Biomedische Technologie
Biomedische Technologie bestaat uit een bachelorprogramma dat drie jaar duurt. Heb je deze studie succesvol afgerond, dan ben je Bachelor of Science (BSc). Daarna is de keuze aan jou: de arbeidsmarkt op óf je verder specialiseren tijdens een van de tweejarige mastertracks.
Tijdens je bachelorperiode volg je hoorcolleges en werkcolleges. Bij hoorcolleges - de naam zegt het al - gaat het vooral om luisteren en aantekeningen maken. Tijdens werkcolleges ga je in kleinere groepen aan de slag met de theorie uit de hoorcolleges. Er is volop gelegenheid om vragen aan de docent te stellen of te discussiëren; een beetje vergelijkbaar met de lessen zoals je die kent van het VWO.
Wat je nu écht kunt doen met de kennis uit de colleges leer je in je eigen ‘ingenieursbureau’, waar je samen met andere studenten werkt aan een biomedisch vraagstuk uit de praktijk. Soms gaat het om projecten van een dag, soms ben je een heel kwartaal bezig. De opdrachten zijn in ieder geval altijd multidisciplinair en sluiten aan bij de vakken uit dezelfde periode. Bovendien doe je het in teamverband. Dat is niet alleen leuk, maar ook leerzaam. Je leert samenwerken, taken verdelen, verslagleggen en presenteren.
Lees ook meer over de jaarindeling tijdens de bachelor.
Vakken in het eerste jaar
In het eerste jaar heb je veel verschillende vakken. De vakken verdelen zich over projectonderwijs, bio en fysiologische vakken, scheikundige vakken, natuurkundige en wiskundige vakken. De verdeling is volgens de volgende verhouding:
|
|
Hieronder vind je de verschillende vakken die in het eerste jaar worden gegeven. Door op de link te klikken ga je naar de vakken die hier onder vallen. |
Bacheloropdracht
Aan het einde van je derde jaar doe je de Bacheloropdracht. Met deze opdracht laat je zien dat je zelf een onderzoek kan doen en de gedane kennis van de bachelor kan toepassen.
Materiaaleigenschappen
Wolf Rombouts deed voor zijn bacheloropdracht onderzoek naar de verschillende structuren van stoffen. “Bij welke temperatuur verandert een bepaalde substantie in een gel, en hoe lang duurt dat. Dat was de insteek van mijn onderzoek.” Wolf legt uit: “Op een gegeven moment wordt een vloeibare stof in de koelkast een soort gelatine. Maar hoe zorg je ervoor dat het een gel blijft, ook als het in het lichaam wordt ingebracht?” Wolf’s bevindingen kunnen in verder onderzoek worden gebruikt voor medische doeleinden. “Dat vind ik ook het leuke aan deze opleiding: de combinatie biologie, techniek en mensen helpen.”
Revalidatie
Josien van Noord deed haar bacheloropdracht in revalidatiecentrum Het Roessingh in Enschede. “Samen met nog twee studenten onderzocht ik of de MUAP Rate - een graadmeter voor de bewegingssturing van spieren - met computermodellen kon worden nagebootst. Dat bleek lastig. Naarmate de kracht van de spieren toenam, weken de simulatieresultaten steeds verder af van de werkelijkheid.” Het werken in een revalidatiecentrum beviel Josien goed. “Ik ben wel een hulpvaardig type”, lacht ze. “Het zou heel goed kunnen dat ik later ook zoiets ga doen.”
Thuiszorg
Gillian Huijsse deed haar onderzoek bij het Medisch Spectrum Twente. “Daarbij ging het erom of medisch-technische projecten beter ondersteund kunnen worden. En of het zinvol is om zo’n project op touw te zetten. Denk maar aan een project voor risico-zwangere vrouwen die thuis blijven en daar door een verpleegkundige worden bezocht. Als zo’n aanpak goed werkt, zijn er minder bedden in het ziekenhuis nodig. De methode die ik heb ontwikkeld, laat zien of een project zinvol is.”
Stage & Excursies
Naast alle theorie, practica en projecten is er ook gelegenheid om een kijkje buiten de deur te nemen. In het eerste jaar breng je een bezoek aan het anatomisch laboratorium van de VU.
In het tweede jaar ga je op snuffelstage in het kader van het vak Inleidende Geneeskunde. Een week lang werp jij een blik achter de schermen van een ziekenhuis, artsenpraktijk of zorgcentrum. Je beschrijft de werkprocessen en analyseert met welke klachten mensen binnenkomen en met welke behandeling ze de deur weer uitgaan. Natuurlijk kijk je ook kritisch naar de rol die technologie speelt binnen de instelling. Je sluit je week af met een doortimmerd advies om het gebruik van technologie te verbeteren.