Begeleiding en eigen verantwoordelijkheid

Op de universiteit verwachten we een flinke dosis zelfstandigheid van je. Het tempo ligt hoger dan je op het vwo gewend bent. Ook ben je zelf verantwoordelijk voor de voortgang van je studie. Gelukkig hoef je het niet helemaal alleen te doen. Aan het begin van je studie krijg je een persoonlijke mentor of tutor, met wie je kunt bespreken hoe je studie vordert en waar je tegenaan loopt.

Je weet snel of je op je plek zit

Het begin van elke opleiding is zo opgezet dat je binnen een half jaar een goed beeld hebt van inhoud en niveau. Als je de opleiding in die periode moeilijk vindt, kun je nog tijdig een alternatief bedenken: een andere studieaanpak, een andere opleiding of ander onderwijs. Je mentor helpt je daarbij.

Ontdek je pas aan het eind jaar van het jaar dat je niet op je plek zit - je hebt minder dan 45 van de 60 studiepunten gehaald -, dan krijg je een negatief studieadvies; je moet stoppen met je studie. Door vroegtijdig je bakens te verzetten, kun je dit voorkomen.

Studiebegeleiding

Gedurende je studie word je intensief begeleid. Niet alleen door de studieadviseur, maar ook door docenten, tutoren en mentoren. Tijdens projecten houden zij een vinger aan de pols: hoe loopt het project? Boeken jullie vooruitgang? Kan iedereen uit de voeten met zijn taak? En voel je niet geremd als je een docent buiten collegetijd wilt spreken. De UT staat bekend om haar kleinschaligheid en open en informele cultuur.

Toetsing

Het onderwijs is opgebouwd rond projecten, waarin je geïntegreerd aan de slag gaat met theorievakken en practica. Je wordt dus ook geïntegreerd getoetst. Met deeltoetsen, die meetellen voor het eindcijfer van de module. Hoeveel toetsen dat zijn en in welke vorm ze worden afgenomen (schriftelijk, mondeling, verslag, enz.) verschilt per opleiding en per module. Ook zal de ene toets zwaarder tellen dan de andere. Het eindcijfer van de module wordt bepaald door het gewogen gemiddelde van de deeltoetsen en het projectresultaat. Soms zijn daar wel voorwaarden aan verbonden - bijvoorbeeld minimaal een 5 voor de deeltoets wiskunde. Is je eindcijfer voor een module niet voldoende, dan zijn er altijd mogelijkheden om alsnog te slagen.