Column
Waar krijgen we ‘zin’ van? Superman!
Met deze vraag bracht “communicator” Richard Engelfriet (www.richardengelfriet.nl ) de deelnemers aan de eerste themadag voor wetenschapswinkeliers uit Nederland, en een enkeling uit België, terug naar hun roots. Hij deed dat met een tweetrapsraket.
Volgens Engelfriet hebben organisaties altijd wel “wensen”. Mooie woorden waar iedereen het wel mee eens is. Bijvoorbeeld een universiteit die ondernemend wil zijn. Het is de kunst een dergelijke “wens” handen en voeten te geven. Bij heldere “keuzen” horen heldere “consequenties”, die iedereen volmondig aanvaardt. Hierover werd plenair gediscussieerd aan de hand van aansprekende praktijkvoorbeelden: hoe het succes te verklaren van La Place, het inmiddels gerenommeerde restaurant van V&D? Wat doet MacDonalds goed? Is het bedrijfsprofiel van Semco in Brazilië een eenmalig succes, of werkt het elders ook? Zie: http://www.mt.nl/article.jsp?rubriek=201882&id=297109
http://www.managementboek.nl/boekeninfo.asp?CODE=mbrocobbqr&ReferrerID=1
De crux van Engelfriet: “als je inspirerend bent, kan niemand om je heen?” Hij ontkrachtte enkele gangbare tegenwerpingen hiertegen: Dat is toch moeilijk! Het hangt af van het charisma van een individu! Waarom? Is dat wel zo?
Daarna mochten de deelnemers (ruim twintig wetenschapswinkeliers) met elkaar aan de slag. In groepjes interviewde men elkaar alias “dr. Phil”, op zoek naar de diepe drijfveren en wensen van ons: wewi’ers. Hoe profileert men de eigen wetenschapswinkel in zijn/haar diepe wensdromen het liefst, en … hoe realiseer je dat? Een andere groep vroeg zich af hoe het landelijke overleg (LOW) zich het best kon profileren?
En … wat leverde dit op?
Engelfriet was aangenaam verrast door de open houding van de deelnemers. Zelfs na 25 jaar zag hij een enorme drive om van elkaar te leren. In de kern zijn wetenschapswinkels dan wel min of meer gelijk (onderzoek uitvoeren voor minder draagkrachtige groepen), maar de manier waarop men dit uitvoert, verschilt sterk per universiteit: de één runt een wewi voor de hele universiteit, de ander voor één faculteit, de één onderzoekt veel zelf, de ander werkt met studentonderzoekers, de één stelt inhoudelijke experts verantwoordelijk voor het project, de ander houdt de regie in eigen hand. Iedere wetenschapswinkel is op z’n eigen manier creatief bezig, roeiend met de riemen die beschikbaar zijn. We kunnen veel van elkaar leren, en dat weten we. Nog niemand blijkt vastgeroest in zijn eigen aanpak. Ook de doelgroep, de minder draagkrachtige organisaties en individuen, blijkt nog springlevend.
Dat is nou inspirerend!
Wat maakt het werken van al die wewi’s nou zo leuk?: contact, samenwerken, met de student, met de klant, met de onderzoekers, met de pers, ja … wie weet zelfs met het universiteitsbestuur, ons aller grote te overtuigen maar o zo wantrouwige broodheer … Of misschien kunnen we wel meer broodheren interesseren … gemeenten, provincies, nog anderen … ?
In de laatste plenaire bijeenkomst van de inspiratiemiddag was iedereen dan ook goedsmoeds. Natuurlijk moet het LOW een eigen website hebben: enthousiast, inspirerend en … overtuigend. Met wie we ons daarbij willen identificeren. Het antwoord uit de zaal kwam spontaan op: SUPERMAN!!
Egbert van Hattem.