Technische Natuurkunde
Wiskunde is de taal van van de natuurkunde. Daarom zul je vanaf het begin van je studie te maken krijgen met een aantal wiskundevakken. Onderwerpen hierin variëren van het rekenen met matrices tot het uitrekenen van driedubbele integralen en van het oplossen van differentiaalvergelijkingen tot het rekenen met imaginaire getallen.
Je zult merken dat de formules en verbanden die je leert in de wiskundevakken bruikbaar zijn om natuurkundige verschijnselen te beschrijven en voorspellingen te doen. De wiskundige kennis is dan ook meteen toepasbaar tijdens de natuurkundevakken. De thema's hierin variëren van quantummechanica tot optica en van vloeistoffysica tot warmteleer.
Tenslotte moet je als Technisch Natuurkundige kunnen omgaan met allerlei apparatuur voor metingen. Ook is het belangrijk dat je wetenschappelijk onderzoek systematisch weet aan te pakken. Dat betekent bijvoorbeeld een logboek bijhouden en wetenschappelijke verslagen schrijven. Al die vaardigheden leer je tijdens practica waarmee je ongeveer twee middagen per week bezig bent. Hier zul je al snel zien wat je écht kunt doen met de kennis uit de colleges. Dit begint al in het eerste kwartiel van je studie, want dan loop je een paar weken mee met een onderzoeker van een vakgroep en leer je hoe je samen aan een onderzoek werkt.
Het einde van je eerste jaar wordt helemaal spannend. Alles wat je hebt geleerd breng je nu in teamverband in praktijk in het zogenoemde 'Propedeuse Project'. Je bouwt bijvoorbeeld een apparaat dat een voetbal vanuit verschillende posities over een muurtje middenin de goal kan schieten. Of een autootje dat een lichtbundel kan volgen. Tijdens de eindwedstrijd mogen de teams laten zien wat ze waard zijn. En de winnaar, die wacht natuurlijke eeuwige roem!