Technische Wiskunde
De opleiding Technische Wiskunde duurt drie jaar. Het eerste jaar vormt de basis, in het tweede jaar volgen verdieping en verbreding. Het eerste helft van het derde jaar is vrij in te vullen en het laatste half jaar vormt de afstudeerfase.
Het eerste en tweede jaar bestaan elk uit vier modules. Het eerste jaar ziet er als volgt uit.
In deze module wordt de wiskunde vanuit verschillende hoeken bekeken. Je borduurt voort op de wiskunde van het VWO, maar er komen ook meteen al nieuwe onderwerpen aan de orde. De manier van werken is anders dan op het VWO. Je gaat dieper op de stof in en er is veel aandacht voor het wiskundig redeneren en de formele en abstracte kant van de wiskunde. Er is ook veel aandacht voor wiskundig modelleren, immers wiskundige modellen zijn onmisbaar bij het toepassen van wiskunde. Voor een deel werk je in een team aan een projectopdracht. Daarin werk je zelfstandig aan een praktijkprobleem waarbij wiskundige modellen en het doorrekenen daarvan cruciaal zijn voor het vinden van een goede oplossing. Soms ontdek je dat je zelf nog extra kennis of technieken moet opzoeken, maar vaak kun je gebruik maken van hetgeen je geleerd hebt bij andere onderdelen van de module.
Deze module sluit, zoals de naam al aangeeft, aan op de eerste module. De opbouw is dan ook hetzelfde en ook hier werk je aan praktijkproblemen. Het gaat dan met name om problemen waarbij een oplossing gevonden moet worden die optimaal is met betrekking tot een vooraf gekozen criterium. Bijvoorbeeld zo goedkoop mogelijk, of zo snel mogelijk. Daar komt heel wat wiskunde bij kijken. In deze module wordt de wiskunde dan ook verder verdiept. Je maakt kennis met onderwerpen die elke wiskundige moet kennen en waar je in het vervolg van de studie steeds weer op terugvalt en dus veel plezier van beleeft. Sommige onderwerpen zijn niet echt gemakkelijk en je zult misschien niet alles in één keer begrijpen. Er is dan ook een deel van de module waarin je projectmatig en weer in een team die onderwerpen bespreekt en er opdrachten over maakt. Zo word je een echte toegepast wiskundige die over zijn vak kan communiceren en daardoor sneller tot oplossingen komt. Het leren denken in wiskundige structuren is voor een toegepast wiskundige belangrijk omdat je daardoor sneller verbanden kunt leggen en sneller ziet dat ogenschijnlijk totaal verschillende praktijkproblemen wiskundig gezien sterk verwant zijn en dus met dezelfde technieken aangepakt kunnen worden.
In deze module komen weer nieuwe belangrijke onderwerpen aan bod. Veel verschijnselen uit de dagelijkse praktijk laten zich grafisch beschrijven. Denk aan de temperatuur gedurende een etmaal, de waterstand op een bepaalde plek, de beurskoersen. Door op een bepaalde manier naar deze grafieken te kijken ontdek je een regelmaat die we periodiciteit noemen. Vaak bevatten zulke grafieken meerdere periodiciteiten over elkaar heen. De wiskunde helpt je die kluwen te ontwarren. In het modelleren speelt onzekerheid vaak een grote rol. Denk aan de weersvoorspelling. Om toch zinvolle uitspraken en voorspellingen te kunnen doen is een grondige kennis van kansrekening en statistiek onontbeerlijk. Gecombineerd met het weergeven van signalen, de eerder genoemde grafieken, levert dat een heel krachtig wiskundig instrumentarium op waarmee je tal van complexe problemen kunt oplossen. De computer is daarbij onmisbaar, vandaar dat in deze module ook aandacht besteed wordt aan het programmeren van wiskundige technieken.
De laatste module van het eerste jaar is gewijd aan een belangrijk stuk wiskunde: de vectorcalculus. Hier komt veel van wat je in de eerste drie modules geleerd hebt samen. Je leert integreren over gekromde oppervlakken en op het oog heel lastige berekeningen worden ineens eenvoudig door het gebruik van integratiestellingen. De vectorcalculus is belangrijk vanwege de vele toepassingen, bijvoorbeeld in vloeistofstromingen. In deze module wordt de vectorcalculus behandeld samen met de theorie van elektrische en magnetische velden. Je doet, samen met natuurkundestudenten, proeven en experimenten waarbij soms vonken overspringen, zowel letterlijk als figuurlijk en waarbij je de wiskunde als het ware voor je eigen ogen ziet functioneren. Je leert in deze module ook hoe de theorie ontstaan is en we gaan uitgebreid in op de verschillende benaderingen van wiskundigen en natuurkundigen.