Semester 1

Kwartiel 1

Recht en Bestuur

In dit vak krijg je hoor- en werkcolleges. Je gaat kennis opdoen van verschillende rechtsgebieden en van juridische vaardigheden. Denk hierbij aan het opzoeken, lezen en interpreteren van officiële documenten, zoals wetgeving en rechtelijke uitspraken. Ook leer je om een juridisch betoog op te zetten.

Maatschappelijke organisatie
In dit vak draait het om sociologische theorieën en om sociologische vraagstukken die belangrijk zijn voor de inrichting van openbaar bestuur en bedrijfsleven. Denk daarbij bijvoorbeeld aan integratie, sociale mobiliteit, arbeidsvraagstukken en bureaucratie. Je leert op welke manier veranderingen in de samenleving optreden, hoe sociale problemen ontstaan en krijgt de tools om empirisch onderzoek te doen naar sociale vraagstukken.

Inleiding onderzoeksmethoden
Hoe zet je een eenvoudig empirisch onderzoek op en hoe voer je zo’n survey, experimenteel onderzoek of ontwerp uit? Dat leer je bij het vak Inleiding onderzoeksmethoden. Vaardigheden als interviewen, coderen, en schaalconstructie en meten komen je later weer van pas bij het vak Praktijk van onderzoek en statistiek en in de bacheloropdracht.

Kwartiel 2

Inleiding politicologie
beschrijving volgt z.s.m.

Statistiek 1
Het komt in de praktijk vaak voor dat beslissingen kwantitatief onderzocht of onderbouwd moeten worden. Bij Statistiek 1 leer je om meetgegevens samen te vatten en te presenteren, voorwaardelijke kansen en kansverdelingen te berekenen en betrouwbaarheidsintervallen uit te werken en te toetsen.

Project 1: probleemanalyse
Samen met andere studenten pas je de eerder opgedane kennis geïntegreerd toe bij de analyse van een sociaal probleem. Zo staan nu buurtgerelateerde vraagstukken centraal die je vooral tegenkomt in grote steden. Vaak zie je dat hier meerdere problemen tegelijk spelen die elkaar beïnvloeden en versterken; de meningen over mogelijke oplossingen zijn bijna altijd verdeeld. In teamverband analyseer jij het probleem, de tegenstellingen en de belangen, en onderzoek je waarom beleidsmakers reageren zoals ze reageren. Daarbij maak je gebruik van juridische, sociologische en methodologische inzichten. De eindpresentatie is wetenschappelijk verantwoord en systematisch opgebouwd.

Semester 2

Kwartiel 3

Publiekrecht voor bedrijf en bestuur
Welke rol speelt publiekrecht in (vooral) de relatie tussen overheid en burger bij de totstandkoming van beleid? Die vraag staat centraal bij het vak Publiekrecht voor bedrijf en bestuur. En met publiekrecht bedoelen we dan het staats- en bestuursrecht en het internationaal en Europees recht. Aan de orde komen de in ieder geval de vier dimensies van bestuur:

1. normering (grondslagen, bevoegdheid, actoren);

2. instrumenten (beleid, besluiten, overeenkomsten en sancties);

3. controle (toezicht en rechtsbescherming);

4. internationalisering (de doorwerking van Europees recht in ruime zin).

Speciale aandacht gaat uit naar de positie en instrumenten van decentrale en zelfstandige bestuursorganen.

Beleid maken
Eerst krijg je een begrippenkader aangereikt om het krachtenveld en de perspectieven in het beleidsproces te begrijpen. Daarna wordt meer in detail ingegaan op de elementen van de beleidscyclus. Daarbij kun je denken aan: agendavorming, beleidsvorming, instrumenten, uitvoering, evaluatie en de lange termijn dynamiek van beleidsveranderingen. Je leert om zelf modellen toe te passen en vraagstukken te analyseren die belangrijk zijn voor de inrichting van beleidsprocessen.

Algemene economie
In dit vak maak je kennis met de basisprincipes van de micro- en macro-economie. Bij micro-economie gaat het om de analyse van vraag en aanbod, de verschillende marktvormen en de werking van markten. Bij macro-economie staat de economische politiek centraal. Thema’s zijn: productie en werkgelegenheid, de inflatie en de wisselkoers. Aan de orde komen de mogelijkheden en beperkingen van fiscale, monetaire en loonpolitiek in het nationale en internationale kader.

Kwartiel 4

Ontwerpen en evalueren van beleid

Bij dit vak ga je leren om een beleid te ontwerpen als resultaat van een proces dat eraan vooraf gaat. Je gaat o.a. uitzoeken wat het daadwerkelijke probleem is, waarin je rekening gaat houden met politieke doelen, de uitvoerenden én de doelgroep. Ook bij evalueren zul je zien dat de spanning tussen kennis produceren en politiek bedrijven duidelijk merkbaar is.

Explorative-interpretative methods for governance research

Beschrijving volgt z.s.m.

Project 2: ontwerpen van beleid
En dan de praktijk. In dit tweede grote project ga je opnieuw samen met medestudenten aan de slag. Inmiddels ben je alweer een stuk verder in je studie. Je basiskennis van de vakgebieden is verdiept en verbreed. Daarom ga je nu niet alleen analyseren, maar mag je ook laten zien hoe je aanvaardbare oplossingen ontwerpt. Alle disciplines komen daarbij aan bod. De kunst is nu om deze methodisch en professioneel toe te passen. Want waar chaos en tegenstrijdigheden de boventoon lijken te voeren, is de bestuurskundige in staat verschillende belangen te onderscheiden en een onderliggende logica en structuur te zien. In dit project kun je alvast oefenen hoe dat in zijn werk gaat. Zet ‘m op!