. Een academisch jaar bestaat uit 2 semesters van elk 2 kwartielen. Een kwartiel beslaat in principe 10 weken (exclusief eventuele roostervrije weken): 8 collegeweken en 2 tentamenweken.
De studielast voor de meeste vakken is 5 EC = 140 uur. Hierbij is inbegrepen: het volgen van colleges, werkcolleges, projectwerk, opdrachten, zelfstudie, tentamen, maken van verslagen etc. Uiteraard zal de werkelijk benodigde tijd van student tot student en van vak tot vak verschillen; de gegeven tijd is een gemiddelde.
Because the main language of the BMT Bachelor is Dutch, the rest of this chapter will not contain English summaries.
4.2 Jaarindeling
De meeste vakken in de bacheloropleiding worden in 1 kwartiel afgerond. Sommige vakken lopen over een heel semester. De jaarcirkel kun je vinden op de BMT-site: http://www.tnw.utwente.nl/bmt/onderwijs/.
4.3 Bachelorspecialisaties
Vanaf het derde jaar begint de specialisatie in de opleiding. Dit betekent dat je dan een zogenaamde oriëntatie gaat kiezen. Er zijn historisch twee verschillende oriëntaties in de bachelorfase.
De opleiding BMT is nauw verbonden met het onderzoeksinstituut MIRA (paragraaf 3.1). Door de nieuwe naamgeving die MIRA hanteert zal ook worden gekeken hoe de naamgeving van de BMT specialisaties beter kunnen aansluiten bij deze nieuwe naamgeving. Het kan dus zijn dat de komende jaren de namen van de verschillende (sub)oriëntaties zulen wijzigen.
4.3.1 Moleculaire, Cellulaire en Weefseltechnologie (MCTW)
Deze oriëntatie richt zich op nieuwe materialen en weefsels die geschikt zijn voor bijvoorbeeld kunstorganen en huidvervangers of weefselregeneratie. Je leert welke moleculaire en cellulaire processen hierbij een rol spelen en hoe je die kunt manipuleren. Je onderzoekt hoe het lichaam reageert op niet-eigen materialen en wat je aan die afstotingsreacties kunt doen.
4.3.2 FunctieHerstelTechnologie (FHT)
Deze oriëntatie houdt zich bezig met het verbeteren van de levenskwaliteit van mensen. Bepaalde lichaamsfuncties kunnen achteruit, beschadigd of helemaal verloren gaan. Met de juiste hulpmiddelen kunnen deze functies verbeterd of hersteld worden. Ook komen technieken voor de preventie of diagnose van ziekten naar voren in deze oriëntatie. De oriëntatie FHT kent drie varianten: de basisinvulling en twee suboriëntaties:
FHT-Zorgtechnologie
Deze suboriëntatie gaat over zorgprocessen en technologie. Voorbeelden hiervan zijn thuiszorg en telemedicine waardoor patiënten buiten het ziekenhuis behandeld kunnen worden. Ook technologische oplossingen voor efficiëntere zorgverlening komen aan bod.
FHT-Biomedische Fysica (voorheen: Klinische Fysica)
Deze suboriëntatie is gericht op alle medische technologie die in een ziekenhuis te vinden is. Denk bijvoorbeeld aan de MRI, CT en bestralingsapparatuur. Deze suboriëntatie bereidt je optimaal voor op de mastersubtrack Clinical Physics. Als je deze track volgt, kun je daarna bijvoorbeeld in opleiding komen tot Klinisch Fysicus. Kijk voor meer informatie over het beroep van Klinisch fysicus op de website van de Nederlandse vereniging voor Klinische Fysica (NVKF) http://www.nvkf.nl .
4.4 Bachelorcurriculum
In de overzichten op de volgende pagina’s staat de verdeling van de bachelorvakken over de drie studiejaren en (sub)oriëntaties weergegeven van voor het studiejaar 2009-2010. De tabel geeft de naam van het vak, de docent(en), de vakcode en de omvang het vak weer. In het 3de jaar (B3) is de overlap tussen de 2 hoofdtracks donker grijs gearceerd (25 EC, waarvan 10 EC in de vakken Imaging en Biomedische sensoren en voorbereiding BSc opdracht). Extra overlap in FHT-ZT en FHT-KF met FHT-basic is licht grijs gearceerd (resp 15 EC en 26,5 EC).
LET OP: Bij het ter perse gaan van deze studiegids waren een beperkt aantal B3-vakken nog in ontwikkeling. Raadpleeg altijd eerst de BMT-website of de site van S&OA-TNW-BMT voor de meest actuele versie!
Huidige webversie is gelijk aan studiegids
4.4.1 Eerste jaar (B1 of propedeusejaar)
SEMESTER 1-1 |
SEMESTER 1-2 |
||
Kwartiel 1 |
Kwartiel 2 |
Kwartiel 3 |
Kwartiel 4 |
Biomedisch Ontwerpen 273006 (3 EC, Hekman) |
BMPO-MAM I 270202 (5 EC, Van Wessel) |
Practicum Chemie en Biomaterialen 271302 (3.5 EC, Dijkstra) |
MAM-Optica 140209 (4 EC, Kooyman/ Kanger) |
Statica 115700 (2 EC, vd Belt) |
MAM-Electriciteit & Magnetisme 270800 (3 EC, Kallenberg) |
BMPO-MAM-Optica 140211 (3 EC, Kooyman) |
|
Inleiding Wiskunde I 151191 (3 EC, v.d. Meer) |
Inleiding Wiskunde II 151192 (3 EC, v.d. Meer) |
Modelleren en Programeren 151700 (5 EC, v. Diepen / v.d. Meer) |
Zorgprocessen voor BMT 273011 (2.5 EC, Oosterwijk) |
BMPO- Biomechanica 271102 (4 EC, Hekman) |
|||
Anatomie en Fysiologie vh het Bewegen 270200 (5 EC, van Wessel) |
Grondslagen vd Chemie 135536 (4 EC, Grijpma/Dijkstra) |
Bouw en Werking van Cellen 135006 (5 EC, Kruijer) |
Kansrekening en Statistiek 153039 (5 EC, Poortema) |
4.4.2 Tweede jaar (B2)
SEMESTER 2-1 |
SEMESTER 2-2 |
||
Kwartiel 1 |
Kwartiel 2 |
Kwartiel 3 |
Kwartiel 4 |
|
B2 - Colloquia 273009 (1.0 EC, v Dam / Alers) |
|
|
Signalen en Systemen 156180 (5 EC, Zwart) |
DNA-Technologie 273002 (5 EC, Kruijer/Post) |
Biom. Systeemanalyse (BSYS, incl. practicum) 121166 (5 EC, Veltink) |
BMPO-Fysiologisch Modelleren 121136 (5 EC, Buitenweg) |
Neurofysiologie 121135 (5 EC, van Wezel) |
Project Chemie en Biomaterialen 271303 (2.5 EC, Engbersen/Grijpma) |
Zorg- en Revalidatie-Technologie 273055 (2.5 EC,Hermens) |
|
Gezondheidspsychologie 271600 (2.5 EC, Taal/Boer) |
Ethiek voor BMT 169212 (2.5 EC, Boenink) |
Inleiding Geneeskunde (incl. stage) (4 EC, Wolbers/Alers) |
|
Medische Technologie (incl. practicum) 140201 (5 EC, Manohar) |
Medische elektronica (incl. practicum) 121137 (5 EC, Buitenweg) |
||
Thermodynamica en Fysische Chemie (+ BMPO) 135005 (5 EC, Stamatialis) |
Fysische Transportverschijnselen + BMPO. 271311 (5 EC, de Jongh) |
||
4.4.3 Derde jaar (B3)
Oriëntatie MCWT (Moleculaire-, cellulaire- en weefseltechnologie)
SEMESTER 3-1 |
SEMESTER 3-2 |
||
Kwartiel 1 |
Kwartiel 2 |
Kwartiel 3 |
Kwartiel 4 |
Mechanica v. Technische en Biologische Materialen 115030 (5 EC, Homminga) |
Cel- en Weefseltechnologie (incl. BMPO) 273110 (7.5 EC, Karperien/Post) |
Bacheloropdracht 273088 (15 EC) |
|
Practicum Analytische Chemie (2 EC, Gardeniers) |
Voorbereiding Bacheloropdracht 273089 (2.5 EC) |
||
Molecuulspectroscopie 136013 (5 EC, Otto) |
Reactiekinetiek en Katalyse van Biochemische Processen 275000 (5 EC, Seshan) |
||
Bio-organische Chemie 132055 (3.5 EC, Dijkstra) |
|||
Structuuranalyse 136026 (2 EC, Velders) |
Biomedische Sensoren 140205 (2.5 EC, Kooyman / Olthuis) |
Polymeerchemie en Biomaterialen 271304 (5 EC, Grijpma) |
|
Imaging 121134 (5 EC, Slump) |
|||
Oriëntatie Functiehersteltechnologie (FHT)
SEMESTER 3-1 |
SEMESTER 3-2 |
||
Kwartiel 1 |
Kwartiel 2 |
Kwartiel 3 |
Kwartiel 4 |
Mechanica v. Technische en Biologische Materialen 115030 (5 EC, Homminga) |
Vectoranalyse, 151086 (5 EC, v.d. Meer) |
Voorbereiding Bacheloropdracht 273089 (2.5 EC) |
Bacheloropdracht 273088 (15 EC) |
Biomedische Signaalanalyse (BSIG, incl. practicum) 121170 (5 EC, Rutten/van Beijnum) |
Biomedische Sensoren 140205 (2.5 EC, Kooyman/Olthuis) |
Bioelectriciteit 121139 (3 EC, Heida) |
|
Informatiesystemen voor BMT 272001 (2.5 EC, Sikkel) |
Inleiding Stromingsleer 115413 (3.5 EC, Hagmeier) |
||
Imaging, 121134 (5 EC, Slump) |
Mechanica vh Bewegingsapparaat (2,5 EC Homminga) |
||
Arbeid & Fysieke Aspecten vd Mens. 273001 (3.5 EC, v.d. Belt) |
|||
Numerieke Algorithmen en Modelleren 154028 (5 EC, Zwier) |
|||
Suboriëntatie FHT-Zorgtechnologie
SEMESTER 3-1 |
SEMESTER 3-2 |
||
Kwartiel 1 |
Kwartiel 2 |
Kwartiel 3 |
Kwartiel 4 |
Complexiteit van Zorgprocessen 273012 (5 EC, Oosterwijk) |
Kwaliteit en Veiligheid van Zorg 411228 (5 EC, Siesling) |
Voorbereiding Bacheloropdracht 273089 (2.5 EC) |
Bacheloropdracht 273088 (15 EC) |
Biomedische Signaalanalyse (BSIG, incl. practicum) 121170 (5 EC, Rutten/van Beijnum) |
Biomedische sensoren 140205 (2.5 EC, Kooyman/Olthuis) |
Mechanica van het Bewegingsapparaat 115049 (2,5 EC, Homminga) |
|
Informatiesystemen voor BMT 272001 (2.5 EC, Sikkel) |
Telemedicine Methods 273050 (5 EC, Jones) |
||
Imaging 121134 (5 EC, Slump) |
ICT toepassingen in Organisaties 410503 (5 EC, Spil) |
||
Numerieke Algorithmen en Modelleren 154028 (5 EC, Zwier) |
|||
Suboriëntatie FHT-Biomedische Fysica (voorheen: Klinische Fysica)
SEMESTER 3-1 |
SEMESTER 3-2 |
||
Kwartiel 1 |
Kwartiel 2 |
Kwartiel 3 |
Kwartiel 4 |
Molecuulspectroscopie 136013 (5 EC, Otto) |
Vectoranalyse, 151086 (5 EC, v.d.Meer) |
Voorbereiding Bacheloropdracht 273089 (2.5 EC) |
Bacheloropdracht 273088 (15 EC) |
Biomedische Signaalanalyse (BSIG, incl. practicum) 121170 (5 EC, Rutten/van Beijnum) |
Biomedische Sensoren 140205 (2.5 EC, Kooyman/Olthuis) |
Mechanica van het Bewegingsapparaat 115049 (2,5 EC, Homminga) |
|
Informatiesystemen voor BMT 272001 (2.5 EC, Sikkel) |
Bioelectriciteit 121139 (3 EC, Heida) |
||
Imaging 121134 (5 EC, Slump) |
Inleiding Stromingsleer 115413 (3.5 EC, Hagmeier) |
||
Numerieke Algorithmen en Modelleren 154028 (5 EC, Zwier) |
Lineaire Algebra 15…. (3.5 EC, Geveling) |
||
4.5 Roosters
Om te weten waar en wanneer je onderwijs hebt, kun je de collegeroosters raadplegen. Deze roosters zijn te vinden via de BMT-website http://www.tnw.utwente.nl/bmt/onderwijs/. Per bladzijde wordt een kwartiel weergegeven van een jaar of (sub)orientatie. Het geeft aan op welke dagen en uren de vakken gegeven worden. Ook worden de locaties vermeld. Het rooster geeft tevens de voorziene tentamendata en de inschrijfperiode voor tentamens weer. Op het web staat altijd de meest recente versie.
LET OP! Soms worden zaalwijzingen bij een vak alleen op Blackboard vermeld.
Voor werkcolleges worden groepsindelingen gemaakt. Deze zijn vaak op de Blackboard site van het vak te vinden. Colleges worden op verschillende plaatsen op de campus gegeven, al eerder genoemd in deel A, §1.4 en appendix 1. De eerste twee jaren van de opleiding hebben een eigen jaarzaal.
Jaarzaal B1: HT 1100
Jaarzaal B2: OH 216
Practica zijn vaak in daarvoor ingerichte locaties in de diverse gebouwen. Op de semesterroosters staat vermeld wanneer de tentamens en de herkansingen zijn gepland en wanneer de sluitingsdatum voor de inschrijving voor de tentamens is.
4.6 Het mentoraat
Als eerstejaarsstudent krijgen een docent-mentor aangewezen. Dit is een medewerker van de opleiding met wie je kunt praten over je studiemethodiek, studieplan, examenplan, en de behaalde studieresultaten. Ook kun je eventueel je persoonlijke omstandigheden bespreken. Je mentor kan je adviseren over mogelijke studiealternatieven en over speciale diensten waar je gebruik van kunt maken. Gedurende het eerste studiejaar zal de mentor initiatief nemen voor een gesprek. Vanzelfsprekend kun je zelf ook een afspraak maken als je daar behoefte aan hebt. Je mentor zal zonder jouw toestemming geen persoonlijke gegevens doorgeven aan anderen, ook niet aan familie. Wel kan de mentor worden geraadpleegd voor bijvoorbeeld het uitbrengen van het P-advies (zie deel A, §6.4) De mentor zal hierbij echter niet over persoonlijke zaken praten als jij dat niet wilt. Je houdt je mentor tot je Propedeuse diploma en uiterlijk twee jaar. Daarna gaat het mentorschap over naar de studieadviseur. Het mentoraat is alleen zinvol als beide partijen hun steentje bijdragen. Als je het niet kunt vinden met je mentor, kun je contact opnemen met de studieadviseur.
4.7 Minor
Major-minor is een breed gedragen onderwijsfilosofie van de Universiteit Twente. De gedachte is dat je tegen het einde van je bacheloropleiding een gedeelte van je tijd besteedt aan een ander (bij voorkeur een geheel ander) onderwerp dan in je hoofdrichting. Je zult er tijdens je opleiding wel eens van horen, bijvoorbeeld via studenten van andere studierichtingen of door aankondigingen van minorvoorlichtingen. BMT heeft gekozen voor een wat andere invulling van de minor. De bacheloropleiding BMT is in de eerste jaren al breed van zichzelf. De minorruimte van 20EC wordt daarom in het 3e jaar ingevuld met een verdieping, orientatie genoemd.
De opleiding BMT organiseert overgens wel de de zeer succesvolle minor “Medische & Sportfysiologie”.
4.8 Internationalisering
Het vakgebied en de opleiding Biomedische Technologie zijn sterk internationaal georiënteerd. Dat komt niet alleen in het onderzoek, maar ook in het onderwijs duidelijk tot uiting, zij het, in de Nederlandstalige bacheloropleiding, in beperkte mate.
In de bacheloropleiding stromen naast Nederlandse studenten ook buitenlandse studenten in. Deze zijn afkomstig uit het Duitse taalgebied. De buitenlandse studenten beheersen het Nederlands voldoende om de vakken met succes te kunnen volgen. De samenwerking van verschillende studenten in bijvoorbeeld projecten vraagt om wat souplesse en tolerantie. Soms wordt er gekozen voor verslaggeving in het Engels om een vergelijkbare taalhandicap te hebben.
Het studiemateriaal zoals boeken en wetenschappelijke literatuur is meestal Engelstalig. Sommige docenten spreken geen Nederlands en dan wordt Engels de voertaal. Ook wordt de invoering van meerdere Engelstalige vakken overwogen. Dat alles vormt een goede voorbereiding op de Engelstalige masteropleiding Biomedical Engineering en de latere internationale beroepspraktijk. De masteropleiding BME is veel sterker research- en daarmee internationaal georiënteerd dan de bacheloropleiding BMT.
Om tijdens de master een ‘internationale component’ toe te voegen is het verstandig om tijdens het derde jaar van de bachelor alvast een goede planning te maken en in overleg met de toekomstige afstudeerhoogleraar een geschikt vakkenpakket samen te stellen. Het is eventueel ook mogelijk om tijdens je master een aantal vakken in het buitenland te volgen. Je kunt hiervoor een afspraak maken met ing. Rik Akse. Hij houdt zich bezig met internationalisering. Kijk voor meer over internationalisering in deel B, §5.6
Contactgegevens ing. Rik Akse:
T: 053-4892886
K: HT 615
4.9 Bacheloropdracht
Het doel van de bacheloropdracht is het leren zelfstandig een onderzoeksopdracht van bepaalde omvang en complexiteit uit te voeren. Hierbij wordt opgemerkt dat het aanleren van vaardigheden belangrijker is dan dat er uit je onderzoek spectaculaire wetenschappelijke resultaten komen. Gezien de relatief korte periode die staat voor de bacheloropdracht is dit meestal ook niet realistisch.
LET OP: De bacheloropdracht heeft met ingang van 2009-2010 een omvang van 15 EC. Het betreft de huidige lichting B3-studenten, dus die studenten die in september 2007 zijn begonnen met de opleiding.
De bacheloropdracht wordt in principe uitgevoerd in het 4e kwartiel van de B3 en staat daar ook ingeroosterd. In overleg met de verantwoordelijke hoogleraar kan ook op een ander moment worden begonnen.
In de praktijk wordt vaak te laat gestart met de bacheloropdracht (pas in het 4e kwartiel) en loopt de bacheloropdracht uit waardoor de verdere studieplanning in de knel loopt. In het 3e kwartiel van het B3 programma is mede daarom nu een vak ‘Voorbereiding Bacheloropracht’ (2,5 EC vakcode 273089) opgenomen. Hier leer je je opdracht optimaal voor te bereiden zodat je in het 4e kwartiel meteen kunt starten. Het leren plannen van je opdracht is hierin essentieel. Meer informatie hierover komt in de loop van het studiejaar beschikbaar.
De bacheloropdracht wordt afgesloten met een verslag en een mondelinge presentatie met discussie over het werk (colloquium). Het verslag mag in het Nederlands of het Engels zijn, maar een Nederlands verslag dient te worden aangevuld met een Engelse samenvatting. Bovendien dient een lekensamenvatting te worden geschreven.Het colloquium mag in het Nederlands of Engels zijn.
De bacheloropdracht wordt in principe uitgevoerd bij een van de Biomedische onderzoeksgroepen van de UT of bij uitzondering extern maar dan onder verantwoordelijkheid van een BMT-groep. De meeste contacten voor het opdoen van een bacheloropdracht lopen via de docenten/leden van de verschillende vakgroepen. Tijdens de eerste jaren van de opleiding BMT kom je al veel in contact met de verschillende vakgroepen via de docenten van de vakken die je volgt. Ook in de B2-colloquiumserie worden onderzoeksgroepen bezocht. Deze ervaring kun je ook goed gebruiken voor je vakgroepkeuze voor je Ba-opdracht. Je zult merken dat de groepen en oriëntatierichtingen verschillend van karakter zijn. Meer informatie over de groepen vind je in deze gids in Deel B §3.2 en in de webpagina’s van de groepen. Deze zijn verzameld in de site van het onderzoeksinstituut MIRA (voorheen BMTI) van de UT.
Als je op zoek bent naar een opdracht, neem dan tijdig contact op met de vakgroep waar jouw belangstelling het meest naar uit gaat. De hoogleraar kan je dan meestal verder helpen. Ook moet er met de vakgroep worden afgesproken wie je directe begeleider zal worden en wie er deel zal uitmaken van je beoordelingscommissie, de zogenaamde Bacheloropdrachtcommissie. Kijk ook regelmatig op het prikbord tegenover het secretariaat BMT. Daar staan vaak bachelor- en masteropdrachten vermeld. De meeste vakgroepen hebben hun opdrachten op hun website staan.
Voor aanvang van de opdracht moet je in het bezit zijn van het propedeuse diploma en daarna minstens 70 EC van het BMT-bachelorprogramma hebben gehaald. Hieronder vallen de vakken die de opdrachtbegeleider noodzakelijk acht. Voor aanvang van je bacheloropdracht dien je een aanvangsformulier (zie appendix 4) te laten ondertekenen door de voorzitter van je commissie. Vervolgens breng je het naar S&OA-TNW-BMT. Neem ruim voordat je wilt beginnen met je opdracht contact op met de groep zodat het opdrachtformulier met daarop de samenstelling van je Bacheloropdrachtcommissie en de melding bij S&OA-TNW-BMT rond zijn als je begint! De ervaring leert dat vooral de samenstelling van je Bacheloropdrachtcommissie vrij veel tijd kost.
Het formulier en meer informatie over de bacheloropdracht zijn te vinden op de website van BMT: http://www.tnw.utwente.nl/bmt/onderwijs en in de regels van de Examencommissie BMT/BME van de Bachelor TNW OER:
http://www.tnw.utwente.nl/bmt/onderwijs/forms_regels/
Voor de vereisten waaraan de Bacheloropdrachtcommissie moet voldoen, kijk je ook in de regels van de Examencommissie BMT/BME van de Bachelor TNW OER:
http://www.tnw.utwente.nl/bmt/onderwijs/forms_regels/
Denk ook aan het invullen van de evaluatieformulieren als je klaar bent met je bacheloropdracht en vraag ook aan je opdrachtbegeleider of hij/zij dit invult. Lever ze vervolgens in bij S&OA-TNW-BMT. De evaluatieformulieren staan op:
.
Hieronder is schematisch het Bacheloropdracht traject weergegeven.
Planning Bachelor opdracht |
||||||||||
Kwartiel |
Planning |
Formulieren |
||||||||
B2 - 2e +3e |
|
|
||||||||
B3 – 1e |
|
Zie deel B, §3.2 |
||||||||
B3 – 2e |
|
|
||||||||
B3 – 3e |
|
“Formulier aanvang bacheloropdracht Biomedische Technologie” inleveren bij S&OA-TNW-BMT |
||||||||
B3 – 4e |
|
|
||||||||
B3 – eind 4e |
|
“Aanmeldingsformulier bachelorexamen Biomedische Technologie” inleveren bij S&OA-TNW-BMT |
||||||||
Opmerking: het kan zijn dat je studie vertraging heeft opgelopen en dat afgeweken moet worden van dit schema. Spreek in dat geval eerst eens met de studieadviseur. Zie je vertraging aankomen zorg er dan voor dat het B3- 3e kwartiel vak Voorbereiding Bacheloropdracht in je planning voor de opdracht plaatst. Tussen dit vak en de uitvoering van de opdracht kan dan meer tijd zitten.
4.10 Bachelordiploma
4.10.1 Eindtermen opleiding
De bacheloropleiding Biomedische Technologie beoogt door een breed en oriënterend curriculum de afgestudeerde zodanige kennis, vaardigheid en inzicht bij te brengen op het gebied van de Biomedische Technologie, dat de student een verantwoorde keuze kan maken voor een vervolgopleiding in de diverse specialisaties van de Biomedische Technologie en in staat is om met succes een masteropleiding op het terrein van de Biomedische Technologie te volgen. Voor afgestudeerden die onmiddellijk na het behalen van het bachelordiploma de arbeidsmarkt wensen te betreden biedt de opleiding de mogelijkheid in het laatste studiejaar het studiepakket een afrondend karakter te geven. Hieronder worden de vaardigheden geformuleerd. Deze worden vervolgens uitgewerkt in de eindtermen van de opleiding. Kijk hiervoor in de Opleidingsspecifieke bijlage bij de TNW Bachelor OER.
Een Bachelor of Science Biomedische Technologie dient over de volgende vaardigheden te beschikken:
1. |
Begrijpt de kennisbasis en heeft zekere vaardigheid binnen het gebied van de biomedische technologie. |
2. |
Bezit de basiskennis en vaardigheid om onderzoek te verrichten binnen de biomedische technologie; |
3. |
Heeft basisvaardigheid in het ontwerpen van biomedische producten of processen; |
4. |
Heeft een wetenschappelijke benadering; |
5. |
Beschikt over intellectuele basisvaardigheden; |
6. |
Is bekwaam in samenwerken en communiceren binnen en buiten het gebied van biomedische technologie; |
7. |
Houdt rekening met de medische en maatschappelijke context. |
Kijk voor meer informatie over de eindtermen van de bacheloropleiding BMT in het opleidingsspecifieke deel van de Bachelor OER op:
http://www.tnw.utwente.nl/bmt/onderwijs/forms_regels/regelingen_BSc/
Voor meer informatie over de eindtermen van de masteropleiding BME kijk in het opleidingsspecifieke deel van de Master OER op:
http://www.tnw.utwente.nl/bme/education/forms_reg/regulations/
4.10.2 Procedure
Om in aanmerking te komen voor een bachelordiploma, dienen alle bachelorvakken, inclusief de bacheloropdracht, te zijn afgerond en dient de aanvraag te zijn ingediend. Dit kan door het formulier aanmeldingsformulier bachelorexamen biomedische technologie in te vullen en in te leveren bij S&OA-TNW-BMT. LET OP: dit moet uiterlijk vier weken voor de diploma-uitreiking ontvangen zijn! Het formulier kun je vinden op:
Voor het studiejaar 2009-2010 zijn de bachelor diploma-uitreikingen in het najaar 2009 en het voorjaar 2010. Check voor actuele data de website: www.tnw.utwente.nl/bmt
4.11 Vakomschrijvingen bachelor BMT (VIST)
Hieronder zijn alle Bachelorvakken weergegeven, ze zijn eerst gesorteerd op jaar (B1, B2 of B3) en vervolgens op vakcode.
Niet opgenomen in deze webversie. Zie www.utwente.nl/vist