Structuur van de opleiding

Een collegejaar bestaat uit 4 kwartielen, waarbij in elk kwartiel een project centraal staat. Hierin werk je in groepsverband aan een biomedisch probleem. Tijdens de vakken in dat kwartiel doe je de juiste kennis op om een oplossing te vinden voor dat probleem. Elk kwartiel bevat een wiskunde vak, een natuurkunde of scheikunde vak en een biologisch vak. Opgedane kennis en vaardigheden combineer je tijdens projecten om te komen tot nieuwe toepassingen. Deze toepassing bedenk je, ontwerp je, maak je, test je en presenteer je.

De eerstejaarsprojecten zijn momenteel:

De maakbare mens, construeren met moleculen

1. Algemene chemie

2. Biochemie

3. Ultrageluid

4. Anatomie/ fysiologie

5. Wiskunde

In de gezondheidszorg wordt meer en meer gebruik gemaakt van implantaten, bijvoorbeeld kunstknieën. Tijdens dit project ga je aan de slag met de vraag: hoe kun je komen van een molecuul tot een materiaal dat geschikt is voor implantatie in het menselijk lichaam?

Microscopische detectie van tumoren

1. Geometrische optica

2. Celbiologie

3. Wiskunde

Tijdens dit project ga je aan de slag met de vraag: is het mogelijk om met een zelfgebouwde microscoop verschillen tussen normaal en tumorweefsel aan te tonen met behulp van zogenaamde biomarkers? Je bouwt samen met je projectgroep een microscoop en analyseert vervolgens weefsel met zowel je eigen als een standaardmicroscoop.

Meten is weten, basisprincipes van medische sensoren

1. Medische sensoren en meetsystemen

2. Anatomie/ fysiologie

3. Fysische optica

4. Wiskunde

De mens functioneert en dat functioneren kunnen wij meten met behulp van sensoren. In dit project ga je aan de slag met het analyseren van deze gegevens om vast te stellen wat je nu meet.

Adapterende botten, belastingen op en rond implantaten

1. Mechanica

2. Harde materialen

3. Beeldvorming

4. Anatomie/ fysiologie

5. Wiskunde

Wanneer een natuurlijk gewricht is versleten, kan deze worden vervangen door een kunstgewricht. In het project onderzoek je de aanpassing van het bot op het kunstgewricht om te komen tot verbetervoorstellen voor kunstgewrichten. Je kijkt naar de invloed van het type implantaat, de botsituatie en de belasting.