Gezondheidswetenschappen
Wat onderscheidt de UT opleiding Gezondheidswetenschappen van de andere? Wat wij heel belangrijk vinden, is kennis en begrip van de zorgverlening. Je wordt dus géén arts, geen behandelaar maar je zorgt ervoor dat de zorg voor de patiënt zo efficiënt mogelijk is ingericht. Hiervoor bekijk je hoe het proces van diagnose en behandeling tot aan ontslag uit de zorginstelling verloopt. Je probeert daarbij telkens het gehele proces te verbeteren en/of te versnellen, door inzet van nieuwe technologie
of een andere organisatievorm. De Twentse opleiding richt zich daarbij met name op de diverse (internationale) vraagstukken rond de zorg voor chronische aandoeningen. De zorg voor chronische zieken slokt immers verreweg het grootste deel van het totale zorgbudget op. Met de toenemende vergrijzing (en de daarmee gepaard gaande ziektebeelden) zal dat aandeel alleen maar groter worden.
De in Twente opgeleide gezondheidswetenschappers houden zich bezig met de zorgverlening binnen en tussen zorgorganisaties, van huisarts tot topklinisch of academisch ziekenhuis. De zorg voor chronisch zieken is immers overal. Hoe vindt de zorg op de werkvloer plaats? Hoe is de organisatie van de gezondheidszorg en de verschillende zorginstellingen geregeld? Je leert bijvoorbeeld de
invloed van nieuwe medisch-technologische ontwikkelingen te beoordelen en nieuwe zorgconcepten te bedenken. Zoals de mogelijkheden rondom een digitale huisarts - de huisarts op afstand via de computer - of de inzet van een nieuwe technologie om tumoren nauwkeuriger te kunnen behandelen. Jij regelt bijvoorbeeld dat deze behandelmethoden of technologieën zó worden ingezet dat patiënten sneller het hele zorgproces kunnen doorlopen en ook thuis de zorg krijgen die nodig is. Hierbij koppel je jouw kennis van de mogelijkheden van nieuwe technologieën in de zorg aan inzicht in
organisatieprocessen, maatschappelijke ontwikkelingen en financieringsvormen.
Je richt je in deze bacheloropleiding op verschillende niveaus van de zorg: Het microniveau van de gezondheidszorg omvat de zorg voor de individuele patiënt. Je leert wat chronische ziekten zijn, hoe deze worden veroorzaakt, en hoe complex de behandeling voor deze groep is doordat patiënten vaak
meerdere medicijnen gebruiken en veelal een hogere leeftijd hebben. Het mesoniveau is het niveau van de organisatie. Je bekijkt dan hoe processen in organisaties verlopen en hoe je die kunt verbeteren. Het macroniveau richt zich op de gehele zorgsector. Je behandelt dan vragen als welk gezondheidsbeleid geldt er in een bepaald land, welke invloed heeft een dergelijk systeem op de individuele zorgorganisatie en hoe liggen de relaties tussen verschillende zorgorganisaties.