UT-Alumnus Peter van de Pol werkt bij de United Nations

‘Het is een stroperig systeem’

Hij stapte eruit en kwam weer terug. Zijn missie? Het systeem van binnenuit veranderen. Zijn doel? Een bottum up-werkwijze implementeren. Waarom? Omdat het werkt. UT-alumnus Peter van de Pol is werkzaam als policy advisor bij de United Nations, standplaats New York. ‘Het is een stroperig systeem. Dát veranderen is voor mij de uitdaging.’

 

Tekst en beeld: Sandra Pool

 

Peter van de Pol

‘Hey, heb jij nog geen koffie?’, vraagt Peter van de Pol. Zelf is hij gewapend met een coffee to go. Vers gehaald bij de bekende koffieketen Starbucks. Al lang niet meer de populairste coffeeshop in de Verenigde Staten, weet Van de Pol. ‘De Amerikanen drijven op koffie. ’s Ochtends loopt iedereen met zo’n grote beker over straat. Hoe zoeter, hoe beter. Maar er is een antiketen beweging gaande’, vertelt hij. ‘De plaatselijke koffietentjes zijn weer in trek.’ Dus gaat hij op pad, op zoek naar zo’n lokale toko voor een volgend bakkie.

Vertrekpunt is 42nd Street, een belangrijke straat in Manhattan, hartje New York. Vooral de kruising met Broadway bij Times Square trekt vele bezoekers. De megagrote, knipperende reclameborden en fonkelende lichtjes spreken ’s avonds tot de verbeelding. In de theaters staan Evita, The Lion King en Mary Poppins op het podium. Op straat proberen verklede tv- en filmhelden wat centen te verdienen. Van Spiderman tot Spongebob. Wie wil, kan zich laten vereeuwigen met zijn of haar favoriet. Als je 42nd Street uitloopt, kom je langs enkele highlights van de stad: het Chrysler gebouw, Grand Central Terminal en uiteindelijk kom je bij het hoofdkantoor van de United Nations.

Tussenstop

Van de Pol maakt er een tussenstop. Het gebouw is gesloten. Zomerreces. De vlaggen van de ruim 180 lidstaten zijn naar binnengehaald. Bouwvakkers domineren het terrein voor renovatiewerkzaamheden. ‘Rondleidingen zijn wel mogelijk. Alleen in het witte gebouw, daar links’, wijst de alumnus, ‘We noemen het de bunker. Het is het domein van de Algemene Vergadering.’ Wie naar binnen wil, moet langs strikte beveiliging. Niet verwonderlijk. Het pand was een van de targets tijdens 9/11.

Zelf werkt hij in een kantorenpand verderop. In een koffieshop in de buurt vertelt hij over zijn missie, al was werken bij de Verenigde Naties nooit een bewuste carrièrestap voor hem. ‘Ik werkte hiervoor in Hilversum bij het trainingscentrum van de Wereldomroep. In die tijd deed ik ook mijn master Onderwijskunde bij de Universiteit Twente. Ik was gespecialiseerd in e-learning. Het idee was om na die opleiding het trainingsaanbod up to date te brengen en om zodoende de capaciteit van mediaorganisaties en mediaprofessionals in ontwikkelingslanden te versterken.’

Verandermanagement

De alumnus concludeerde na een tijdje dat het geven van trainingen heel weinig zoden aan de dijk zet. ‘Leuk voor het individu, maar het veranderde weinig in de organisatie. Ik raakte daardoor geïnteresseerd in organisatieontwikkeling en verandermanagement. Ik begon voor mezelf, maar solliciteerde ondertussen ook bij de United Nations.’

In 2009 ging hij voor de belangenorganisatie als expert in veranderingsmanagement naar het Aziatische Bangladesh. Het doel? De democratie hervormen. ‘Een enorme kluif,’ stelt hij. ´Ontwikkelingssamenwerking was en is nog steeds top down geregeld. Er is een blauwdruk hoe public administration werkt en eruit moet zien volgens de UN. Dat is waar het land naar toe moet. De UN heeft de kennis en gaat zogenaamd helpen om daar te komen.’

Dat werkt niet, wist hij. ‘Ontwikkelingslanden zitten vol met slimme mensen. Ze weten heel goed wat ze willen, maar praten op gelijke voet is niet zo aan ontwikkelingssamenwerking besteed.’ Wel aan Van de Pol. Hij gooide het projectplan voor Bangladesh de deur uit en ging op zijn eigen manier te werk. ‘We zijn naar de politie en high officials van de regering gegaan. We vroegen wat de plannen en prioriteiten waren en of we misschien konden helpen.’ Een gouden greep, bleek achteraf.

Actiepunten

De projectmanager kreeg drie actiepunten toebedeeld: het opzetten zetten van een civil service act, het hervormen van het ministerie en het opzetten van een handboek waarin staat wat klanten van het ministerie kunnen verwachten. Van de Pol: ‘Na drie maanden was de civil service act klaar. Het zijn de regels wat de overheid en ambtenaren doen. Het is de kunst het gedeelde belang te vinden. Dat is heel veel praten. Gevoelige punten identificeren en kijken wat het beste werkt. Het is een politiek gevecht en wij bieden daarvoor een platform.’ Vervolgt: ‘Je zit met alle hoge functionarissen om tafel. Het is ontzettend belangrijk hoe je je opstelt. Toen we de drie actiepunten voor elkaar hadden, wonnen we vertrouwen en werden we gevraagd om te helpen met andere ontwikkelingen.’

Als je werkelijk wilt weten wat de burger nodig heeft, ga dan met ze praten, luidde het advies van de UN-medewerker. ‘Dat werkt als een tierelier.’ Een voorbeeld. ‘Bangladesh heeft heel veel riksja’s. Ambtenaren hadden alle riksja-eigenaren bij elkaar geroepen op een groot plein om nieuwe regels te maken. Iedereen was er zo gelukkig mee, omdat alle belanghebbenden erbij betrokken waren. Dat leidt tot een beter begrip.’ Het is het sterkte punt van zijn werkwijze. ‘We hielpen om dingen voor elkaar te krijgen en alleen waar nodig droegen wij experts aan. Dat werkte zo goed, na anderhalf jaar zat ik met de minister te praten en die zei: Peter, you are working for me, not for the UN. En dat is wat je horen wilt!

Eind 2011 stapte hij eruit. ‘Bangladesh is niet goed voor de gezondheid. Je wordt steeds sneller ziek. Een goede reden om weg te gaan.’ Kort daarna keerde hij weer terug binnen de organisatie. Dit keer op het hoofdkwartier. Als politiek adviseur bij de capacity development Group. ‘Er wordt inhoudelijk beleid gemaakt. Hier worden de manuals geschreven voor hoe je projecten in elkaar zet of hoe je een project moet managen. Op deze positie heb je net iets meer invloed. Er liggen veel mogelijkheden om langzaam maar zeker zaken te veranderen.’

Een moeilijk proces, verwacht Van de Pol. ‘De UN is een totaal uit de klauwen gelopen bureaucratie. Er zijn ruim 180 landen lid. Dat is nogal een dolle boel daar in de Veiligheidsraad. Van nationale regeringen krijgt ze geld, maar deze donoren zetten vraagtekens bij de efficiëntie van de UN. Begrijpelijk, donoren staan immers onder druk om in eigen land te rechtvaardigen waar het geld naar toe gaat. Daarom kiezen zij waar het geld naar toe moet. Dat maakt het voor de UN moeilijk om aan te sluiten bij wat het land wil. Op deze manier blijft het inefficiënt werken.’

Irritant

Vervolgt: ‘De afgelopen 20 jaar is er in de manier waarop ontwikkelingssamenwerking wordt gedaan weinig veranderd. Men zegt dat er met lokale mensen gewerkt wordt, maar in de praktijk is dat niet zo. Omdat ze denken dat ze het beter weten. Zo’n irritante eigenschap. Daaraan ergeren veel ontwikkelingslanden zich.’

En dat moet anders, vindt Van de Pol. ‘Wat ik wezenlijk wil, is dat systeem van binnenuit veranderen. Ik heb niet zo veel zin om van land tot land te reizen en de belangrijke adviseur uit te hangen. Het is een stroperig systeem, waar veel politiek bedreven wordt. Het is moeilijk om er beweging in te krijgen, maar dat is voor mij juist de uitdaging.’

Kader

De United Nations, de Verenigde Naties is een internationale belangenorganisatie. Na de Tweede Wereldoorlog, in 1945, is ze opgericht door 51 landen om samen te werken op onder meer het gebied van internationaal recht en veiligheid. Sinds juli vorig jaar telt de VN 193 lidstaten. Er zijn zes bestuursorganen, te weten de Algemene Vergadering, de Economische en Sociale Raad, het Internationaal Gerechtshof, het Secretariaat, de Trustschapsraad en de Veiligheidsraad. Daarnaast hebben de VN gespecialiseerde programma’s zoals het Ontwikkelingsprogramma, het United Nations Development Programme, waar Van de Pol werkt.