Friese wiskundigen in zeventiende eeuw wereldberoemdUT-promovendus Arjen Dijkstra verdedigt proefschrift in Franeker19 september 2012 |
|
|
|
Van professoren in de vroegmoderne tijd (1500-1800) wordt vaak gedacht dat ze ouderwets, conservatief en best een beetje saai waren. Dit gaat zeker ook op voor hoogleraren in de wiskunde, vooral voor professoren die aan kleine instellingen werkten zoals de universiteiten van Groningen, Harderwijk, Utrecht en Franeker. UT-promovendus Arjen Dijkstra (33) onderzocht het werk van hoogleraren in de wiskunde aan de Universiteit van Franeker (1585-1811) gedurende de zeventiende eeuw. Die professoren bleken allesbehalve stoffig en achtergebleven. Het waren ondernemende academici die hun leerstoel ten volle probeerden te benutten. Dijkstra deed zijn onderzoek voor het instituut IGS (Institute for Innovation and Governance Studies) van de Universiteit Twente. Dijkstra promoveert vrijdag 21 september (15.00 uur) in de Martinikerk in Franeker. Hij is daarmee de tweede promovendus die deze eeuw promoveert in Franeker, maar de eerste uit Twente. ‘Dichtbij mijn roots en het onderwerp van mijn studie. Een van de professoren die ik bespreek ligt nog geen tien meter van het katheder begraven. Ik ben er heel trots op dat ik hier mijn proefschrift mag verdedigen en dat rector magnificus Ed Brinksma daarbij aanwezig zal zijn.’ De relatie tussen de Universiteit Twente (UT) en de provincie Fryslân is warm. In het verleden konden Friese studenten er hun propedeuse doen, tegenwoordig participeert de UT in verschillende Friese onderzoeksinstituten (Wetsus, UCF). De eerste professor in de wiskunde in Franeker was Adriaan Metius (1571-1635), een markante verschijning met rode baard en rode haren, afkomstig uit Alkmaar. Hij was één van de eerste studenten aan de Franeker universiteit, trok enige tijd door Europa en vestigde zich daarna voorgoed in Franeker. In zijn tijd publiceerde niemand meer lesboeken dan hij en deze werden in heel Europa bijzonder gewaardeerd. Zelfs de katholieken leerden uit deze ‘protestantse leerboeken’. Ook ontwierp en bouwde Metius een bijzondere sextant. Dit instrument bewees tot ver over de landgrenzen z’n nut: niet alleen voor de bestudering van de sterren maar ook voor landmeters. De grote ‘held’ van Dijkstra is echter de wiskundige Phocylides Holwarda (1618-1651). Als student bleek hij al een genie en in zijn latere publicaties is hij lange tijd van internationale betekenis geweest. Hij deed spraakmakende astronomische waarnemingen en schreef een invloedrijke filosofische werken, die veel besproken werden. Holwarda werd slechts 33 jaar maar had een grote impact op de wetenschap. Dijkstra laat ook zien dat de wiskunde een kwetsbaar vakgebied was. Het blijkt dat de academici aan de Universiteit van Franeker moeite hadden met een steeds veranderende status van dat vakgebied. Na honderd jaar onderwijs in de wiskunde werd het wel volledig opgenomen, als een echte universitaire discipline. De hoogleraren streden om erkenning ieder op zijn eigen manier: de één kon fantastisch lesgeven, de ander deed verbluffend onderzoek. Sommige studenten werden sterk door hen geïnspireerd tot een loopbaan in de wetenschap, andere wisten de wiskunde juist buiten de universiteit te gelde te maken. Zoals overal vond ook in Franeker het onderwijs primair in het Latijn plaats. Het onderwijs in de wiskunde werd echter ook gewoon in het Nederlands gegeven aan mensen die deze taal niet machtig waren. Het doel daarvan was het opleiden van landmeters en ingenieurs, wat aan geen enkele universiteit in de Republiek zo succesvol gebeurde als te Franeker. De andere academici (die wel wiskundelessen in het Latijn kregen) noemden die bijzondere groep dan ook spottend idiotae (ongeletterden). In de Franeker wiskundehoogleraren werden deze idiotae met de academici verenigd. Iets waar die hoogleraren vaak heel bekwaam in waren. Het onderzoek van Arjen Dijkstra maakt deel uit van het onderzoeksproject The Uses of Mathematics in the Dutch Republic, dat door de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) gefinancierd wordt vanuit de Vernieuwingsimpuls (Vidi).
Contactpersoon
|
|
|