In het eerste jaar wordt er een brede theoretische basis gelegd, waarbij vanuit verschillende invalshoeken naar de communicatiewetenschap wordt gekeken. Elke module bestaat uit de onderwerpen: 1) communicatietheorie, 2) media, 3) communicatieonderzoek en ontwerpen, 4) academische en professionele vaardigheden en 5) methoden en technieken. De kennis en vaardigheden die je hebt opgedaan binnen een module pas je steeds toe in een project.

Module 1: Communicatietheorie en Ontwerpen

Je maakt kennis met het vakgebied van de communicatie en diverse communicatiewetenschappelijke theorieën. Daarnaast is er veel aandacht voor het communicatiekundig ontwerpproces als organisaties op systematische wijze werken aan de oplossing van communicatieproblemen. Met deze kennis ga je direct aan de slag in je projectgroep. Dit doe je door een communicatie adviesplan te schrijven waarin jullie een oplossing gaan bedenken voor een actueel communicatieprobleem in de maatschappij. Ook weet je straks hoe je wetenschappelijk moet schrijven, de juiste literatuur zoekt en met verschillende mensen in een team kunt samenwerken.

Module 2: Taal, Tekst en Beeld

Je leert met behulp van verschillende methoden teksten systematisch te analyseren om zo een beredeneerd oordeel te kunnen geven over de kwaliteit van een tekst. Daarnaast ontwerp je met je projectgroep zelf een document, bijvoorbeeld een brochure. Je schrijft de tekst en je ontwerpt de visuele kant van het document. Tijdens dit ontwerpproces is er aandacht voor theorieën op het gebied van tekstueel en visueel ontwerp. In het tweede deel van de module evalueer je het ontworpen document; wat vindt de doelgroep ervan? Ook deze evaluatie voer je uit op een systematische, wetenschappelijk verantwoorde manier. Tot slot geef je een presentatie over je document. Ook beschrijvende statistiek is een onderdeel van deze module.

Module 3: Communicatiekanalen en Mediastrategieën

De hedendaagse samenleving wordt vaak de ‘Information Society’ genoemd. Sinds we de beschikking hebben over internet is het aantal kanalen dat gebruikt wordt om informatie en nieuws te verspreiden enorm toegenomen. De rol van de traditionele massamedia zoals krant en TV is veranderd en organisaties vragen zich steeds meer af hoe ze belangrijke boodschappen onder de aandacht van hun publiek kunnen brengen. Ook de rol van het publiek is veranderd: mediagebruik is onderdeel van de lifestyle geworden en ‘gewone’ nieuwsconsumenten kunnen via de sociale media en internet een miljoenenpubliek bereiken en zo producent zijn van nieuws en informatie. In een project ontwikkel je een mediastrategie die gebaseerd is op theorie en je eigen onderzoek. Daarbij maak je gebruik van de vaardigheden op het gebied van verklarende statistiek.

Module 4: Onderzoek in de Communicatiewetenschap

Je gaat samen met je projectgroep aan de slag om een relevant communicatieprobleem te signaleren en te beschrijven. Je gaat zelf een toegepast onderzoek over een actueel onderwerp in de communicatiewetenschap opzetten, uitvoeren en rapporteren (schriftelijk en mondeling). Dit doe je via een kwalitatief en exploratief vooronderzoek (interviews / focusgroups), gevolgd door een kwantitatief hoofdonderzoek (vragenlijst). Je leert verschillende methoden van communicatieonderzoek: van Q-sort tot inhoudsanalyse en van eye-tracking tot mystery shopping. Daarnaast leer je wetenschappelijke literatuur te zoeken en in te zetten voor je onderzoek.