Inspectie op scholen: effecten en neveneffecten

UT-onderzoekster Melanie Ehren onderzoekt effect van onderwijstoezicht

6 mei 2013

UT-onderzoekster Dr. Melanie Ehren brengt de resultaten van de eerste twee jaar van haar driejarig Europees onderzoek naar het effect van onderwijstoezicht naar buiten. Uit de meest recente resultaten blijkt dat vooral de inspectiestandaarden effect hebben, maar ook tot neveneffecten leiden. Scholen die deze standaarden accepteren, blijken meer veranderingen in hun zelfevaluaties, in hun verandercapaciteit en in de kwaliteit van de school door te voeren. Schoolleiders en docenten maken hierdoor echter ook ‘veilige keuzes’ in hun onderwijs en experimenteren in beperkte mate met nieuwe onderwijsmethoden.

Actueel vraagstuk
Al geruime tijd is er volop aandacht voor effecten van toezicht. De maatschappelijke relevantie van de onderwijsinspectie en de kosten voor het toezicht op scholen verhogen de actualiteit van dit vraagstuk.
“In deze studie onderzochten we daarom het effect van onderwijstoezicht op basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs (HAVO/VWO)”, vertelt Ehren. “Met behulp van een vragenlijst aan schoolleiders en docenten bestudeerden we of en hoe toezicht bijdraagt aan onderwijsverbetering door het creëren van verwachtingen over goed onderwijs en door de inspectiefeedback aan scholen.”

Effecten en neveneffecten
Uit de resultaten blijkt dat vooral de inspectiestandaarden effect hebben. Deze standaarden creëren verwachtingen over wat we in Nederland onder goed onderwijs verstaan; scholen stemmen hun onderwijsproces en schoolorganisatie daar op af. Schoolleiders en docenten rapporteren echter ook onbedoelde consequenties van toezicht, zoals het beperken van experimenten in instructiemethoden en ‘window dressing’. Deze effecten en neveneffecten worden versterkt door stakeholders in de school; scholen die aangeven dat hun stakeholders belang hechten aan het inspectierapport en de inspectiestandaarden rapporteren meer veranderingen. De inspectiefeedback aan scholen blijkt een minder belangrijke voorspeller voor verbetering te zijn. Scholen krijgen en accepteren weliswaar feedback, maar deze feedback leidt maar beperkt tot verbeteringen.

Driejarig Europees onderzoek
Deze resultaten zijn afkomstig uit een driejarig Europees onderzoek naar de impact van onderwijstoezicht op de kwaliteit van het onderwijs. In Nederland wordt het project, in opdracht van de EU, geleid door Dr. Melanie Ehren, onderzoeker aan de Universiteit Twente.

Bij circa vierhonderd basisscholen (primair onderwijs) en vierhonderd scholen voor voortgezet onderwijs (HAVO/VWO) wordt een online vragenlijst afgenomen over het onderwijs in hun school, de veranderingen die daarin zijn doorgevoerd en hun ervaringen met het onderwijstoezicht. De metingen zijn gestart in januari 2011 en lopen door tot en met december 2013. Het onderzoek wordt gelijktijdig ook in vijf andere Europese landen uitgevoerd, zodat de verschillende inspectiemodellen van deze landen met elkaar vergeleken kunnen worden.

In september-december 2013 wordt de vragenlijst voor het laatst in scholen afgenomen; de resultaten van drie opeenvolgende jaren worden dan gebruikt om veranderingen als gevolg van toezicht vast te stellen. De deelnemende scholen ontvangen na elk jaar dataverzameling een samenvatting van de resultaten en hun score op de vragen ten opzichte van andere scholen in het onderzoek.

Na het eerste jaar van het onderzoek concludeerde Ehren al dat de vraag of inspectiebezoeken daadwerkelijk leiden tot concrete verbeteractiviteiten al voorzichtig met ‘Ja’ beantwoord kon worden.

Meer informatie
Het onderzoek valt binnen het onderzoek van het IGS (Institute for Innovation and Governance Studies, faculteit Gedragswetenschappen, vakgroep Onderwijskunde. Meer informatie is te vinden op de website van het project (www.schoolinspections.eu) en bij de projectleider dr. M. Ehren (06-305 42 368; m.c.m.ehren@utwente.nl).

Contactpersoon
Jochem Vreeman, mobiel 06 12221253