Werktuigbouwkunde
De bachelor Werktuigbouwkunde bestaat uit een bachelorprogramma dat drie jaar duurt. Heb je deze opleiding succesvol afgerond, dan ben je Bachelor of Science (BSc). Daarna is de keuze aan jou: de arbeidsmarkt óf je verder specialiseren tijdens de master.
Tijdens de opleiding neem je deel aan projecten en volg je werkcolleges en hoorcolleges. Bij hoorcolleges gaat het vooral om luisteren en aantekeningen maken. Tijdens werkcolleges ga je in kleinere groepen aan de slag met de theorie uit de hoorcolleges. Er is volop gelegenheid om vragen aan de docent te stellen of te discussiëren in een projectgroep.
De kennis die je opdoet door de onderwerpen van Werktuigbouwkunde pas je vanaf het begin toe in grote projecten, die je samen met andere studenten uitvoert.
HET EERSTE JAAR
In het eerste jaar van de opleiding leg je een brede basis. Dit doe je door het volgen van veel inleidende onderwerpen, waar je later in het jaar of in de studie, dieper op in gaat. Voorbeelden van onderwerpen die tijdens het eerste jaar aan bod komen zijn: wiskunde & modelleren, mechanica & materiaalkunde, ontwerpen & fabricage, thermodynamica en life cycle analyse.
Daarnaast doe je in het eerste jaar drie projecten, namelijk over productie, constructie en energieoverdracht. In het eerste project ga je aan de slag om een werktuig te ontwerpen voor professioneel gebruik, bijvoorbeeld een plastic afvalvolumeverminderaar voor het initiatief Plastic Heroes. Je bedenkt, ontwerpt en zet het product in elkaar in de werkplaats. Het tweede project richt zich meer op de constructie van een product en hierbij zal je een geavanceerd technisch systeem moeten ontwerpen, bijvoorbeeld een mobiele reparatiebrug voor rallyauto’s of een kermisattractie. En in het derde project staan energie en duurzaamheid centraal. Zo kan je bijvoorbeeld een herontwerp van een kunstijsbaan maken om energie te besparen of een warmtekrachtinstallatie voor thuisgebruik. Ieder project sluit je af met een gemeenschappelijk verslag, een groepspresentatie en een individuele ondervraging.
In het eerste jaar leer je, buiten de technische vakinhoud, samen te werken en projecten te plannen. Ook leer je communiceren met opdrachtgevers of specialisten.
HET TWEEDE JAAR
Het tweede jaar houd je je bezig met drie projecten. In het eerste project staan stroming en warmte centraal. Het gaat daarbij om behoorlijk complexe vraagstukken, als het ‘on the fly’ ontdooien van ijs op vliegtuigvleugels of een hitteschild voor een ruimtesonde. In het tweede project ga je een consumentenproduct ontwerpen en het derde project gaat over trillingen en regeltechniek.
Er zal dit jaar verder in worden gegaan op onderwerpen die tijdens je eerste jaar aan bod zijn gekomen. Daarnaast komen onderwerpen als dynamica, oppervlaktetechnologie, kunststoffen, stromingsleer en systeem & regeltechniek aan bod.
HET DERDE JAAR
In het derde jaar heb je een half jaar (30 EC) aan keuzeruimte. Deze keuzeruimte kan je zelf invullen en gebruiken om meer verdieping of juist verbreding binnen je studie te creëren. Je kan modules kiezen van je eigen studie, maar ook van andere studies. Daarnaast is er ook de mogelijkheid om in het buitenland te gaan studeren.
Door het invullen van de keuzeruimte ben je zelf in staat om een deel van je studie samen te stellen. Zo kan je kiezen voor een module die echt bij je past en die je een streepje vóór geeft op de arbeidsmarkt. Een afgestudeerd werktuigbouwkundige die ook kennis heeft van andere vakgebieden, wordt overal met open armen ontvangen. Voorbeelden van modules die je kunt volgen zijn: luchtvaarttechniek, (technische) bedrijfskunde, sustainable development in a North-South perspective en kennisoverdracht in bedrijfs- & onderwijssituaties.
De tweede helft van het jaar ga je ter afsluiting van jouw bachelor opleiding zelf een technisch-wetenschappelijk onderzoek doen op één of meerdere gebieden van de werktuigbouwkunde (stromingsleer, regeltechniek, materialen, mechanica, …). Je schrijft daarover een verslag en sluit het af met een presentatie over en verdediging van jouw onderzoek.